Meer rotzooi minder kliko’s

Door de kredietcrisis kwam de economie ‘tot stilstand’. Dat mag natuurlijk niet, dus riep de premier ons op om vooral een flatscreentelevisie of een auto te kopen. Ook worden wij sinds 2008 op gezette tijden geïnformeerd over het ‘consumentenvertrouwen’. Televisieberichten over dit onderwerp worden steevast geïllustreerd met opnamen van winkelcentra en grootwarenhuizen, waar de stijging of daling van dat vertrouwen zich zou moeten vertalen in meer of minder aankopen.

Afgelopen week was het weer zover. Het gaat weer goed met de economie, er is groei en het ‘consumentenvertrouwen’ neemt toe.

Om het bericht te illustreren, had de NOS deze keer gekozen voor de tuinbranche. Er zit een weekend met lekker weer aan te komen, door de aanhoudende kou is er veel achterstallig tuinonderhoud, kortom, het werd het tijd om eens flink wat geld te gaan uitgeven in een tuincentrum, zo luidde de boodschap.

En niet zuinigjes alleen wat viooltjes inslaan, nee, hup, de hele boel opnieuw, voor een paar honderd euro, sprak de groenadviseur, tevens detaillist.

Toevallig had ik de dag daarop vrij, de zon scheen, inderdaad, dus ik nam de hint ter harte en ging aan de slag. Maar zo eenvoudig als het was om bij het tuincentrum een kingsize kar vol te laden met pootgoed, heesters, mosbestrijder en wat niet al, zo lastig bleek het om af te komen van de verdorde planten die ik gerooid had. Het krappe groencontainertje zat al gauw vol.

Wie meer kwijt wil, moet naar het gemeentelijk afvalcentrum, om de zaak onder toezicht van een man in een lichtgevend pak in de juiste container te kieperen, met een goede kans dat hij je terugroept omdat er één ligustertak naast de bak ligt. Of zijn pinapparaat trekt omdat je door je ‘quotum’ heen bent.

Bij ons is het tot een bepaald gewicht nog gratis, in steeds meer gemeenten wordt dat afgeschaft. Hetzelfde met gewoon huisvuil: de kloeke containers die daar ooit voor op straathoeken stonden, zijn vervangen door ingenieuze ondergrondse kokers, met half zoveel capaciteit. Ik heb nog nooit zo’n batterij gezien die niet schuil ging onder een forse berg ongesorteerd vuilnis.

Het staat zelfs in Paul Schnabels blauwdruk voor ons toekomstige onderwijs: „Toekomstgericht onderwijs moedigt leerlingen aan om nieuwe ideeën en producten te bedenken en ontwerpen.” Nieuwe producten bedenken en kopen, het wordt ons voortdurend ingefluisterd, maar tegelijk wordt het steeds lastiger om van je afval af te komen.

De overheid (met de NOS als spreekbuis) geeft hier een tegenstrijdige boodschap af: wie mensen aanspoort tot de productie en aanschaf van flatscreens, auto’s, siervijvers en ‘nieuwe producten’, zou misschien grótere kliko’s moeten verstrekken in plaats van steeds kleinere. Zou de openingstijden van de milieustraat en ons jaarlijkse stortquotum misschien moeten verruimen, in plaats van beperken. Je kunt wel gaan hoarden, maar daar wordt ook steeds strenger tegen opgetreden. Voor je het weet heb je zo’n opruimteam over de vloer.

Genietend van een biertje en een zomerklare tuin zat ik dit te overdenken, toen de telefoon ging. Een vriend, tevens schrijver. Hij wilde me even attenderen op de verschijning van een essay. Niet lang geleden zou het door een krant of tijdschrift direct zijn gepubliceerd, nu had het maanden op de plank gelegen.

Daar heb je het weer. Iedereen wil schrijven, iedereen ís aan het schrijven, het aanbod aan schrijfcursussen en -workshops is nog nooit zo groot geweest, en tegelijk nemen de afzetmogelijkheden alleen maar af. Bladen verdwijnen, kranten worden dunner, uitgevers selectiever.

Spullen, producten, artikelen, de brede kant van de trechter wordt steeds breder, de smalle kant steeds smaller. Meer rotzooi, minder kliko’s. De burger in de afvalnota’s is een andere burger dan in de CPB-prognoses. En hij wil niet lezen, maar wel gelezen worden. Te veel push, te weinig pull.