It’s the masculinity, stupid

Verkiezingen VS De race om het Witte Huis draait dit keer meer dan ooit om de vraag wie het ‘nationale alfamannetje’ moet worden.

Illustratie Hajo

Vergeet terrorisme, ongelijkheid, gezondheidszorg, immigratie, klimaatverandering, politiegeweld. De race om de beste kandidaat voor de Republikeinse partij lijkt deze maanden niet te draaien om wie de beste ideeën heeft, maar om de vraag wie de primitiefste man is.

Nadat de Republikeinse presidentskandidaten in februari al in debat gingen over de lengte van hun penissen, gingen ze afgelopen week in discussie over de kuisheid en de schoonheid van hun vrouwen.

Donald Trumps ‘kleine handen’ zouden voor iets anders staan, suggereerde Marco Rubio afgelopen winter. Nee hoor, reageerde Trump, er is nergens iets mis.

Een anti-Trump campagnegroep publiceerde eerder deze maand een foto van Trumps echtgenote Melania als model, met de „Next First Lady” naakt gedrapeerd op een bontvelletje. Trump dacht dat zijn rivaal Ted Cruz hierachter zat, en dreigde in een tweet „een boekje open te doen” over diens vrouw Heidi. Ook retweette Trump, toch al niet bekend om zijn vrouwvriendelijkheid, een foto van Heidi Cruz met een vertrokken gezicht, naast een glamourportret van Melania Trump. „Soms zegt een beeld meer dan 1.000 woorden”, stond erbij.

Wees voorzichtig, of ik doe een boekje open over jouw vrouw, Ted Cruz

Donald Trump

Trump wint de machocompetitie met gemak. Vrijwel wekelijks doet hij een ongelikte beer-uitspraak waarmee hij mondiaal het nieuws haalt. Cruz is de runner-up: bij het relletje over de echtgenotes positioneerde Cruz zich agressief, maar ridderlijk. „Donald, je bent een pathetische lafaard”, zei hij eerst dreigend in de camera. En daarna: „Echte mannen proberen vrouwen niet te intimideren.”

De kandidaat die zich de vaderrol aanmeet, John Kasich, doet ondertussen niet ter zake.

Brandweerpak

Amerikaanse media beklagen zich over het bedroevende niveau van dit alles – en ze smullen ervan. Maar waarom gaan de kandidaten eigenlijk steeds in de Neanderthaler-stand? Waarom is het zo belangrijk wie een ‘echte man’ is, en wie niet?

En nu we het er toch over hebben, waarom benadrukken presidentskandidaten eigenlijk telkens weer dat ze biertappende, trucks besturende, rood vlees etende, geweer schietende, ‘echte mannen’ zijn? Jeb Bush vond het nodig een brandweerpak aan te trekken. Ted Cruz bakte in een filmpje bacon door dit om de loop van een machinegeweer te wikkelen en dat af te schieten. En Donald Trump verwees naar de goede oude tijd, toen een man een andere man tenminste nog ongestraft op zijn bek kon slaan.

Trumps borstgeroffel, betoogt Jackson Katz in zijn nog te verschijnen boek Man Enough, Donald Trump, Hillary Clinton and the politics of presidential masculinity, is de culminatie van een trend die al veertig jaar gaande is. Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn namelijk ook altijd ‘referenda over Amerikaanse mannelijkheid’.

Zodra groepen om dominantie strijden, komen tribale sentimenten en scheidslijnen bovendrijven, bewuste en onbewuste vooroordelen over ras, klasse en ook sekse, schrijft Katz. Vlak bij verkiezingen, die bepalen ‘wie het nationale alfamannetje moet worden’, daarom de feromonen niet uit.

En jullie weten wat ze zeggen over mannen met kleine handen

Marco Rubio

De filosoof Katz houdt zich bezig met de vraag wat het betekent man te zijn: hij schreef onder meer een boek over machismo. Omdat mannelijkheid doorgaans de norm is, is het als culturele constructie vaak een blinde vlek, legt hij uit.

„Vergis je niet”, mailt hij vanaf zijn vakantieadres. „Trumps opkomst is al verklaard vanuit latent racisme en haat tegen de elite in Washington. Maar wat mensen vooral naar hem toetrekt, is zijn over-de-top versie van blanke mannelijkheid, opgevoerd in een tijd dat die snel erodeert. Net zoals Hollywoodacteur Ronald Reagan begrijpt Trump hoe diep het verlangen naar een sterke man in het Amerikaanse DNA zit.”

Gezien door de bril van Katz wordt duidelijk waarom deze voorverkiezingen zo snel zijn ontaard in een wedstrijd vérplassen. Ze vinden plaats in een maatschappij met 38 procent vrouwelijke kostwinners en na recente introductie van het homohuwelijk. Een samenleving waar de levensverwachting van laagopgeleide mannen daalt. De strijd vindt ook plaats na acht jaar met de metroman Obama – gevoelig, geëmancipeerd, gekleurd – in het Witte Huis. Een president die op gezette tijden huilt voor de camera’s en die tijdens Halloween met een mandje in de hand snoep aan kleine kinderen uitdeelt – en daar ongegeneerd van geniet. Van de weeromstuit proberen de Republikeinse kandidaten zich nu om het hardst als he-man te positioneren. Met deze geurvlag laten ze weten dat zíj het zijn, die traditionele waarden en patriarchale glorie in ere zullen herstellen. Moge de beste Bokito winnen.

Dat in het Democratische kamp ondertussen een vrouw en een bejaarde in de race zijn, laat zien dat er naast de kloven tussen arm en rijk, oud en jong, zwart en blank nóg een scheur door de Amerikaanse samenleving loopt: tussen man en vrouw. Tussen 1994 en 2012 groeide de kloof in stemgedrag tussen de seksen volgens peilingbureau Gallup sterk. „Democraten komen van Venus, Republikeinen van Mars”, vat Katz de situatie samen. De laatste democraat die onder blanke mannen een meerderheid had, was Lyndon Johnson – in 1964.

Na een vermoedelijke race tussen Trump en Clinton zal deze gender gap bij de verkiezingen in november denkelijk nog groter zijn. Uit een peiling van Reuters, afgenomen nog voordat Trump deze week zei dat hij vrouwen die abortus plegen zou laten straffen (hij trok zijn woorden weer in), blijkt dat inmiddels de helft van de Amerikaanse vrouwen zegt een hekel aan hem te hebben. Maar Hillary Clinton heeft dan weer een probleem met blanke mannen. Toen ze het tegen Obama opnam in 2008, trok ze in veel staten meer van hun stemmen dan nu Bernie Sanders haar tegenstander is.

Morele cowboy

Katz legt de kiem voor deze ontwikkeling in de vroege jaren zeventig. Richard Nixon wist zowel laagopgeleide Amerikanen als de Republikeinse zakenelite voor zich te winnen door zijn harde optreden tegen de demonstraties tegen de Vietnamoorlog van ‘bums’, nietsnutten. Een jaar later werd door een besluit van het Hooggerechtshof abortus gelegaliseerd. Een recessie duwde de middenklasse, en en passant het kostwinnersmodel, op de zeephelling.

Enter, in 1981, Ronald Reagan, „een morele cowboy, die aan kwam rijden uit het westen”, een sheriff in het Witte Huis die de natuurlijke orde der dingen kwam herstellen. Nog steeds is Reagan het template waar een Republikein op terugvalt als hij het even niet meer weet. Deze week krabbelde Trump na zijn uitspraak over abortus terug door te zeggen dat hij er net zo over dacht als Reagan. (Alleen in uitzonderingsgevallen toestaan.)

Eigenlijk is het dus niet zo vreemd, als Amerikaanse verkiezingen ook een referendum over mannelijkheid zijn. Want of het nu de economische instorting van de middenklasse is, de toenemende migratie of de opkomst van achtereenvolgens de burgerrechten, de vrouwen- en de homobeweging; al een halve eeuw spant de hele maatschappij samen om de ooit van god en staatswege gegeven rechten en privileges van de blanke man uit te hollen. Als iets een conservatief dus stemmen oplevert, is dat het trekken van rode lijnen tegen maatschappelijke verandering, met als subtekst: herstel van mannelijkheid.

Hij had het over mijn handen – als die klein zijn, moet iets anders ook klein zijn. Ik garandeer u, er is geen probleem

Donald Trump

Republikeinen slaan hun tegenstanders dan ook standaard om de oren met de ‘wimp-factor’, de ‘sulfactor’, laat Katz zien. In 1987 kreeg de oudere Bush, afkomstig uit een Republikeins patriciërsmilieu, dat etiket opgeplakt in vergelijking met cowboy Reagan. Steeds worden tegenstanders afgeschilderd als zwak en soft: soft on crime, soft on terrorism, soft on migration. Volgens Katz met als niet mis te verstane ondertoon: verwijfd.

In 1984 concludeerde de Wall Street Journal: „in zekere zin hébben we al een vrouwelijke president gehad; Jimmy Carter”. In 2008 zei de rechtse talk-radio commentator Rush Limbaugh over Obama: „Hij kan geen klap incasseren, hij is zwak, hij jengelt. Het zal best dat vrouwen dat aantrekkelijk vinden, ze zien hem als een jongetje, ze willen hem beschermen. Maar als man vind ik het genant.”

Democraten slagen er volgens Katz niet in hierop een goed antwoord te formuleren. Je afschuw of verachting uitspreken over borstgeroffel zoals veelvuldig gebeurde over ‘cowboy’ Reagan en nu bij Trump, werkt niet. Want voor de aanhang van de kandidaat in kwestie is zoiets geen verwijt maar een compliment: het onderstreept diens machismo. „Je kunt moeilijk te mannelijk zijn”, schrijft Katz. Vandaar dat de breed geventileerde afkeer van zijn gedrag op Trumps verkiezingsresultaten tot nu toe geen effect heeft.

Een meisje

De grote vraag is nu hoe deze genderdynamiek uitpakt als een verplassend jongetje het voor het eerst in de geschiedenis gaat opnemen tegen een meisje.

Hillary Clinton lijkt in het voordeel om één doorslaggevende reden: demografie. In 1992 maakten blanke mannen nog meer dan 40 procent van het electoraat uit. In 2012 was dat nog maar 35 procent. Trump mikt erop, dat afgehaakte blanken voor hem massaal naar de stembus zullen trekken. Maar als hij zo doorgaat, blijven blanke vrouwen thuis. En tegelijkertijd zullen latino’s en vrouwen in groten getale uitrukken om hem tegen te houden.

De Republikeinen hebben nóg een nadeel, mailt Katz. Ze kunnen hun wimp-factorstrategie voor het eerst sinds 1972 niet inzetten. Ze kunnen Hillary Clinton moeilijk afschilderen als verwijfd; ze is namelijk een vrouw.

Maar dit zal Donald Trump een zorg zijn. In een nieuw campagnefilmpje liet hij deze maand eerst Vladimir Putin zien die in een worstelpartij zijn tegenstander vloert. Daarna een IS-terrorist die zijn pistool op de kijker richt. En toen Hillary Clinton die op een campagnebijeenkomst kefte als een hond (bij het vertellen van een anekdote). Vrouwen kunnen het niet, was de boodschap. Anno 2016.

Wordt het Mars of Venus in het Witte Huis?