Verzekeraar die niet om mocht vallen

Vivat Vorig jaar dreigde voor het eerst een grote Nederlandse verzekeraar onderuit te gaan: Vivat, het voormalige Reaal. Alle noodscenario’s lagen klaar.

Illustratie pepijn Barnard

De brieven voor de drie miljoen polishouders lagen al klaar. De boodschap: geachte polishouder, wij moeten onze deuren sluiten. De staat schiet de komende tijd uw uitkering voor, tot het moment dat de curator heeft vastgesteld op welk deel van het bedrag dat wij u hadden beloofd u precies recht heeft. Dit kan twee tot drie jaar duren. Helaas moeten wij nu uw uitkering alvast een paar procent korten. Was getekend, SRLEV, de levensverzekeringstak van SNS Reaal, bekend van de merken Reaal en Zwitserleven.

Dit horrorscenario, dat de top van SNS Reaal eind 2014 in allerijl opstelde onder de codenaam Dark Skies, was toen een van de mogelijke uitkomsten geworden van het verkoopproces van het verzekeringsbedrijf. De financiële situatie verslechterde zo snel dat het versturen van de brieven een kwestie van weken kon blijken. Van de Europese Commissie moest Reaal voor 1 juli 2015 verkocht worden, maar de belangstelling onder de tachtig aangeschreven partijen was bijzonder klein. Als het bedrijf onverkoopbaar zou blijken, dan moest de stekker eruit.

Hoe dit eruit zou zien in Den Haag: minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) die de Tweede Kamer informeert dat hij de komende jaren ruim 3 miljard per jaar moet uittrekken om de verzekeringsuitkeringen (pensioenen, lijfrentes) van Vivats polishouders voor te schieten. Dit terwijl hij begin 2013 al 3,7 miljard in de nationalisatie van SNS Reaal had gestopt. En omdat de bankentak nog geld kreeg van de verzekeraar, zou de bank de komende jaren geen dividend kunnen uitkeren aan de Staat, die zo weer honderden miljoenen misliep.

Zover is het nooit gekomen. Vorig jaar februari sloot SNS Reaal te elfder ure een verkoopovereenkomst met het in Nederland onbekende Chinese verzekeringsconcern Anbang, dat op overnamepad is in Europa en de VS. De enige andere gegadigde, het Nederlandse ASR, was toen al een tijdje afgehaakt. Anbang kocht verzekeringstak Vivat (voorheen Reaal) uiteindelijk voor 1 euro, plus een kapitaalinjectie van 1,35 miljard en de aflossing van de schulden.

Noodscenario’s

Maar hoe slecht Vivat ervoor stond, en dat liquidatie dreigde als Anbang niet als witte ridder uit het niets was komen opdagen, was tot nu toe onbekend.

In vertrouwelijke notities die de ambtelijke top van het ministerie van Financiën tijdens het verkoopproces schreef aan minister Dijsselbloem, en die aan NRC zijn verstrekt na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur, wordt uitvoerig gesproken over de vraag wat er moest gebeuren als Vivat onverkoopbaar zou blijken te zijn.

In die notities staat te lezen dat directeur Financiële Markten Gita Salden de minister op 6 oktober 2014 heeft verteld over „de noodzaak rekening te houden met alternatieve scenario’s aangaande de verkoop”. Ze schrijft: „Het verzekeringsbedrijf Vivat staat er nog veel slechter voor dan eerst werd gedacht.”

In een notitie van 24 oktober, de eerste die is gerubriceerd onder de naam ‘crisismanagement’ en waarin iemand het woord ‘strikt’ boven het kopje ‘vertrouwelijk’ heeft geschreven, wordt gedeeltelijk duidelijk wat die alternatieve scenario’s zijn. Het enige alternatief dat de Wob-ambtenaren niet hebben weggelakt, is een run-off in going concern. Daarbij stopt de verzekeraar met het verkopen van nieuwe polissen, maar worden de bestaande polissen nog wel uitgekeerd in de jaren die volgen, totdat de laatste polishouder is betaald – in theorie althans. Het bedrijf sterft dan een langzame dood.

Dat er ook sprake was van een veel ingrijpender scenario, namelijk de hierboven beschreven liquidatie, vertellen kenners van het dossier, die vanwege de grote belangen van de betrokken partijen anoniem wensen te blijven. Uit de notities die het ministerie van Financiën heeft verstrekt is dit niet op te maken. De notities met de meest drastische opties zijn achtergehouden, omdat „bekendheid met de opgestelde scenario’s tot speculatief gedrag zou kunnen leiden”, schrijft het ministerie. Te denken valt aan partijen die rustig afwachten tot een verzekeraar failliet gaat en daarna tegen bodemprijzen hun slag slaan.

Als Anbang Vivat niet had gered, was de verzekeraar waarschijnlijk omgevallen

Het ministerie sluit dus niet uit dat een noodsituatie als bij Vivat zich nog eens voordoet. Van banken is tijdens de financiële crisis pijnlijk duidelijk geworden dat ze kunnen omvallen. Maar dat ook grote verzekeraars als Vivat (zes miljoen polissen, 3.600 arbeidsplaatsen) ten onder kunnen gaan, beseffen veel mensen niet. Een vallende verzekeraar besmet andere verzekeraars niet, maar kan wel schade aanrichten bij miljoenen polishouders.

Vivat staat niet op zichzelf. De sector als geheel heeft een existentieel probleem, door een combinatie van de lage rente, de verzadigde markt en wantrouwen van het publiek door de woekerpolissen. De Nederlandsche Bank (DNB) sprak donderdag nog haar „zorgen” uit. „Het verdienmodel van de verzekeringssector staat al geruime tijd onder druk”, waarschuwt de toezichthouder. DNB meent dat de toekomstbestendigheid van verzekeraars over het algemeen onvoldoende is.

Een aantal kleinere verzekeraars is al dusdanig in problemen gekomen dat DNB moest ingrijpen. Het familiebedrijf Conservatrix uit Baarn bijvoorbeeld is sinds een jaar in run-off, om te voorkomen dat het bedrijf niet meer aan zijn verplichtingen kon voldoen. Een andere grote verzekeraar, Delta Lloyd, moet voor 1 miljard euro aan aandelen uitgeven om comfortabel gekapitaliseerd te zijn.

Het maakt het onderwerp een van de meeste prangende in de financiële sector van dit moment, vooral omdat nu duidelijk wordt dat toezichthouders niet over het juiste instrumentarium beschikken om in te grijpen bij grote verzekeraars. Liquidatie van een grote verzekeraar als Vivat is nooit eerder aan de orde geweest. Een run-off evenmin.

Voor grote banken heeft Europa sinds de crisis maatregelen getroffen om in te grijpen waar dat nodig is en te voorkomen dat ze met belastinggeld gered hoeven te worden. Zo is er een bail in-mechanisme gekomen, dat inhoudt dat aandeelhouders als eerste verantwoordelijk zijn voor de redding van een bank.

Voor grote verzekeraars bestaat zo’n regeling niet, en is die ook niet in de maak. De Britse eurocommissaris Jonathan Hill (Financiële Stabiliteit) zou het voorlopig wel welletjes vinden met alle regelgeving die al op de sector is afgekomen. Financiën en DNB werken daarom nu aan wetgeving en regels om dit in Nederland wel mogelijk te maken.

Vallende verzekeraar

Voor kleine verzekeraars is er hier al een mechanisme, de Opvangregeling Verzekeraars. Als DNB die in werking stelt, worden de problematische polissen bij een andere instelling ondergebracht, en het kapitaal aangevuld door de andere verzekeraars, in ruil voor aandelen. Dit kan maar tot een bedrag van 107 miljoen euro. De levensverzekeringsportefeuille van Vivat beslaat een veelvoud hiervan.

De Grote Zes (Vivat, Nationale-Nederlanden, Aegon, Delta Lloyd, ASR, Achmea) zijn te groot om ‘bij de anderen naar binnen te schuiven’, terwijl ze miljoenen polishouders duperen als ze omvallen. Als een van hen struikelt, is er nu geen standaardmechanisme om de schade te beperken en een liquidatie-scenario te voorkomen.

Voor een verzekeraar in problemen is een run-off in going concern de zachtste oplossing. Het bedrijf neemt geen nieuwe polishouders meer aan, maar de al bestaande klanten blijven gewoon premie betalen en worden gewoon uitbetaald. Aan het einde van het langstlopende contract, over veertig of vijftig jaar, staat de teller dan op nul en gaan de laatste polishouder en de verzekeraar netjes uit elkaar. Het klinkt overzichtelijk, maar dat is het allerminst.

Redder in nood

Nog nooit heeft een Nederlandse verzekeraar van de omvang van Vivat de beslissing hoeven nemen om dit traject in te gaan. Ongewis is onder meer de reactie van de polishouders. „Het is niet uitgesloten dat polishouders hun contract niet verlengen of zelfs opzeggen”, schrijven de ambtenaren van Financiën over Vivat aan minister Dijsselbloem.

Een run-off van Vivat zou een massaontslag betekenen. De hele verkoopkant van het concern zou in één klap overbodig zijn. Daarna zou een situatie ontstaan van steeds verder krimpende inkomsten die de resterende vaste kosten moeten dekken. Nu inschatten of dat over tientallen jaren nog lukt, terwijl er ook tal van andere onzekerheden zijn (ontwikkeling van de rente, beursschommelingen, demografie) is een extreem ingewikkelde taak. Wie had vijftig jaar geleden voorspeld dat de wereld er zo uit zou zien als vandaag?

Vivat was er begin vorig jaar na lang rekenwerk van overtuigd dat het succesvol in run-off zou kunnen gaan. Maar DNB was hier nog niet zeker van, melden bronnen. Verzekeraars werken met een zogeheten ‘prudentiële marge’ bij het bepalen van het bedrag dat ze moeten aanhouden voor het uitbetalen van klanten. Vivat meende dat de marge niet nodig zou zijn en dus ten goede kon komen aan de polishouders. De toezichthouder vond echter dat Vivat er niet vanuit mocht gaan dat die veiligheidsmarge overbleef. Als DNB geen Verklaring van Geen Bezwaar zou kunnen afgeven voor Vivats run-offplannen, was het Dark Skies-scenario realiteit geworden.

De opluchting bij DNB zal groot geweest zijn toen SNS Reaal en Anbang er samen uitkwamen en de toezichthouder geen besluit meer hoefde te kiezen tussen run-off en liquidatie. DNB moest daarna nog wel goedkeuring geven aan de overname door Anbang. Een beslissing waarop ongetwijfeld grote druk stond, gezien de alternatieven.