Wilde hond past z’n jachttechniek aan in krimpende biotoop

Foto Ben Yexley

De zon staat laag in Botswana. Een roedel wilde honden heeft de impala’s in de verte al gezien en geroken. Impala is hun favoriete prooi.

De Afrikaanse wilde hond (Lycaon pictus) is niet zo snel als het jachtluipaard en niet zo sterk als een leeuw. In plaats daarvan moet deze hondachtige het hebben van samenwerking. In de jaren 70 beschreven biologen hoe wilde honden gezamenlijk prooien over de savanne achtervolgden en langzaam uitputten. De wilde hond is een duurjager, was het idee.

Maar het aantal wilde honden neemt af. Van de open savanne zijn ze al verdwenen. De overgebleven populaties leven in bebost terrein, tussen struiken en bomen. En daar gebruiken ze een compleet andere techniek om impala’s te vangen, ontdekten biologen (Nature Communications, 29 maart).

Het team bond een roedel van zes honden een halsband om met GPS-zender en versnellingsmeters, om te zien hoe ze jagen. Het grootste deel van de dag lopen wilde honden op een drafje door hun territorium. Als ze een prooi zien, trekken ze een korte sprint: in een gemiddelde achtervolging legt een wilde hond maar 450 meter af, een stuk minder dan de vele kilometers die de honden op de savanne afleggen. Tussen de struiken is de wilde hond geen duurloper, maar sprinter.

Wilde honden werken hier ook minder samen. De onderzoekers zagen wel dat de roedel vaak tegelijkertijd een jachtsprint inzette, maar de dieren richtten zich daarbij niet op één prooi. Het leek alsof iedere hond op een andere prooi afstoof. Dat is opportunistisch, concluderen de biologen.

De wilde hond is niet sterk, niet snel en werkt niet samen. Maar hij is wél sociaal: de hele roedel deelt de prooien die gevangen worden.