Kan fast fashion duurzaam zijn?

H&M profileert zich als duurzaam bedrijf. Ze proberen kleren te recyclen en lonen te verhogen.

Een jas van luxueus brokaat, gemaakt uit PET-flessen. Een feestelijke broek, versierd met kralen die deels zijn gemaakt van gerecycled glas. Een zonnebril van gerecycled plastic, drie verschillende trouwjurken van biologische zijde.

De nieuwe Conscious Exclusive collectie van H&M, die vanaf aanstaande donderdag te koop is, bewijst dat duurzaamheid en echte mode uitstekend samengaan. Het is niet het enige duurzame project van de keten. Sinds een aantal jaar is duurzaamheid beleid bij H&M, dat ook in de gewone collecties steeds meer verantwoorde stoffen gebruikt en zich inzet voor een ‘Fair Living Wage’ voor textielarbeiders.

H&M wordt daar ook voor geprezen. Onlangs werd het door het Ethisphere Institute uitgeroepen tot het meest ethische bedrijf ter wereld. Solidaridad, dat H&M adviseert, noemt het „een voorloper”. Maar, erkent Anna Gedda, H&M’s hoofd duurzaamheid, „we zijn er nog niet”.

Een aantal ontwerpen uit de Conscious Exclusive

Duurzame fast-fashion

H&M is natuurlijk niet de enige keten die goedkope kleding verkoopt en elke week iets nieuws in de winkels heeft hangen. Maar wel een van de eerste, en, in Nederland, de grootste. Sinds 1989 zijn er in Nederland 126 filialen geopend, plus webshop. De komst van H&M heeft niet alleen veel (niet perse in lagelonenlanden producerende) middenmerken de kop gekost, het heeft ook de houding tegenover mode veranderd. Wie voor weinig geld een tas vol kleren kan kopen, hecht zich minder aan die kleding. In Engeland wordt eenvijfde van de kleding maar één keer gedragen, zo wees in 2012 een onderzoek van Marks & Spencer uit.
Bijzondere collecties als de Conscious Exclusive lijn en de jaarlijkse samenwerkingen met bekende ontwerpers zijn duurder dan de andere collecties, ook voor H&M trouwens; er wordt relatief weinig aan verdiend. Maar ze zijn goed voor het imago en brengen mensen naar de winkels die daar normaal misschien niet zouden komen. Waardoor H&M ook weer meer gewone kleren verkoopt.
Hoe is dat alles te rijmen met de uitdaging „mode duurzaam te maken en duurzaamheid mode” (CEO Karl-Johan Persson)? Wie duurzaamheid serieus neemt, kan eigenlijk niet anders dan verantwoord geproduceerde kleding kopen, maar moet ook minder kledingstukken aanschaffen, om zo het milieu zo min mogelijk te belasten.
H&M’s hoofd duurzaamheid Anna Gedda zegt zich niet te herkennen in de term fast fashion: „Wij maken mode die mensen zich kunnen veroorloven, waar ze ook wonen. Je hoeft van ons geen vijf T-shirts aan te schaffen in plaats van een.” Zou H&M op zijn beurt bereid zijn genoegen te nemen met minder inkomsten? „Om een succesvol bedrijf te blijven, moeten we groeien”, zegt Persson in het duurzaamheidsrapport van 2014.

Milieuvriendelijk materiaal

In totaal twintig procent van de vezels die worden gebruikt door H&M – inclusief Cos, Monki, & Other Stories en Weekday, ketens die deel uitmaken van het bedrijf – is duurzaam: biologische katoen, lyocell (milieuvriendelijker alternatief voor viscose), gerecyclede wol en katoen, polyester gemaakt van PET-flessen en biologische zijde (van zijderupsen die zich voeden aan biologisch gekweekte bomen, maar wel worden gedood). Bij H&M krijgt kleding die voor ten minste de helft is gemaakt van duurzaam materiaal een groen Conscious-label.
De jaarlijkse Conscious Exclusive-collectie is voor H&M een middel om te experimenteren met nieuwe duurzame materialen, die dan eventueel hun weg vinden in de rest van het aanbod. Dit jaar zitten daar bijvoorbeeld voor het eerst denimite in, een hard materiaal dat is gemaakt van oude spijkerbroeken, en kralen van gerecycled glas.
Van de katoen bij H&M is 31 procent duurzaam. Meestal is die biologisch (H&M en C&A wisselen elkaar al jaren af als grootste afnemer van biologische katoen), maar het kan ook gerecyclede katoen zijn of zogenaamde ‘Better Cotton’ (niet biologisch, wel minder milieubelastend dan standaard katoen). Het is de bedoeling dat in 2020 alle katoen duurzaam is. De verhouding tussen de drie soorten is onzeker, omdat het afhangt van de beschikbaarheid.
Voor het elimineren van ‘gewoon’ polyester en viscose, milieu-onvriendelijke materialen die je nu nog veel ziet bij H&M, wordt „ nu gewerkt aan een doelstelling”, aldus Gedda.

Closing the loop

Wie in de winkels van H&M een volle tas oude kleren inlevert die ook van andere merken afkomstig mogen zijn, krijgt vijftien procent korting op een nieuw kledingstuk. De ingezamelde kleding wordt overdragen aan de Duitse organisatie I:CO. H&M krijgt een onkostenvergoeding voor de logistiek. Mocht er geld overblijven, dan gaat dat naar de Conscious-stichting, die onder meer de jaarlijkse Global Change Awards organiseert, een wedstrijd voor duurzame ideeën; een van de finalisten van dit jaar bedacht een manier om van sinaasappelschillen textiel te maken.
Van de nog draagbare kledingstukken, gaan de beste naar het westerse tweedehands circuit, minder goede naar Afrika (wat gezien wordt als een verstoring van de plaatselijke industrie). Van ondraagbare kleding van honderd procent katoen of wol worden de stoffen gerecycled, zodat er weer opnieuw mode van kan worden gemaakt. Andere stoffen, zoals polyester, eindigen als isolatiemateriaal of vaatdoekjes.
In 2015 haalde H&M wereldwijd 12.000 ton textiel op. Genoeg voor 60 miljoen T-shirts, meldt H&M, al zijn daar dus niet allemaal T-shirts van gemaakt. Wel heeft H&M vorig jaar een miljoen kledingstukken gemaakt die voor een vijfde van gerecycled katoen waren. ‘Closing the loop’ is het doel van dit programma. Dus: een manier vinden om veel mode te blijven produceren, zonder dat nieuwe grondsstoffen nodig zijn. Zover is het nog niet. Niet alleen zijn lang niet alle stoffen recyclebaar, katoen en wol kunnen ook niet eeuwig worden hergebruikt.

Arbeidsomstandigheden

Na de ramp in Rana Plaza, Bangladesh, maakte H&M alle fabrieken waarmee het werkte openbaar. Vorig jaar werden de stoffen- en garenleveranciers eraan toegevoegd. H&M heeft een eigen Code of Conduct voor de fabrieken. Daarnaast is het bezig een zogenaamd Fair Living Wage te implementeren, omdat het minimumloon in landen als Bangladesh niet toereikend is om van rond te komen is. Dat implementeren bestaat er uit dat H&M helpt bij het opzetten van een eerlijk salarissysteem (waarin ervaring wordt beloond), en het nastreven van een leefbaar minimumloon en acceptabele uren.
In 2013 begon H&M daarmee in drie fabrieken in Cambodja en Bangladesh. In 2015 waren dat er al 68. In 2018 wil H&M het hebben ingevoerd in 150 fabrieken, zodat 850.000 arbeiders, de helft van het totaal aantal mensen dat kleding maakt voor H&M, een Fair Living Wage verdient.
Hoeveel arbeiders in die 68 fabrieken zijn er al echt op vooruit gegaan en hoeveel is een Fair Living Wage? Dat is beide onduidelijk. „Dat bedrag kunnen wij niet vaststellen, dat doen de vakbonden”, aldus H&M’s Anna Gedda. „Er zijn in Bangladesh nog weinig vakbonden. Wij moedigen arbeiders aan ze te beginnen.” Maar The Asia Floor Wage (een collectief van vakbonden en ngo’s) heeft in 2013 wel al redelijke lonen voor Azië berekend. Voor Bangladesh zou dat 259,80 euro per maand moeten zijn.
In 2014 kregen arbeiders die in Bangladesh voor H&M werkten 79 euro per maand, 12 euro meer dan het minimumloon. Waarom zorgt H&M er niet gewoon voor dat ze veel meer krijgen? Gedda: „Je kunt niet zomaar een parallelle structuur opzetten, die niks te maken heeft met de realiteit in een land.”
De organisatie Schone Kleren Campagne roept H&M al sinds vorig jaar op bedragen te noemen waar naartoe wordt gewerkt. Tara Scally: „Zolang die niet worden genoemd, is het voor arbeiders lastig om in discussie te gaan, dan wordt het loon hoogstens een beetje opgeschroefd. Bovendien zijn de resultaten nu niet controleerbaar.”