‘We staan voor een operatie zonder verdoving’

De fractieleider in het Oekraïense parlement van president Porosjenko, beschouwt Oekraïne als een patiënt.

Wat is dat toch in Oekraïne? Twee jaar geleden was een groot deel van de bevolking vastbesloten om, na een kwarteeuw corrupt gekwakkel, eindelijk een ommekeer te creëren. Maar binnen de kortste keren gedroegen de politici zich weer als vanouds.

Joeri Loetsenko, de fractieleider van Blok Petro Porosjenko in het Oekraïense parlement, verklaart dat zo: te veel individualisme, te weinig samenwerking. „Oekraïne heeft heel veel eenzame helden. Een minpunt is dat we zo slecht zijn in collectieve arbeid. We hebben een groot tekort aan verantwoordelijke elite”, zegt hij in zijn werkkamer.

„Oekraïne leefde altijd tussen twee imperiums. De twee wereldoorlogen hebben miljoenen levens gekost. De golodomor [hongersnood na Stalins collectivisatie van de landbouw, red.] ook. De natie is verder gedeformeerd door het communistische gereutel. Het volk is nu bereid tot offers. Maar de elite moet nog leren.”

De onwil om dat te doen, vindt hij het moeilijkst te verteren van Joelia Timosjenko. De ex-premier is weer helemaal terug aan het firmament. Volgens opiniepolls is ze bijna net zo populair als Porosjenko, beiden met een miezerige 16 procent overigens. Hierdoor gesterkt eist ze vervroegde verkiezingen. „Ik zat samen met haar in de regering. We zaten samen in de gevangenis. We stonden samen op de Maidan. Ik beschouw haar als een vriend. Maar Joelia kiest met haar pleidooi voor een populistische weg. Dat is onverantwoord.”

„Ik werkte ooit in West-Oekraïne als ingenieur in een militaire fabriek. Begin jaren negentig kregen we drie jaar geen loon. Elke week reed ik naar Polen om daar Oekraïense goederen te verkopen en verdiende zo twintig dollar. Ik zag hoe Polen veranderde, terwijl het volk verarmde. Wij maken nu die allermoeilijkste tijd van transformatie door. Verpleegkundigen en leraren verdienen bij ons 100 dollar per maand. Die mensen brengen offers. De elite moet niet alleen praten over Europa maar ook offers brengen.”

Net als veel Oekraïeners spreekt Loetsenko graag in beeldspraak. „Oekraïne is een zeer zieke patiënt. Die patiënt moet worden geopereerd en was het daar zelf mee eens. Zonder narcose. Want Janoekovitsj heeft al het geld voor de narcose gestolen. En dan komen er artsen aan het bed. De ene arts zegt: laten we een referendum houden. De ander: laten we de patiënt eerst te eten geven en een glas wodka. Natuurlijk zegt de patiënt nu: misschien is de operatie onnodig. Waarom doen politici hetzelfde als die artsen? Omdat iedereen hoofdchirurg wil worden. We moeten af van het narcisme van de kleine leiders. We moeten niet alle kwalen wijten aan Poetin.”

Intussen is het land wel in oorlog met diezelfde Poetin. „Dit is geen Oekraïens-Russische oorlog. Dit is een Europese oorlog”, waarschuwt Loetsenko. „Het zijn grote woorden: vrijheid, democratie. Maar toch, een gezegde luidt: een Oekraïener houdt er van om te leven in de laatste chata (hoeve), ver weg van de macht, van de problemen, van de beschaving zelf. Een Oekraïener weet echter ook: de laatste chata brandt als eerste.”