Maakt Epke nog wel kans op de Spelen?

Na een jaar van gezondheidsproblemen dringt voor Epke Zonderland de tijd om in topvorm te komen. Rio is al snel.

Vanwege de druk op zijn hoofd kan Zonderland hooguit twee van de gebruikelijke vier vluchtelementen uitvoeren. Foto ROBIN VAN LONKHUIJSEN/ANP

Epke lacht, zoals alleen Epke kan lachen. Met die goedmoedige twinkeling in zijn ogen. Het is die vertrouwde, geruststellende weerspiegeling van Zonderlands gemoedstoestand. Zijn innerlijke rust is, na een periode van onzekerheid, teruggekeerd.

Een bemoedigend signaal, nadat een tweetal weken geleden zijn blik nog dof was geweest. Epke Zonderland was toen ten einde raad. Een griepje en weer een verdikking van de slijmvliezen die zijn bijholten afsloten. Moest hij, na een operatie eind december, opnieuw medisch gesleutel aan zijn hoofd toestaan. Een tegenslag, een terugval. Zou het nog goed komen voor de Spelen in Rio? Zou hij zijn olympische titel aan rek kunnen verdedigen? De turner had gerede twijfels.

De terugkeer van zijn olijke blik betekent hersteld vertrouwen in zijn olympische toekomst. Maar dan moet tussen nu en ‘Rio’ nieuwe tegenslag uitblijven, anders gaat de tijd écht dringen. Zonderland heeft tien à twaalf weken nodig om in topvorm te geraken. Dat moet lukken.

Er is één complicatie: plaatsing voor de Spelen is nog niet afgedwongen. Die zekerheid kan hij krijgen op 16 april – op uitgerekend zijn dertigste verjaardag – als Nederland zich op het olympisch kwalificatietoernooi in Rio voor het eerst als team hoopt te plaatsen. In dat geval mag Nederland vijf turners afvaardigen. Bij samenstelling van de olympische ploeg is een medaillekans het leidende criterium. Dan hoeft Zonderland zich geen zorgen te maken. En evenmin ringenspecialist Yuri van Gelder, schonk technisch directeur Hans Gootjes van de turnbond vrijdag op een persconferentie in Nieuwerkerk aan den IJssel al klare wijn.

Rekoefening afwaarderen

Maar komt het olympisch kwalificatietoernooi niet te vroeg voor Zonderland? Het zal erom spannen. Zaterdag, tijdens een interland tegen Frankrijk in Waddinxveen, is de grote test. Dan zal blijken of vooral zijn aangepaste rekoefening hoogwaardig genoeg is voor een reisje Rio. Er is twijfel, omdat Zonderland zijn oefening noodgedwongen heeft moeten afwaarderen van een uitgangswaarde van 7,7 naar 6,2 punten. Vanwege de druk op zijn hoofd kan hij hooguit twee van de gebruikelijke vier vluchtelementen uitvoeren. De vraag is of zijn score op het kwalificatietoernooi dan nog van toegevoegde waarde voor het teamresultaat is.

Zo niet, dan heeft Zonderland er vrede mee. Het voordeel is dat hij zich dan in alle rust op de Spelen kan voorbereiden. Het risico is dat Nederland zonder Epke verminderde kansen heeft op een plaats bij de beste vier van de acht deelnemende landen. Bij die uitkomst mag Nederland één turner naar Rio afvaardigen. Bij zo’n scenario treedt een intern, individueel kwalificatietraject in werking, waarbij Zonderland met geduchte concurrentie van Van Gelder, Jeffrey Wammes, Casimier Schmidt en Bart Deurloo te maken krijgt.

Ander nadeel van absentie op het olympisch kwalificatietoernooi is dat Zonderland geen kennis kan maken met de olympische turnhal. Vier jaar geleden, in Londen, heeft hij ervaren hoe waardevol dat is geweest. „Toen kende ik de organisatiestructuur, wist ik hoe de arena eruitzag en kon ik me focussen op de wedstrijd.”

Voor Zonderland hangt alles af van zijn gezondheid. En die liet hem het laatste jaar vaak in de steek. Het begon met een hersenschudding na een zware val van de rekstok. Dat wreekte zich op de WK in Glasgow, waar Zonderland zich met een podiumplaats individueel voor de Spelen had kunnen plaatsen. De olympisch kampioen haalde niet eens de finale.

Dichtgeslibde bijholten

De hersenschudding werd kort voor Kerst gevolgd door een operatie aan dichtgeslibde bijholten. Het herstel leek in januari de goede kant op te gaan, tot een griepje een tweede, weliswaar kleinere operatie, noodzakelijk maakte en hem ver terugwierp. Dat maakte hem onrustig, omdat de voorbereidingstijd op Rio in serieus gevaar leek te komen. Met het hersteld is zijn optimisme teruggekeerd. Het kan nog, een tweede gouden kunstje op de Spelen. Hij is weer vol vertrouwen – „want ik ben het turnen nog niet verleerd”. Waarna die bekende, brede lach zijn gezicht siert.