Meer dan 5.000 wielrenners op EHBO

Met de toenemende populariteit van wielrennen stijgt het aantal ongelukken. Veertigplussers zijn kwetsbaar.

In vijf jaar tijd is het aantal wielrenners dat op de spoedeisende hulp belandt, verdubbeld. Dit blijkt uit onderzoek van nationaal expertisecentrum VeiligheidNL, dat alle acute en ernstige letsels van ongeveer eentiende van de ziekenhuizen in Nederland analyseert. Kwamen er in 2010 nog 2.000 wielrenners op de spoedeisende hulp, in 2014 is dit gestegen tot een aantal van 5.100.

Vooral mannen van veertig jaar en ouder belanden op de spoedeisende hulp, constateert VeiligheidNL. De leeftijdsgroep is kwetsbaar: als ze vallen, gaat het vaak goed mis. De botten worden al wat brozer, de lijven die de klap moeten opvangen, al wat strammer. Vaak vallen ze opzij en vangen de klap op met hun heup of een uitgestoken arm. Breuken – vooral van sleutelbenen, ribben en heupen – en inwendige bloedingen komen veel voor.

De gevolgen zijn groot, want naast ernstig letsel, brengen wielrenongevallen hoge kosten met zich mee. VeiligheidNL berekende dat een gemiddeld ziekenhuisbezoek van een gevallen wielrenner 2.900 euro kost. Wielrennen veroorzaakt hiermee relatief dure sportblessures.

Reden voor de hoge kosten is onder meer de snelheid waarmee de renners rijden (gemiddeld zo’n 35 kilometer per uur). Ongevallen op deze snelheid dwingen tot uitgebreid fysiek onderzoek. „Soms voelen patiënten bepaald letsel niet” zegt een traumachirurg, „omdat de pijn van het ene letsel het andere ‘overstemt’”.