Inval bij Shell zat eraan te komen

Weer is Shell negatief in het nieuws wegens Nigeria. Het OM verdenkt het concern van corruptie rond een olieveld.

Drijvend opslag- en productieplatform voor de kust van Nigeria. Shell exploiteert in Nigeria zo’n 50 olievelden, die 739.000 vaten olie per dag produceren. Foto Shell

Dat justitie op een dag op de stoep zou staan, hadden de juristen van Shell mijlenver kunnen zien aankomen. De concessie voor olieveld OPL 245, voor de Nigeriaanse kust, was vanaf dag één omstreden.

Het ‘bezoek’ op 17 februari van rechercheurs van de FIOD en medewerkers van het Openbaar Ministerie aan het hoofdkantoor van Shell in Den Haag, grijpt terug naar een deal uit 2011. Toen betaalden Shell en het Italiaanse Eni de Nigeriaanse overheid 1,3 miljard dollar voor de rechten op het olieveld OPL 245, voor de Nigeriaanse kust, met een geschatte voorraad van ruim 9 miljard vaten olie. Het geld zou voor een groot deel zijn verdwenen in de zakken van een voormalige Nigeriaanse olieminister en mogelijk ook van Italiaanse betrokkenen.

Het Italiaanse Openbare Ministerie is al ruim anderhalf jaar met de zaak bezig. Deze week bleek ook het Nederlandse parket in actie te zijn gekomen. Verder doen het Verenigd Koninkrijk en Nigeria zelf onderzoek in de affaire. Shell zegt, net als Eni dat eerder al deed, volledig mee te werken aan het onderzoek en de verdenking van corruptie „serieus” te nemen.

Van 20 miljoen naar 1,3 miljard

Het dikke dossier over OPL 245 begint in 1998 als de Nigeriaanse olieminister van dat moment, Dan Etete, een aantal concessies toekent aan Nigeriaanse bedrijven. Daarbij komt diepzee-olieveld OPL 245 in handen van het bedrijf Malabu, dat enkele dagen daarvoor is opgericht en algemeen in verband gebracht wordt met de olieminister zelf en met een zoon van de president van dat moment, Sani Abacha. Op papier is de prijs 20 miljoen dollar, in de praktijk zal Malabu nooit meer dan twee miljoen betalen.

Dat is het moment dat ook Shell in beeld komt. Malabu wil de multinational als partner (40 procent) om het veld te exploiteren. Maar president Abacha overlijdt en Malabu verliest zijn protectie. Er komt een nieuwe regering, die alles herroept. Er volgt een nieuwe aanbesteding die voor 210 miljoen dollar gewonnen wordt door Shell, nu zonder Malabu.

Malabu vecht die beslissing met succes aan. In 2006 komt het olieveld weer in handen van Malabu en staat Shell, tot eigen verrassing, buitenspel. Nu is het Shell dat juridische actie onderneemt: de multinational daagt Nigeria voor de geschillencommissie van de Wereldbank, meldt The Economist.

Malabu is nog steeds niet in staat om OPL 245 zelf te exploiteren en gaat weer op zoek naar partners. Twee tussenpersonen – de Russische oud-diplomaat Ednan Agaev en de Nigeriaan Emeka Obi – speuren de markt af en komen uiteindelijk uit bij het Italiaanse Eni. En toch ook weer bij Shell.

In 2011 is de deal rond: Eni en Shell kopen de concessie voor 1,3 miljard dollar. Van Malabu? Nee, van de Nigeriaanse overheid, die er door de verkopers tussen is geschoven. Het geld komt uiteindelijk toch bij Malabu en Etete terecht. In de wonderbaarlijke Nigeriaanse geldvermeerdering, waarin zakenleven en overheid onnavolgbaar door elkaar lopen, is de oorspronkelijk 20 miljoen dollar nu 1,3 miljard geworden.

Safe-sex-constructie

De constructie is als volgt: Malabu verkoopt OPL 245 aan de Nigeriaanse overheid en die verkoopt het door aan Eni en Shell. Op die manier hoeven de Europese oliemaatschappijen geen zaken te doen met de voormalige olieminister Etete, de man achter Malabu, die inmiddels in Frankrijk veroordeeld is wegens witwassen.

De Russische tussenpersoon Agaev, die nauw bij de deal betrokken was, zou later openlijk spreken van een safe-sex-transactie. De Nigeriaanse overheid fungeerde volgens hem als condoom tussen het besmette Malabu en Shell en Eni. Agaev deed die uitspraak overigens voor de Amerikaanse rechter in een zaak die hij zelf had aangespannen omdat Malabu hem nooit betaald had.

Shell en Eni stellen zich op het standpunt dat zij zaken hebben gedaan met de Nigeriaanse overheid en dat alle vragen dus aan dat adres gesteld moeten worden.

Maar de Britse nongouvernementele organisatie Global Witness, die corruptiepraktijken onderzoekt in de grondstoffenwereld, stelt dat Shell en Eni wel degelijk rechtstreeks zaken hebben gedaan met Etete en precies wisten hoe de deal in elkaar zat. Global Witness beschuldigt de bedrijven ervan de aandeelhouders onvolledig te hebben geïnformeerd.

De omstreden Etete heeft zelf nog wat olie op het vuur gegooid door te zeggen dat de verkoopprijs van OPL245 was opgepompt om ook functionarissen van Eni te laten meeprofiteren, wat geleid heeft tot een gerechtelijk onderzoek in Italië. En nu dus ook in Nederland.

De transactie is voor wat Shell betreft verlopen via de SPDC, de joint venture van Shell in Nigeria waarin de Nationale Nigeriaanse Oliemaatschappij een meerderheidsbelang heeft. In een afscheidsinterview met NRC zei vertrekkend SPDC-topman Mutiu Sunmonu vorig jaar dat SPDC zich strikt aan de regels houdt. „Wij maken geld over naar een officiële overheidsrekening. Elke afdracht is openbaar. Wat er verder gebeurt kan ik niet zien. Ik wil ook geen politieagent voor de overheid zijn.”