Mijn leerling Najim Laachraoui was geen slechte jongen

Najim Laachraoui blies zichzelf op op Zaventem. Als puber droomde hij van een maatschappij die de islam zou waarderen. Hij had die droom niet erger kunnen kapotmaken, zegt zijn oud-leraar Bruno Derbaix.

Najim was een vrolijke, vlotte jongen. Hij was nieuwsgierig, had veel interesses en discussieerde graag. Maar uit onze gesprekken bleek dat hij erg boos was op de school en op een maatschappij die de islam niet begreep. Hij voelde zich niet gewaardeerd. Hij was intelligent genoeg om de gebreken en beperkingen te zien van zijn leerkrachten en van een wereld die neerkeek op zijn godsdienst. Ik kon hem niet helemaal ongelijk geven.

Op de middelbare school had zijn islam niets gewelddadigs. Integendeel, hij legde enthousiast uit dat islam ‘vrijheid’ was en ‘vrede’ en ‘onderwijs’. Een systeem dat volgens hem veel beter aan de behoeften van de mens kon voldoen dan dat van ons in het Westen.

Maar tegelijkertijd veranderde zijn gedrag. In dat laatste jaar kweekte hij een baardje. Hij wou meisjes geen hand meer geven. Dat was niet ongewoon voor een islamitische Brusselaar, op zoek naar zijn Belg-zijn en zijn godsdienst.

Zoals vele anderen werd hij heen en weer geslingerd tussen verschillende invloeden. Ook die van het wahabisme, met zijn websites en boeken die in Brussel zo gemakkelijk te vinden zijn.

Ik herinner me zijn mondelinge examen in dat laatste jaar nog heel goed. We hadden een lang gesprek. Ik voelde zijn diepe overtuiging van de superioriteit van de islam tegenover het westerse model, en ook zijn wrok tegen dat laatste. Ik zei dat hij zou moeten opletten om niet in trots en woede te stranden. Hij lachte en zei dat ik me geen zorgen moest maken.

Op 21 maart gaf de Belgische politie deze foto van Najim Laachraoui vrij.Foto Belgische politie/AP

Najim ging studeren. Toegepaste wetenschappen, hoorde ik. Ik weet niet hoe hij zich voelde in dat milieu, waar volgens mij weinig over geloof en godsdienst wordt gepraat. Andere oud-leerlingen vertelden me dat hij zichzelf bleef: charismatisch, vriendelijk, de verdediger van een vreedzame islam. Maar ik heb ook gehoord dat hij zich gekwetst voelde door de commentaren over de islam en moslims aan de universiteit.

Een paar maanden later hebben een collega en ik nog een mailtje van hem gehad. Om ons een zalig kerstfeest te wensen. We hebben hem allebei geantwoord maar hoorden daarna niets meer van hem. Misschien wilde hij niet meer discussiëren. In elk geval lijkt zijn ‘zalig kerstfeest’ mij nu een verwijt. Alsof hij wou zeggen:‘Ik denk nog aan jullie, maar wie geeft nog om de islam’?

Nee, Najim was geen slechte jongen. Hij was vriendelijk en behulpzaam. Nee, hij was geen jongen die begon te haten omdat hij om zijn gedrag of uiterlijk werd gepest. Nee, zijn ouders verwaarloosden hem niet, hij kreeg liefde en een goede opvoeding. Nee, hij was niet een van de vele jongeren die door het schoolsysteem worden gebroken, van de ene mislukking in de andere vallen en alleen als gangstertje respect krijgen. Nee, hij was geen verschoppeling die van de kleine criminaliteit in het banditisme belandde en van het banditisme in het terrorisme.

Najim was geen jongen zonder toekomst. In weerwil van zijn naam en van zijn kleur hadden zijn succes op school en zijn intelligentie deuren voor hem geopend. En dat had zo kunnen blijven.

Ik zei tegen Najim dat hij moest opletten om niet in trots en woede te stranden. Hij lachte en zei dat ik me geen zorgen moest maken

Waarom? Verdomme, Najim, hoe is het zover kunnen komen?

Waarom heb jij je ideaal van een vreedzame ‘volmaakte godsdienst’ geruild voor barbaarsheid en verwoesting? Waarom heb jij, liefhebbende zoon, je familie, je wijk, je samenleving in de steek gelaten? Hoe heb je kunnen doden, Najim? Hoe heb je aanslagen voor anderen kunnen plannen? Waarom heb je die laffe, barbaarse bommen gemaakt die lichamen en ledematen uiteenrijten en die veel meer vernietigen dan alleen maar levens? Hoe heb je zoveel lijden kunnen aanrichten?

Ik vond je een toffe jongen, Najim. Nu voel ik alleen droefenis en woede en schaamte. Jij hebt met je daden angst en schande gebracht over je familie, je vrienden, je school, je gemeente, je stad, je land, je godsdienst. Het zal moeilijk zijn om daar overheen te komen. Als puber droomde je van een maatschappij die de islam zou waarderen, die hem een plaats zou geven.Je had die droom niet erger kunnen kapotmaken.

Hoe is het verdomme ook met ons zover kunnen komen? Waarom hebben wij bijna veertig jaar lang toegelaten dat het wahabisme zo dominant werd in de moskeeën, de boekhandels, de wijken?

Waarom hebben wij niet ingezien hoe gevaarlijk dat was voor die godsdienst van de vrede en voor de moslims die vreedzame mensen zijn? Interesseerde de islam ons zo weinig dat we niet merkten dat hier slechts één versie aan bod kwam, de versie die het minst verzoenlijk is met onze maatschappij? Interesseerde de migratie ons zo weinig dat wij niet begrepen dat het normaal was dat een ‘gemengde’ jongere zijn afkomst en zijn godsdienst verkende, en dat daar begeleiding bij nodig was?

Waarom hebben wij de krachten die in het onderwijs naar verandering streefden, niet meer weerklank en meer middelen gegeven? De mensen die probeerden te stoppen met uitsluiten en straffen? De mensen die leerden om beter om te gaan met diversiteit? Al die mensen die hun best deden opdat jongeren echt de ruimte zouden krijgen om zich te ontplooien?

Waarom hebben wij niet gereageerd op al die video’s van IS op het web? Waarom hebben wij te laat ingezien hoe belangrijk het is dat jonge mensen leren omgaan met het internet en de nieuwe media?

Waarom hebben onze moslimintellectuelen niet meer inspanningen geleverd om op het internet, in de moskeeën en in de publieke ruimte die andere islam aan bod te laten komen? De islam waar Najim als puber van hield, de islam van liefde, vrede, vrijheid en onderwijs? Waarom hebben we niet meer middelen gegeven aan de mensen die dat wel deden? Als we hun werk meer zichtbaarheid hadden gegeven, dan had de islam een ander gezicht gekregen dan dat van star traditionalisme of terroristisch geweld.

Waarom is het in deze maatschappij zo moeilijk om over ideeën te praten? Waarom is er in de scholen, in de wijken, aan de universiteiten zo weinig ruimte om van gedachten te wisselen, onze verschillen met elkaar te confronteren, een dialoog te voeren? Hoe hebben we een wereld laten ontstaan waarin zo weinig over godsdienst wordt gepraat?

Nu rouwen we, maar we zullen ook moeten nadenken. Ik hoop dat we Najim en de anderen niet als ‘vreemden’ gaan zien. Hun parcours heeft raakpunten met het onze, en die moeten we herkennen. Onze scholen en onze maatschappij moeten veranderen. Ik hoop met hart en ziel dat die verandering meer dialoog zal opleveren, meer ruimte voor het verschil, meer opvoeding. En ik hoop vooral dat ze de jongeren meer aan het woord zal laten komen.