Bij de solo valt het even stil. Dan wint zijn stem

Dementie Hans Goebertus heeft alzheimer. Langzaam glipt zijn oude leven hem door de vingers. Zoals optreden met zijn koor. Fluiten gaat nog prima. Maar herinnert hij zich de tekst van zijn zangsolo nog wel?

Foto’s Ilvy Njiokiktjien

Er is niemand op het dorpsplein van Koudum, deze zaterdagavond. Een gure wind jaagt langs de gesloten winkels. Maar binnen in kunstcafé BeiMei klinkt hard gelach. Zuurkool en gehaktballen worden doorgegeven aan de houten tafels. Hier zingt het Donderkoor; een groep van dertig vrolijke Amsterdammers, rauwe humor, zelfspot, allemaal het hoogste woord.

In het midden zit Hans Goebertus (68) te stralen. Palmbiertje in z’n hand. Meer dan tien jaar zingt hij bij dit koor. Toen hij tweeënhalf jaar geleden te horen kreeg dat hij alzheimer had, was hij daar meteen open over. Hans heeft een zeldzame vorm van de ziekte, die niet zozeer het geheugen, maar vooral zijn gezichtsvermogen aantast. Het zou lastig worden mee te blijven doen zoals hij dat altijd gewend was, zo waarschuwde hij. Maar een koor zonder Hans, dat wilde niemand.

Willy Versteeg (67), sinds de jaren 80 bevriend met Hans en zijn vrouw Ria, had al maanden in de gaten dat het niet goed ging met Hans, vertelt ze. Eerder dan de rest van het koor zag ze dat Hans de liedjesteksten niet meer kon lezen, dat hij strammer ging bewegen, zijn blik op de grond gericht hield tijdens het lopen. Versteeg: „Toch speelt het hier eigenlijk geen rol dat Hans ziek is. Het zorgt ook voor ontroering. We zijn allemaal een beetje gespannen als Hans zijn solo’s gaat zingen of fluiten, maar het geeft ook een extra lading.”

Invaller

„Gespannen?” Hans wuift even met zijn hand. „Nee joh.” Omringd door vrienden, biertje in de hand, straalt hij bravoure uit. In de middag repeteerde het Donderkoor al in het Friese Koudum, waar ze voor het vijfde jaar op rij optreden. „Na het optreden begint het hier pas echt”, zegt Hans samenzweerderig. „Dan gaan we in de kroeg verder met onze meezingers. Gelukkig blijven we hier slapen, want het zal wel laat worden.”

Hans Goebertus treedt op met het Donderkoor in Koudum. Als Hans het tijdens zijn solo niet meer weet, neemt koorgenoot Jos, die naast hem staat, het over.

Twee solo’s heeft Hans dit concert. Een fluitsolo op de Hollandse klassieker Rozen die Bloeien van Corry & De Rekels en zijn échte solo en lievelingsnummer The Wild Rover. Bij de andere nummers is hij de lichte bas van het koor. Als hij de liedjes kent, tenminste. Want nieuwe nummers instuderen is steeds moeilijker. „Ik kan de teksten niet meer lezen”, zegt Hans, „dus het moet allemaal op gehoor. Dat is moeilijk, het duurt veel langer dan vroeger.”

Het koor heeft er iets op gevonden. Want ze willen niet alleen plezier uitstralen, maar ook professioneel zijn. Gitarist Hans Hartogensis en dirigent Marja Oldenhave zijn professionals die worden betaald door het koor. In het atelier, waar het podium is neergezet, vertelt Oldenhave dat besloten is voor Hans een vaste invaller te benoemen. „Jos staat naast hem tijdens zijn solo’s. Hij zingt zachtjes mee, en als Hans het even niet meer weet, neemt Jos meteen over.”

Ik raak het steeds kwijt, die ene zin in mijn solo. Zeker nu ik stress heb voor het optreden

Een half uur voor het optreden pakt Ria nette zwarte schoenen uit. Hans strikt langzaam de veters. Hij is stiller geworden. Tegen koorgenoot Nico de Jong: „Ik raak het steeds kwijt. Die ene zin in mijn solo. Zeker nu ik stress heb voor het optreden.” Hij loopt weg, mompelt de tekst van zijn nummer. Vooral het begin, steeds opnieuw. „I’ve been a wild rover for many’s a year.

In een hoekje naast de bar loopt Ria naar hem toe. Ze pakt Hans bij de schouders, neemt zijn hoofd tussen haar handen en omhelst hem even. Hun gesprekje is niet te verstaan, maar Hans ontspant. Ze pakt hem nog een keer bij de schouders. Hij knikt, loopt dan richting podium. „Hij is heel zenuwachtig”, zegt Ria.

Het koor vliegt erin. Hans staat precies in het midden, in een kleurige trui. Downtown van Petula Clark, jaren 60. Meerstemmig. De akoestiek is goed. Meezingers, smartlappen, Franse chansons, Duitse bierliedjes. Het tempo is hoog. Soms gaat er iets mis. Koor en publiek lachen er samen om.

Dan, de eerste solo van Hans. Fluitend. Hans weet ook niet waarom, maar dat gaat nooit mis.

Koester wat je hebt

Vrienden Piet en Lyda zijn vanuit Amsterdam meegekomen naar Friesland. In de pauze zegt Lyda dat ze een brok in de keel kreeg. „Het is confronterend. Ik zie op zo’n avond dat Hans ontzettend veel plezier heeft, maar ook dat hij achteruitgaat. Het is niets voor Hans, maar hij zingt niet alles meer uit volle borst mee. Zo toepasselijk dat juist Rozen die bloeien een van zijn solo’s is: koester wat je hebt.”

Als Hans weer naar voren komt voor The Wild Rover, is de frons van concentratie op zijn gezicht dieper geworden. De muziek wordt ingezet. In het begin moet het koor hem helpen. Dan wint zijn stem aan kracht.

Het publiek klapt mee, zingt. „Once again”, roept Hans keihard aan het einde van het nummer. Het refrein wordt een laatste keer door het publiek meegezongen.

Er is iets gebeurd in de zaal. Het applaus is intenser dan het de hele avond was. Een trotse blik naar Ria. Ook het koor applaudisseert nu. Hans steekt zijn handen in de lucht.

Vanavond was hij er gewoon weer bij.