‘Ik werk gewoon door in de brandweerkazerne’

Maarten Steinkamp (53) is wat je noemt ‘binnen’, maar werkt zich toch een slag in de rondte. „Ik kan nooit zeggen: nu even niet.”

Maarten Steinkamp : „Ik moet elke twee maanden even weg. Als ik er niet tussenuit ga, word ik gek.” Foto David Galjaard

Maarten: „Ik zat in mijn appartementje in Singapore toen de fax van het adoptiebureau binnenkwam. Na vijf jaar wachten kregen mijn vrouw en ik eindelijk een voorstel voor een kind, uit China. Héél langzaam kwam de fax met de foto van het meisje eruit rollen. Ik moest nú beslissen of ik dat wilde.”

„Ik weet nog goed dat ik daar zat, fax in de hand, na te denken over wat ik moest doen. We waren het adoptieproces in 1995 begonnen, maar ondertussen liep ons huwelijk voor geen meter meer. Maar ja, zonder getrouwd te zijn kun je geen kind adopteren, en we hadden het hele proces samen doorlopen. Ik hield bovendien genoeg van deze vrouw om het haar te gunnen, en wilde het zelf ook. Toen dacht ik: fuck it, je moet je gevoel volgen. En zo werd ik vader van mijn dochter.”

„De eerste jaren zat ik voor werk vaak in het buitenland, maar ik heb me het schompes gevlogen om haar regelmatig te zien. Elke twee weken, waar ik ook zat, vloog ik terug naar Nederland. Met haar moeder ben ik op papier nog een jaar getrouwd gebleven. Ik heb een geweldige relatie met mijn dochter – we liggen soms gierend van het lachen op de grond.”

Eigen bedrijven

„Ik zou niet weten hoeveel ik werk. Tachtig uur? Veertig uur? Ik houd het niet bij. Er zijn dagen dat ik vanaf het opstaan tot aan het naar bed gaan werk. Maar er zijn ook dagen dat ik ‘s middags lekker op de bank naar buiten zit te staren, of voor inspiratie een dagje naar Londen vlieg. Ik heb meerdere bedrijven, dat zijn net kinderen. Mijn werk gaat altijd door. Ik kan nooit zeggen: nu even niet. Maar tegelijkertijd hoef ik er ook niet altijd bovenop te zitten. Als de kinderen buitenspelen, heb je ook even vrij.”

„Ik heb jarenlang voor platenmaatschappij Sony BMG Music gewerkt, uiteindelijk als directeur Europa. Mijn beroep was mensen beroemd te maken. Ik ben nog steeds nauw betrokken bij de muziekindustrie, nu via muziekmaatschappij CNR Records België. En ik zit in de lekkere dingen: ik ben mede-eigenaar van bedrijven als Jamin, Multivlaai, CrepeAffaire en Damn Good Tosti’s.”

„Na mijn zakelijke muziekcarrière, kwam mijn businesspartner naar me toe: ‘Ik ga Multivlaai kopen, doe je mee?’ Ik zei: ‘Multivlaai, dat is toch failliet?’ En zo begon het. Nu ben ik ook general manager voor Jamin. Dat heeft een hele interessante doelgroep: jongeren. Ze vinden zes maanden iets leuk en willen daarna weer iets nieuws. Gelukkig weet mijn dochter Sarah precies wat hot is: ‘Pap, dat moet je niet doen, dat wil niemand meer.’ Het gaat om de hits, net als in de muziekindustrie.”

Kortenhoef

„Ik moet elke twee maanden even weg. Als ik er niet tussenuit ga, word ik gek. Mijn businesspartners weten dat ook allemaal: ‘O, hij moet weer.’ Gelukkig heb ik die vrijheid.”

„Vroeger was ik verknocht aan het dorp Kortenhoef. Ik zat in elk comité dat er maar was – van polsstokspringen, tot de plaatselijke veemarkt. Ik wist zeker dat ik er wilde blijven wonen. Mijn vader reisde veel, maar dat leek me niks. Totdat ik via mijn werk de kans kreeg in Londen te wonen. Als er eenmaal een nomade in je zit, gaat die er nooit meer uit. Inmiddels heb ik heb overal gewoond: Singapore, Maleisië, Londen, New York, München, Parijs, Miami, Canada… Daar heb ik trouwens nog een restaurant.”

„Nu woon ik gedeeltelijk in Haarlem, en gedeeltelijk in Kortenhoef, voor mijn dochter. O, en één dag in de week in Antwerpen. Kortenhoef zie ik een beetje als mijn werkkantoor. Sarah noemt het ‘de cockpit’: in de woonkamer staan drie laptops.”

„Al dat reizen maakt je efficiënt: ik heb nooit haast, ben altijd op tijd, en heb nog nooit een vliegtuig gemist. Voorbereiding is alles, maar tegelijkertijd moet je niet alles plannen. Als iemand om zeven uur belt: ‘Ga je mee bier drinken?’ Dan denk ik: leuk.”

Brandweerman

„Het was ooit mijn grote droom brandweerman te worden. Maar ja, dat was een populair beroep, dus ik kwam er niet tussen. Sinds vorig jaar draai ik weer mee als vrijwilliger bij brandweer Gooi en Vechtstreek. Soms wel zeven dagdiensten in de maand, ik heb een jaar moeten trainen om fit genoeg te zijn. Nu blijf ik elk weekend hardlopen, anders komt opa niet door de keuring.”

„Omdat mijn werk bestaat uit bellen, mailen en afspraken maken, kan ik op de kazerne ook werken. Dan laat ik mijn afspraken daar gewoon heen komen, en zeg ik van tevoren: ‘Als het pand verdacht veel lijkt op dat van de brandweer, dan klopt dat.’ Het is wel eens voorgekomen dat ik na tien minuten al moest uitrukken.”

„Ik heb nooit financiële zorgen, want ik heb altijd goed verdiend. Toen ik na twintig jaar bij Sony BMG Music wegging, kreeg ik een aardige exitbonus. Ik wist nooit precies wat de definitie van ‘binnen’ zijn was, maar toen ik het uitrekende kwam ik erachter dat ik eigenlijk niet meer zou hoeven werken. Ik denk dat veel mensen dat niet eens weten. De jongens van de brandweer denken dat ik gewoon vlaaien rondrijd.”