Mannen in pakken op de hogeschool

Onderwijs Zoals veel andere grote instellingen van het hoger onderwijs is de Hogeschool Utrecht, de derde van Nederland, grootschalig en centralistisch geworden. Het hoogopgeleide personeel wordt kinderachtig behandeld, met oekazes van bovenaf.

Gebouw van de Hogeschool Utrecht (35.000 studenten). Foto Istock

Op de afdeling Diensten van de Hogeschool Utrecht (HU) circuleert sinds juli jongstleden een opmerkelijk document. Het is een brief zonder hogeschoollogo waarin een leidinggevende zichzelf een gratificatie zou toekennen van een bruto maandsalaris extra, plus vakantiegeld. Hij is zowel afzender als geadresseerde.

De medewerker is niet zomaar iemand, maar een voormalig bankmanager die de Dienst Human Resources runt van de school die zich profileert als University of Applied Sciences Utrecht. Volgens de brief is de leiding van de hogeschool „zeer tevreden” over zijn „rol in de transitie” en de wijze waarop hij „de gewenste cultuurverandering” uitdraagt. „Je toont hierin een hoge mate van loyaliteit en betrokkenheid” – aldus de brief. De „transitie”, waar hij zoveel lof voor verdient, bestaat onder meer uit het laten afvloeien van tegen de 200 hogeschoolmedewerkers. Toen de brief uitlekte, explodeerde de geruchtenmolen van de hogeschool. „Moet je zien: ze zijn tot alles in staat”, fluisterden ongeruste personeelsleden die op de wip zaten elkaar toe. „Die huurlingen ritselen bonussen voor zichzelf om ons te ontslaan.”

Onderzoek wees uit dat het een automatisch gegenereerde brief betrof, terwijl de gratificatie door het College van Bestuur (CvB) was goedgekeurd. „Er is diezelfde dag een nieuwe brief uitgegaan, met een correcte ondertekening door zijn leidinggevende. Niets aan de hand, dus. Dat deze versie onder het personeel circuleert, weet ik sinds een paar weken”, zegt Jan Bogerd, voorzitter van het CvB.

De directeur Human Resources maakte onderdeel uit van een team saneerders, overgekomen uit het bedrijfsleven, dat binnen een paar jaar het aantal werknemers van de afdeling ondersteunende diensten met twintig procent heeft gereduceerd. „Na het zuur komt nu het zoet. We kunnen hierdoor de komende jaren flink extra geld aan onderwijs besteden”, zegt Bogerd.

Maar voor veel medewerkers, vooral ondersteunend personeel, is de sfeer vergiftigd na de reorganisatie die niet zo mocht heten. Dat uit zich in ziekteverzuim en een verstikkende sfeer. In een recent (door een extern bedrijf uitgevoerd) werkbelevingsonderzoek noemde 39 procent van het personeel het werkklimaat „onveilig”, tegen slechts 29 procent „veilig”. Nauwelijks een derde van het personeel voelt zich vertegenwoordigd door de medezeggenschapsorganen. De werkdruk is hoog (60 procent krijgt de taken nooit af). Ook vindt 61 procent dat belangrijke beslissingen vaak „uit het niets” komen.

„De hiërarchie is steiler geworden. We hebben steeds meer hoogopgeleid personeel, dat steeds kinderachtiger wordt behandeld. Dat is een onzalige ontwikkeling voor een kennisorganisatie”, zegt Cees Braas, voorzitter van de Hogeschoolraad.

Change managers

Zoals veel andere instellingen van het hoger onderwijs is de Hogeschool Utrecht, de derde van Nederland, grootschalig en centralistisch geworden. De 35 duizend studenten en 3.500 medewerkers vormen een amalgaam van hogere beroepsopleidingen, van verpleging en chemie tot journalistiek die samenkomen op het reusachtige Utrecht Science Park, in de wijk De Uithof. Op een aantal gewaardeerde masters na, krijgen de meeste Utrechtse opleidingen in de Keuzegids het oordeel „gemiddeld” van deskundigen en studenten.

Chris van der Heijden, docent aan de school voor Journalistiek, herinnert zich de gemoedelijke, professionele sfeer toen hij vijftien jaar geleden bij de HU kwam. „Met zijn allen runden we een school. Afspraken over examens en studiedagen gingen in een soort harmonie. Nu worden vanuit het hoofdkantoor allerlei oekazes de school ingeschoten. Niemand weet waarom’’, zegt hij. „We zijn een verticale organisatie geworden. De gevolgen zijn niet te overzien. Er ontstaat een papieren werkelijkheid. Jonge mensen durven daar niet tegenin te gaan, want ze zijn bang voor hun baan. Niemand is verantwoordelijk, er wordt steeds meer verwezen naar protocol.”

Zo’n zelfstandige kolos moet worden gestuurd, en de besteding van het onderwijsgeld gecontroleerd. Dat gebeurt via prestatieafspraken met het ministerie van OCW. Daarin staan streefcijfers. De top wordt daarop afgerekend en moet vaak stevig ingrijpen om de cijfermatige doelen te halen. Dat is een belangrijke oorzaak voor de strakkere hiërarchie van veel universiteiten en hogescholen. Vooral docenten en medewerkers in het hoger onderwijs voelen die. De studenten zijn na vier jaar weer vertrokken, en hebben de macht van de klant. Zij kunnen stemmen met de voeten door naar een andere hogeschool te gaan.

In mei 2012 werd een serie prestatieafspraken tussen OCW en de hogeschool vastgelegd. Er zouden relatief meer docenten komen, aldus de hogeschool, die ook beloftes deed over zaken als studierendement en overheadkosten. Lukte dit niet, dan zou de hogeschool worden gekort. De meeste klappen moesten vallen bij de afdeling Diensten, verantwoordelijk voor financiën, roosters, gebouwen, personeelszaken en computers.

Van de 1.100 medewerkers moest twintig procent vertrekken. Die reductie zou via natuurlijk verloop bereikt worden, dachten de bestuurders. Braas van de Hogeschoolraad vond deze bezuiniging op ondersteuning „geen foute ontwikkeling”, mits de opbrengsten aan het onderwijs ten goede zouden komen. „Er werd geklaagd dat er met de kaasschaaf steeds uren afgingen van de docentenvergoedingen”, zegt hij. Ook de meeste studentenvertegenwoordigers in de Hogeschoolraad ondersteunden dit streven.

Maar de voorgenomen personeelsreductie werd in het eerste jaar bij lange na niet gehaald, waarna besloten werd tot het binnenhalen van change managers uit het bedrijfsleven. De uit de bankwereld afkomstige Ilan Westphal, volgens carrièresite Linkedin Chief Operating Officer van de hogeschool, zette zich samen met andere „pakkenmannen” aan de vernieuwingsoperatie.

Steeds meer klusjes

Het bleef niet bij één target. De Diensten-afdeling moet niet alleen worden afgeslankt, maar ook „ontvlochten” van de faculteiten. Voor journalistiekdocent Van der Heijden houdt dat in dat hij met een computerprobleem niet meer naar „Jan-Willem aan het eind van de gang” kan stappen. „Ik moet nu een mail sturen, en krijg nummertje 6079 toegewezen voor de afhandeling”, zegt hij. „Als ik antwoord krijgt, is het probleem allang opgelost.” Een recent onderzoeksrapport ondersteunt dit beeld: docenten hebben steeds meer klusjes gekregen, die vroeger door ondersteunend personeel werden verzorgd, zoals lokalen opruimen, cijfers invoeren, administratie aanvullen en lijstjes bijhouden.

Er is een papieren werkelijkheid ontstaan

Chris van der Heijden docent HU

Daarnaast moeten de faculteiten de komende jaren worden ontbonden in afdelingen met „teams” van docenten en onderzoekers. Het aantal vierkante meters moet met 30 procent worden gereduceerd. Lerarenkamers worden afgeschaft, docenten en studenten werken straks kris kras door elkaar op interne „studiepleinen”. Niemand heeft meer een eigen plek. Over dit experiment, bedoeld om de kantoorruimte beter te benutten, wordt gemengd gedacht. In gebouwen waar de nieuwe manier van werken is ingevoerd, vluchten docenten soms naar de wc om buiten de nieuwsgierige blikken van studenten tentamens te corrigeren.

Kind van de rekening door de ambities van de top is de medezeggenschap van medewerkers. De Personeelsraad van de geplaagde afdeling Diensten, die moest meepraten over de bezuinigingen, stapte vorig jaar december collectief op omdat volgens voorzitter Jacqueline de Vogel de „medezeggenschap met voeten was getreden”.

De nieuwe „pakkenmannen” hielpen het „natuurlijke verloop” van het personeel een handje. Ingehuurde managers moesten zich committeren aan het bezuinigingsdoel van 20 procent. Chefs werden aangespoord om bij de jaarlijkse functioneringsgesprekken vijf procent van hun personeel als onvoldoende te beoordelen. Op één onvoldoende volgde een verbetertraject, twee onvoldoendes leidden tot ontslag. In de tweede helft van vorig jaar kregen 18 ondersteunende medewerkers – allemaal externen – een ander soort contract, waardoor zij niet langer telden als ondersteunend personeel. Dit was een slimmigheidje van een speciaal hiervoor in het leven geroepen taskforce.

De voor een hogeschool harde manier van saneren leidde tot meldingen bij vertrouwenspersonen. Totaal waren er 179 in 2013-2014 en 129 in 2014-2015. Het aantal meldingen aan de drie parttime ombudsmannen steeg van 45 in 2011 naar 83 in 2014, zo blijkt uit de jaarverslagen.

Docenten moeten op hun tellen passen. Chris van der Heijden verloor bijna zijn examenbevoegdheid omdat hij aan een student had geschreven dat hij zich schaamde voor de trage besluitvorming en administratieve rompslomp. Van der Heijden verbaast zich over de angst, de intimidatie en de geringe openheid. „Hoe stellen ze zich dan voor om journalisten op te leiden?”, vraagt hij zich af.

Patrick Ubags, docent ICT, werd bedreigd met rechtspositionele maatregelen door zijn directeur die geen genoegen nam met de ‘toon’ waarop Ubags zijn kritiek verwoordde. Dat kwam ook in zijn personeelsdossier terecht. Deze reactie ging de voorzitter van het CvB, Jan Bogerd, te ver. Hij liet de aantekening uit het dossier van Ubags verwijderen. Toch werkt Ubags inmiddels elders als docent. Een verademing, vindt hij.

Na scherpe protesten probeerde het CvB vorig jaar de situatie bij de afdeling Diensten te verzachten. Zo kregen managers te horen dat zij niet langer vijf procent van hun werknemers als onvoldoende moesten beoordelen. En na een conflict met de medezeggenschapsraad over de begroting kreeg de GroenLinkse consultant en senator Frits Lintmeijer opdracht om onderzoek te doen naar de bejegening van het personeel bij de „transitie’’.

Ruim de helft van de managers liet hem weten zich aangespoord te voelen om strenger te beoordelen. Uit interne documenten blijkt dat externe krachten nog steeds harde opdrachten krijgen om werknemers te ontslaan. In een getekende overeenkomst staat bijvoorbeeld dat de dienst Onderwijslogistiek in twee jaar tijd afscheid moet nemen van 23 procent van het personeel.

Heidagen

Bij al deze spanningen ontstond onder het zittende personeel het gevoel dat de „pakkenmannen’’ het wel erg goed voor zichzelf hadden geregeld. De ingehuurde topmanagers werd per uur 110 tot 120 euro betaald; gages die begin 2015 werden aangepast aan het nieuwe maximum van 107,29 euro per uur uit de Wet Normering Topinkomens.

En er waren akkefietjes. Waarom mocht een belangrijke interimmer uit het transitieteam die daarnaast één dag per week bij de Belastingdienst werkte 40 uur per week bij de hogeschool declareren? „Ik heb hele weekenden met hem doorgehaald om plannen klaar te krijgen”, zegt de financiële man van het CvB Anton Franken hierover. „Daar komt die 40-urige werkweek vandaan.” De agenda en twee afgetekende werkbriefjes van de medewerker, ingezien door NRC, vertellen echter dat hij in het weekeinde niet werkte en wekelijks een volle werkdag elders aan de slag was.

„Voor vier dagen per week inhuren en voor vijf dagen betalen is niet gebruikelijk”, zegt Jan Bouwens, hoogleraar accountancy aan de Universiteit van Amsterdam. „Er kan wel een toeslag worden betaald boven de gebruikelijke schaal. Maar als je in de richting van 80.000 euro per jaar gaat, dan word je gewoon betaald voor de job.’’ Jan Bouwens, hoogleraar accountancy aan de Universiteit van Amsterdam, begrijpt wel dat het inkomensplafond van de Wet Normering Topinkomens „soms knelt”. „Maar je moet je er wel aan houden.”

Chefs moesten vijf procent van hun personeel als onvoldoende beoordelen

En waarom hield de leiding zo vaak heidagen met overnachtingen in Doorn, Lage Vuursche en andere buitenoorden? In 2015 stonden er elf van die sessies gepland. Alleen al de begeleiding door een strategisch adviesbureau kostte 90.750 euro. Volgens de hogeschool waren de heidagen hard nodig, voor de professionalisering van leidinggevenden en het doorspreken van de „transitie’’.

Naar de gratificatie en andere financiële kwesties werd op aandringen van de Hogeschoolraad een „diepgravend en onafhankelijk” integriteitsonderzoek gedaan, dat volgens het CvB alle betrokkenen vrijpleitte. De afdeling corporate control van de hogeschool voerde het onderzoek uit, dat nadien werd gecontroleerd door Hoffman Bedrijfsrecherche.

Het onderzoek nam de twijfel bij het morrende personeel niet weg. Zij vinden het gek dat Ilan Westphal zowel de formele opdrachtgever was van het onderzoek als de eindverantwoordelijke voor de mensen die onderzocht werden. Hoogleraar accountancy Bouwens is dat met hen eens. Zo’n onderzoek zou door een echt onafhankelijke partij moeten worden gedaan, bij voorkeur van buiten de instelling, zegt hij. Die moet rapporteren aan de Raad van Toezicht, en niet aan de Raad van Bestuur. Het versterkt het gevoel dat voor de top andere normen gelden dan voor de rest.

Braas van de Hogeschoolraad hoopt dat de „laatste fase van de topdownbenadering” is aangebroken. „ Het moet nu eindelijk de andere kant op”, zegt hij. Toevallig werkt hij nog in een klassieke kantoortuin, achter klapdeurtjes. Collega’s zijn jaloers op hem. Zij leven al in de toekomst van het hoger onderwijs: op een flexplek op het studieplein, met elders in het pand één metertje boekenplank.