Hoe foto’s ons bedriegen

De expositie Performing for the Camera in Tate Modern, Londen toont hoe fotografen spelen met de spanning tussen echtheid en verleiding.

Amalia Ulman: Excellences & Perfections, 2015Courtesy the Artist & Arcadia Missa

Kijk, daar gaat ie. Meteen bij de ingang van de grote Tate Modern-tentoonstelling Performing for the Camera hangt Yves Kleins klassieke foto Le Saut Dans le Vide (1960). We zien daarop hoe Klein van een dak springt van een huis aan de Rue Gentil Bernard in Fontenay-aux-Roses bij Parijs. Je gelooft het niet: languit, armen wijd, vermetel als een duiker (of een zelfmoordenaar) zweeft Klein drie meter boven het plaveisel – alsof hij gelooft dat hij een vogel is. Een geweldige foto, die al snel beroemd werd als symbool van de nieuwe artistieke en maatschappelijke vrijheid van de jaren zestig. Kijk maar, je hoeft je als kunstenaar niets aan te trekken van de wereld of van de traditionele wetten. Zelfs niet van de zwaartekracht. Alles kan!

Nou ja, bijna alles dus. Want natuurlijk is Kleins foto wel degelijk een montage en het leuke is dat op Performing for the Camera ook precies getoond wordt hoe Klein het deed. Naast de bekende Saut hangen ook de originele foto’s (gemaakt door het duo Harry Shunk en János Kender) waaruit Klein zijn werk samenstelde: een van de lege Rue Gentil Bernard en een tweede waarop we Klein in de lucht zien hangen – alleen staan er nu op straat een stuk of zes, zeven mannen die een dikke vangdeken torsen en een tikje benauwd Kleins val afwachten. Toch is die montage niet de reden dat Le Saut zo prominent wordt getoond: dat is het feit dat het beeld zo goed is gemaakt dat je even, en misschien zelfs wel langer, gelooft dat Klein daadwerkelijk van dat dak is gesprongen. En zo gek is dat ook niet: tien jaar later liet de Nederlandse kunstenaar Bas Jan Ader zichzelf filmen terwijl hij daadwerkelijk van een dak af rolt – geen valscherm te zien.

Het is nu een dagelijks dilemma

Kleins val-foto verbeeldt daarmee perfect het thema van Performing for the Camera: de vraag in hoeverre we foto’s kunnen vertrouwen, of beter: de vraag in hoeverre elke foto, in het bijzonder elk portret, een strijdtoneel vormt tussen werkelijkheid en manipulatie. Die kwestie is bijna een dagelijks dilemma geworden sinds de opkomst van de selfie, die in essentie natuurlijk niet meer is dan een idealiserend zelfpromotiebeeld. Door de enorme aanwezigheid van selfies is de gemiddelde kijker zich er steeds meer bewust van geworden dat elke (portret)foto voor een deel uit werkelijkheid bestaat en voor een deel uit versiering en verfraaiing. Tegelijk botst de onzekerheid die dat oplevert met het onuitroeibare verlangen elke foto te beschouwen als een representatie van een beeld dat er echt is geweest, een moment dat is gezien en niet onopgemerkt gebleven.

Gevolg is dat je eigenlijk weet dat je iedere afzonderlijke foto zou moeten beoordelen op zijn balans tussen waarheid en manipulatie, maar dat doet niemand. Daarvoor zijn het er te veel en zijn ze trouwens ook veel te verleidelijk.

Daar ligt dus interessant terrein voor kunstenaars, want met die spanning tussen echtheid en verleiding kun je spelen, manipuleren. En daarom is het extra spijtig dat het ‘performen’ aan het begin van de expositie nogal letterlijk wordt genomen. De eerste zalen tonen vooral (documentaire) foto’s van legendarische kunstperformances uit de jaren vijftig en zestig, bijvoorbeeld de serie waarin de Japanse kunstenaar Saburo Murakami door een reeks opgespannen ‘schilderijen’ rent. Vanuit kunsthistorisch oogpunt zijn die foto’s geweldig (ook al omdat ze vaak het enige bewijs zijn dat de performances überhaupt hebben plaatsgehad), maar fotografisch is het nogal saai – je krijgt toch een beetje een ‘je hád er bij moeten zijn’-gevoel.

Maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt: al snel wordt Performing for the Camera een ingenieus spel tussen de ‘echte’ werkelijkheid, de werkelijkheid op de foto en die van de toeschouwer. Alle vormen van manipulatie komen voorbij, waarbij het uiteindelijk telkens om twee vragen gaat: in hoeverre weerspiegelt een foto iemands ‘ware’ identiteit en wat is het motief om die identiteit te manipuleren? Dat gaat wel wat verder dan ijdelheid: machtsvertoon bijvoorbeeld, zoals bij Erwin Wurm die supermodel Claudia Schiffer in het kader van de ‘hogere kunsten’ zover krijgt om te poseren met een bord soep op haar hoofd. Maar het kan ook ongegeneerde marketing zijn, zoals bij Jeff Koons, Andy Warhol en Joseph Beuys of het maken van feministische statements, zoals bij Lynda Benglis, Hannah Wilke en Valie Export.

Maar de beste foto’s zijn natuurlijk die waarin de verwarring toeslaat. Neem de geweldige, in Nederland veel te weinig gewaardeerde fotograaf Hans Eijkelboom die vier foto’s toont uit de serie With My Family (1973). Op elke foto zien we Eijkelboom als gezinsvader, met vrouw en kinderen, in een huiskamer – alleen is het op elke foto een ander huis en een ander gezin. Het idee was simpel: Eijkelboom vroeg aan zijn buurgezinnen of hij met ze op de foto mocht terwijl de vader afwezig was en nam de plaats van de vader in. En jawel, op iedere foto is elke gezin even overtuigend en gelukkig, terwijl je als toeschouwer weet dat er minstens drie gelogen zijn – en besef je meteen weer hoeveel enscenering en manipulatie er schuilt onder die klassieke, gelukkige gezinsportretten.

Groot maar nep op Instagram

Prachtig is ook de serie van de Engelse fotograaf Martin Parr, die al twintig jaar lang, tijdens zijn reizen over de wereld, er een gewoonte van maakt om zichzelf te laten fotograferen in obscure fotohokjes en fotostudio’s. We zien Martin Parr (die hoge ogen zou gooien in een wedstrijd ‘onopvallendste man op aarde’) als bodybuilder, in de bek van een haai, als Victoriaanse Engelsman, met z’n hoofd uit een bollenveld – vaak in de meest afschrikwekkende zuurstokkleuren. Het effect is hilarisch, maar het is ook een slim statement over de invloed van de fotograaf – Parr heeft overduidelijk weinig vertrouwen in de ‘objectieve macht’ van de fotograaf.

En jawel, natuurlijk eindigt Performing for the Camera met Amalia Ulman, de eerste kunstenaar die een ster werd via Instagram. Ulman begon in april 2014 een Instagram-account waarop we haar volgen terwijl ze (zoals zoveel meisjes) carrière probeert te maken in Los Angeles’ glamourwereld. Ze volgt paaldanslessen, laat haar borsten vergroten en post selfies aan de lopende band: in de lift, in nieuwe kleren, met boodschappentassen aan haar armen, haar achterwerk keurend in de nieuwste lingerie. Het lijkt allemaal glitter en glamour, maar als toeschouwer voel je ook ongemak: blijkbaar is dit slaafse kopieergedrag dé manier voor jonge vrouwen om aan de hedendaagse normen te voldoen en succes te hebben – Ulman had binnen een half jaar al 89.000 volgers. Toen maakte ze bekend dat het verhaal van 175 foto’s fictie was (inclusief de borstvergroting); ze had alleen maar willen laten zien hoe makkelijk je op een medium als Instagram de wereld kunt manipuleren – maar daar als jonge vrouw ook macht mee verwerft. Want mensen kijken. En steeds opnieuw, want ze willen verleid worden, zelfs als ze bedonderd worden waar ze bij staan. Dat maakt Performing for the Camera zo prettig weerbarstig: er is altijd meer en het is altijd de moeite waard er naar te zoeken. Al is het maar uit respect voor jezelf.