Rijksmuseum had geld voor Rembrandts bij lange na niet rond

De huwelijksportretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit, geschilderd door Rembrandt. Foto Art Market Monitor

Het Rijksmuseum is er vorig jaar bij lange na niet in geslaagd om de benodigde 80 miljoen euro aan particuliere fondsen te verzamelen voor de aankoop van de twee Rembrandt-portretten. Oorspronkelijk had directeur Wim Pijbes tot eind december om het bedrag bijeen te krijgen, maar toen er in september snel gehandeld moest worden om te voorkomen dat Frankrijk zich in de verkoop mengde, kon hij slechts rekenen op 5 miljoen van de Vereniging Rembrandt en 7,5 miljoen van de BankGiroLoterij.

Dat blijkt uit interne e-mailwisselingen tussen ambtenaren van de ministeries van Financiën en OCW, die NRC in handen kreeg na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

Maerten en Oopjen

Pijbes was sinds het begin van de zomer bezig met het werven van fondsen onder vermogende families in Nederland om Rembrandts huwelijksportretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit uit 1634 naar Nederland te halen. De families zouden gebruik mogen maken van een aantrekkelijke fiscale regeling. Afgesproken werd dat het Rijksmuseum 80 miljoen zou inzamelen en de Staat de andere 80 miljoen zou bijdragen.

Lees ook: Plots was er 67,5 mln tekort voor Rembrandts, de volledige reconstructie van de koop

Op zondag 20 september, een dag voordat via een artikel in De Telegraaf bekend wordt dat Nederland aan de aankoop werkt, schrijven ambtenaren: „Het Rijksmuseum stelt toezegging te hebben van particulieren voor een bedrag van [50] miljoen. Dit blijken intenties te zijn.” Met de families is nog niets contractueel vastgelegd. Zij wachten op akkoord van de fiscus.

Miljoenenlening

Los hiervan is er nog een gat van 17,5 miljoen euro, waarvoor het Rijksmuseum een banklening probeert te krijgen. Pijbes probeert deze uit te breiden met een kortlopende lening van 50 miljoen euro, als overbrugging tot hij het geld van de particulieren heeft binnengehaald. ING is bereid tot deze lening, maar wil dan wel weten wie de particulieren zijn. Pijbes kan deze namen niet geven, omdat ze vertrouwelijk zijn. Pijbes krijgt het geld niet op tijd bij elkaar. Op 24 september heeft Frankrijk opeens ook 80 miljoen beschikbaar om de portretten samen met Nederland te kopen. Daar kan Den Haag niet omheen.

Pijbes is het niet eens met de weergave van de ambtenaren dat hij geen toezeggingen had van particulieren maar slechts intenties. Hij zegt de financiering in september voor 24,5 miljoen euro ,,rond” te hebben gehad, een bijdrage van het Rijksmuseumfonds inbegrepen. Van particulieren had hij volgens eigen zeggen voor 60 miljoen euro aan ,,toezeggingen”. Over deze bedragen wil hij geen verdere vragen beantwoorden, omdat de fondsenwerving “in vertrouwelijkheid heeft plaatsgevonden”.