De Mahler van Marc Albrecht mag je niet missen: visionair

Haast ongemerkt werkt Marc Albrecht, chef van het Nederlands Phil. Orkest, aan een Mahler-cyclus waarover je in hoofdletters zou willen berichten. Eerder leidde hij de nrs. 1 t/m 4 en 6, de Negende volgt volgend seizoen en deze week klinkt de Vijfde. Aan de planning van de resterende nummers wordt gewerkt; Albrechts contract loopt zeker tot 2020.

Wat maakt Albrechts Mahler zo uniek? Dat zijn aanpak integer, intelligent en sensitief is – en nergens schwärmerisch, ondanks de gerealiseerde dynamische uitersten tussen bulderend fff en haast onhoorbaar ppp (Adagietto).

Het leidde zaterdag tot een uitvoering van de Vijfde die tot driemaal toe ontroerde maar óók frappeerde door de zinnigheid van bepaalde accenten. Het grillige werd uitgelicht, het Stürmisch bewegt klonk energiek en potent maar maakte vooral indruk door de wijze waarop Albrecht met één armgebaar de levenskracht vanuit de lage strijkers liet opwellen. Even knap en lekker: hoe hij de strijkers in het Scherzo lui in de maat liet hangen (met diep melancholisch effect).

Albrecht leidt een Mahler die je van Mahler laat houden. Rauwe emoties ontaarden nergens in hysterie en het visionaire van de partituur wordt overal benadrukt. Van het scherpe oor voor eigenheid en structuur waarin die benadering wortelt, profiteerde ook Dutilleuxs verinnerlijkte celloconcert Tout un monde lointain. Quirine Viersen was met haar elegante toon en kamermuzikale benadering een ideale soliste.