Voorstanders brengen Maidan naar een Dam vol zonaanbidders

Voor- en tegenstanders tijdens de Maidam-manifestatie voor het associatieverdrag van de EU met Oekraïne, zondagmiddag op de Dam in Amsterdam. Foto: Evert Elzinga/ANP

„Ik sta hier met enige tegenzin”, zegt Halbe Zijlstra, „omdat dit soort bijeenkomsten een soort wanhopige verlamming uitstralen.” De VVD-fractieleider is een van de sprekers op Maidam, een demonstratie van de voorstanders van het Oekraïneverdrag. Op de Amsterdamse Dam hebben alle voorstanders vijf minuten spreektijd: van politieke leiders tot werkgeversvoorzitter Hans de Boer.

Van wanhopige verlamming is op het zonnige plein geen sprake, maar van massaal enthousiasme evenmin. GroenLinks en D66 hebben een bataljon vrijwilligers gestuurd, verder zijn er kleinere organisaties en individuen – al met al niet meer dan een paar honderd mensen. De demonstratie heeft concurrentie van de Bijenkorf, de H&M en omliggende terrassen. Mensen met tassen vol nieuwe kleding banjeren dwars door de demonstranten heen.

Geen front

Uit de korte toespraken blijkt opnieuw dat het ja-kamp geen front vormt met een gezamenlijk verhaal. Zijlstra noemt de geopolitiek als de belangrijkste reden om voor te zijn, PvdA-voorzitter Hans Spekman legt de nadruk op de mensenrechten en volgens GroenLinks-leider Jesse Klaver maakt het verdrag korte metten met kinderarbeid. Tjerk Wagenaar, directeur van Natuur en Milieu, begint over de Oekraïense oerbossen en groene energie. Het publiek klapt welwillend.

Het groepje SP’ers met ‘Nee nee nee’-flyers probeert enkele meters verderop nog wat reuring te veroorzaken door in koor ‘neeeeeeee’ te roepen, maar tot een confrontatie komt het niet. Wanneer een aantal in blauw-gele vlaggen gehulde voorstanders de SP’ers terugdrijft onder het roepen van het woord ‘jaaaaaaaa’, moeten de aanwezigen daar vooral om lachen.

„Het is jammer dat er zo weinig mensen zijn”, zegt Barbara Schuddeboom, een 67-jarige vrouw met een vouwfietsje en een blauw-gele strik. Ze is eigenlijk ‘woedend’ over het referendum, maar ze gaat toch stemmen. Haar oude strijdmakker Wim Schul (69), ze kennen elkaar van de Socialistische Jeugd, vindt dat ze niet mogen klagen over de opkomst. „Wij hebben vroeger ook wel eens met z’n tienen tegen de oorlog in Vietnam gedemonstreerd.”

Tobias Wals (22) is niet verbaasd over de tamme bijeenkomst. „Nederlanders hebben geen traditie van grote demonstraties, ze gaan niet zo snel de straat op.” Wals studeert sinds een half jaar in Kiev, hij is hier nu met jonge Oekraïners die hun verhaal vertellen aan Nederlanders. „Zij begrijpen niet waarom Nederlanders zo negatief zijn over het verdrag.” Om hem heen vertrekken de mensen, het plein is weer voor de levende standbeelden, een professionele bellenblazer en de niet aflatende stroom mensen met winkeltasjes. „Als je weer in Nederland bent valt je op hoe welvarend dit land is”, zegt Wals. „En dan ben je verbaasd over de onvrede.”