Achterstand gemeenten bij huisvesten statushouders

Doorstroom van vluchtelingen met een verblijfsvergunning naar reguliere woningmarkt blijft moeizaam verlopen.

Een Irakese familie in hun nieuwe woning bedankt een medewerker van het COA. Foto ANP / Robin Utrecht

Gemeenten hebben in de eerste drie maanden van dit jaar een achterstand opgelopen bij het huisvesten van zogenaamde statushouders, vluchtelingen met een verblijfsvergunning. Dat meldt het ministerie van Veiligheid en Justitie maandag. De achterstand is ontstaan door het forse aantal asielzoekers dat de afgelopen maanden naar Nederland is gekomen.

In de asielopvang (asielzoekerscentra en noodopvang) zitten zo’n 16.000 mensen die al een verblijfsvergunning hebben gekregen en daarom zouden moeten doorstromen naar een reguliere woning. Dat is zo’n 37 procent van het totaal aantal mensen in de asielopvang. De doorstroom naar de reguliere woningmarkt gaat door het tekort aan sociale huurwoningen echter zeer moeizaam.

De gemeenten hebben de opdracht om de eerste zes maanden van dit jaar 23.400 vluchtelingen aan een woning te helpen. Volgens het ministerie is “nu al duidelijk” dat de gemeenten niet op schema liggen. Per maand zouden er gemiddeld 3.900 vluchtelingen een woning moeten krijgen. In werkelijkheid kregen in januari en februari bij elkaar 5.500 statushouders een woning.

Gemeenten moeten achterstand inlopen

Als gemeenten hun achterstand komende drie maanden niet inhalen, wordt die opgeteld bij de taakstelling voor het volgende half jaar. Die taakstelling is vastgesteld op 23.000 vluchtelingen.

Om de uitstroom van statushouders uit de asielopvang te bevorderen spraken Rijk, provincies en gemeenten eind vorig jaar af dat zij ook in verzorgingstehuizen, kantoorpanden en wooncontainers kunnen worden gehuisvest. Het verbouwen van kantoren tot woningen kost echter tijd (en geld).

Sinds januari hebben vluchtelingen met een verblijfsvergunning niet langer automatisch voorrang op de sociale huurmarkt. Gemeenten mogen nu zelf bepalen of ze hen voorrang geven.