De vreemde deals van Jacob Zuma en Dilma Rousseff

Jonge democratieën In Brazilië en Zuid-Afrika brengt corruptie leiders aan het wankelen, terwijl hun economieën snel achteruitgaan. Wat ging hier mis?

Dilma Rousseff, president van Brazilië Foto Adriano Machado/Reuters

De presidenten Jacob Zuma van Zuid-Afrika en Dilma Rousseff van Brazilië hebben meer met elkaar gemeen dan hun lief is. Allebei begonnen ze hun politieke carrière als strijder tegen een dictatoriaal regime en zaten ze jarenlang in de gevangenis voor die idealen. Beiden sloten zich aan bij van huis uit socialistische verzetsbewegingen die nu regeren over neoliberale markteconomieën die trots deel uitmaakten van ‘BRICS’, maar die door dalende grondstofprijzen in de problemen kwamen. En allebei worden ze na ruim een half decennium aan de macht beschuldigd van corruptie en bedreigd met afzetting.

President Zuma wacht dinsdag een tumultueus debat in het parlement van Kaapstad, waar twee oppositiepartijen een afzettingsprocedure willen beginnen. Ook binnen zijn eigen partij, het ANC, groeit de roep om zijn aftreden. Mandela’s celgenoot en boezemvriend Ahmed Kathrada schreef dit weekeinde een emotionele brief waarin hij Zuma smeekt om af te treden. De president weigerde vrijdag op te stappen na het snoeiharde oordeel van het Constitutionele Hof dat hij in strijd met de grondwet heeft gehandeld rond de verbouwing van zijn privévilla. Zuma heeft verzuimd die grondwet „overeind te houden, te verdedigen en te respecteren’’, door een groot deel van de 20 miljoen euro aan verbouwingskosten te spenderen aan zaken die niets met zijn persoonlijke beveiliging te maken hebben. Zoals een zwembad, een amfitheater en een kippenren.

Rousseffs imago als revolutionair van marxistische snit werd beschadigd door beschuldigingen van het overtreden van belastingwetten en gesjoemel met overheidsgeld. Twee weken geleden gingen ruim twee miljoen Brazilianen de straat op om haar aftreden te eisen. In Zuid-Afrika roepen oppositiepartijen kiezers op dat Braziliaanse voorbeeld te volgen.

Wat ging er mis met de jonge democratie van Brazilië en die van Zuid-Afrika?

Geldschieters en wapenfabrikanten

Hoewel Zuma’s naam nu vooral valt wegens de omstreden verbouwing van zijn huis in zijn geboortedorp Nkandla, liggen de wortels van zijn problemen dieper. De eerste beschuldigingen dat Zuma corrupt zou zijn, kwamen snel na de overgang van apartheid naar democratie in 1994.

Jacob Zuma, president van Zuid-AfrikaFoto Mike Hutchings/Reuters

Die overgang betekende niet alleen de komst van vrijheid voor de zwarte bevolking. Met het einde aan de internationale sancties kwam ook een stroom aan buitenlandse geldschieters op gang, die voet aan de grond wilden krijgen in deze groeieconomie. Behalve reusachtige winkelcentra verschenen ook de internationale wapenfabrikanten in Zuid-Afrika om de regering van Nelson Mandela te voorzien van een heel nieuw wapenarsenaal, ter waarde van 6 miljard dollar.

„Zuid-Afrika deed niet alleen zijn intrede in de wereldeconomie, maar ook in de wereld van corruptie. Het kon niet op”, zegt voormalig ANC-bestuurder Andrew Feinstein. Ook hij kreeg bezoek van een gulle gever die enkel zijn bankrekening wilde in ruil voor toegang tot de centrale bank. „Helaas waren sommigen leiders niet sterk genoeg om de verleiding te weerstaan”, zegt Feinstein, die twee onthullende boeken schreef over de wapendeals. Jacob Zuma bevond zich in het hart van de besluitvorming. In 2000 stelde een aanklager een onderzoek in tegen Zuma en zijn financieel adviseur Schabir Shaik. Zuma zou de bedrijven van Shaik contracten hebben toegespeeld in ruil voor giften. In 2005 werd Shaik tot vijftien jaar celstraf veroordeeld wegens die corruptie, maar Zuma werd nooit vervolgd.

Toenmalig president Mbeki ontsloeg Zuma als zijn vicepresident. Maar dat ontslag keerde als een boemerang bij hem terug. In 2008 werd Mbeki aan de kant gezet voor Zuma, die als voormalig inlichtingenchef een breed netwerk had opgebouwd binnen de partij. Veel ANC’ers voelden dat de hooghartige Mbeki Zuma liet boeten voor een relatief bescheiden betaling (naar schatting 50.000 euro), terwijl partijbonzen die meer hadden verdiend, de dans ontsprongen.

Grote bouwbedrijven in Brazilië

Ook in Brazilië drijven de tegenstanders van president Dilma Rousseff de afzettingsprocedure, terwijl de belangrijkste oorzaak van de corruptie onaangetast blijft. „In Brazilië slaagden drie grote bouwbedrijven die invloedrijk waren in de tijd van de dictatuur die invloed te houden toen democratie aanbrak. Hoe is dat mogelijk?”, vraagt Fernanda Pinto de Almeida zich af, een Braziliaanse politicoloog van het Centre for Humanities Research in Kaapstad. Bouwbedrijf Odebrecht groeide onder Rousseffs voorganger en mentor Luiz ‘Lula’ da Silva. Ook al profileerde de voormalige schoenenpoetser Lula zich als de man van de armen, hij onderhield een nauwe band met de rijke bouwfamilie Odebrecht. „Ook de apartheid in Zuid-Afrika steunde op bedrijven die nog steeds grote invloed hebben’’, zegt De Almeida.

„Ze moedigen corruptie aan om die invloed te houden. Als je die structuur niet omverhaalt, verandert er niets.”

Luxeprobleem van de elite

Opvallend in Zuid-Afrika is dat de trouwe ANC-kiezers weinig onder de indruk zijn van de aantijgingen tegen Zuma. Zelfs al werd hij uitgejouwd bij de begrafenis van Mandela in 2013, bij de verkiezingen een paar maanden later haalde zijn partij toch weer 62 procent van de stemmen. Dat de verontwaardiging over Zuma vooral leeft onder de blanke middenklasse werd in december pijnlijk duidelijk toen bij demonstraties onder het motto #Zumamustfall nauwelijks zwarte Zuid-Afrikanen meededen. De kritiek op Zuma werd opgevat als racisme van de oude, blanke elite die nu het bewijs heeft dat zwarten niet kunnen regeren.

In Brazilië is de middenklasse veel breder dan in Zuid-Afrika. „Maar diezelfde kritiek van het oude geld op de nouveaux riches die niet weten hoe ze hun geld moeten besteden, bestaat ook in Brazilië’’, zegt politicoloog Pinto de Almeida.

„Ook al liepen er twee miljoen Brazilianen op straat in maart, de onderklasse zag het als de uitdrukking van de luxe van de middenklasse die het zich kan veroorloven boos te worden over corruptie.”

In Zuid-Afrika bewees het Constitutionele Hof dat de democratie misschien pril is, maar wel werkt. Zelfs de onvermurwbare Zuma, die al jarenlang zijn problemen weglacht, bood een etmaal na de strenge veroordeling zijn excuses aan. Hij beloofde een deel van de verbouwingskosten uit eigen zak terug te betalen.

Het ANC is doordrongen van de schade die Zuma de partij berokkent en werkt achter de schermen aan zijn aftocht. De almacht van het ANC is groot, maar blijkt gevoelig voor de principes van de grondwet die ze zelf 20 jaar geleden (mede) schreef. Dat is een groot verschil met de politiek van bijvoorbeeld een opkomende economie als Turkije, waar journalisten strafrechtelijke vervolging vrezen als ze over de corruptie schrijven binnen de regeringspartij. In Zuid-Afrika en Brazilië weten de kiezers ten minste hoe erg het met de corruptie is gesteld.