Hoe de cocaïne onzichtbaar werd

Douaniers zijn betrokken bij cocaïnesmokkel in de haven. Hoe doen ze het precies? Hoe wijdverbreid is de corruptie?

De scan van de container waarin 220 kilo cocaïne zat die de politie niet kon vinden. Foto Tammy van Nerum

Op zondag 22 februari rijdt Gerrit G. de parkeerplaats op van het sportpark in ’s Gravenzande, een dorp net boven Hoek van Holland. Even verderop liggen de velden van voetbalclub FC ’s-Gravenzande waar Gerrit lid is van de Business Club. Maar de kalende vijftiger heeft nu andere beslommeringen. Op het terrein staat een oudere man in een trainingspak op hem te wachten. Het is Henk E., een bekende drugssmokkelaar uit het Rotterdamse. De ontmoeting wordt vastgelegd door de recherche die Gerrit G. en Henk E. al enige tijd volgt.

Gerrit G. werkt als douanier in de Rotterdamse haven en de politie vermoedt dat hij zich laat omkopen door drugshandelaren. Het onderzoek naar Gerrit G. is zeer gevoelig omdat zijn afdeling juist direct betrokken was bij de bestrijding van grootschalige drugshandel. Bovendien kon Gerrit G. jarenlang zijn gang gaan en werkte hij samen met tenminste vier verschillende drugshandelaren. Een van hen is Henk E., die volgens de politie bezig is met grootschalige invoer van cocaïne via de haven van Rotterdam. Het vermoeden bestaat dat Gerrit bewust cocaïnetransporten van Henk E. laat passeren.

Die zondagochtend wordt Gerrit uitbetaald, zo vermoedt de politie op basis van eerder afgeluisterde gesprekken tussen Henk E. en diens zoon Marco. De mannen hebben het over „drie en een halve ton”, 350.000 euro. Als Henk E. en Gerrit G. elkaar rond het middaguur ontmoeten gaan er felicitaties over en weer. De twee worden niet alleen geobserveerd, zo blijkt uit het strafdossier over de douanier, het gesprek wordt ook afgeluisterd. „Komt helemaal goed”, zegt Gerrit tegen Henk. „En de volgende keer allemaal klein?’, vraagt Henk. „Ja”, zegt Gerrit. „Doe maar in briefjes van 50 euro.” Henk: „Okay.”

Het vermoeden bestaat dat Henk E. samen met zijn zoon Marco en een aantal handlangers dat weekend een partij van 220 kilo cocaïne heeft ingevoerd in een container uit Panama. Om die reden heeft het zogeheten HARC-team van de politie de lading containers laten doorzoeken. Alle 206 containers zijn opengemaakt en 25 containers zijn door de scanner gehaald. En toch hebben ze niets kunnen vinden, de ervaren mannen van het HARC-team, het acroniem staat voor Hit And Run Cargo. Grote vraag: hoe heeft dat kunnen gebeuren?

Een schip vol ananassen

In de nacht van 6 op 7 februari meert de Hammonia Antofagasta aan in de haven bij het Panama Kanaal. Het schip, dat een lijndienst onderhoudt tussen West-Europa en Zuid-Amerika, laadt die nacht zes containers gevuld met ananassen. De lading is bedoeld voor een fruithandelaar in Ridderkerk, zo staat in de zogeheten bill of loading, de stapel papierwerk die bij de container hoort. De politie vermoedt echter dat die ananassen een dekmantel zijn. Een dag daarvoor, op 5 februari 2015, hadden ze Henk en zoon Marco horen praten over ene ‘Gucci’ die zegt dat ze „220 gaan laden”.

In datzelfde gesprek hebben ze het ook over de vergoeding voor Gerrit G. Hij krijgt voor zijn diensten een vast percentage van de waarde van de totale lading drugs. In dit geval komt dat neer op een bedrag tussen de 325.000 en 350.000 euro.

Voor dat geld hoeft Gerrit G. niet veel te doen, blijkt uit het onderzoeksdossier over de verdachte douanier. Op 16 en 17 februari 2015 neemt Gerrit in het speciale systeem van de douane zendingen met containers in behandeling. Hoewel de containers van Henk E. als verdacht zouden moeten worden aangemerkt, kunnen ze de haven zonder controle verlaten. Gerrit heeft ze er in zijn woorden „uitgetrokken”.

Althans, dat denkt hij. Wat Gerrit op dat moment niet weet is dat hij al maanden wordt gevolgd en afgeluisterd door de politie. Als de Hammonia Antofagasta op vrijdag 20 februari 2015 aanmeert in de haven van Rotterdam staan aan de kade van de Waalhaven medewerkers van het HARC-team te wachten voor een inspectie. Alle 206 containers worden geopend om te zien of er tassen met verdovende middelen zijn geplaatst.

Uit een proces-verbaal van de doorzoeking blijkt dat er niets wordt gevonden. Daarna worden 25 containers gescand. Met een mobiel apparaat wordt een röntgenbeeld gemaakt van iedere container die inmiddels op een vrachtwagen is gezet. Die foto wordt beoordeeld door scananalisten om „andere vormen van smokkel” te ontdekken. De 6 containers met ananas die zijn geladen in Panama worden allemaal gescand. Er wordt echter niks gevonden. De containers worden vrijgegeven.

Een inschattingsfout van de politie

Medewerkers van Henk E. halen die zaterdagmiddag een van de containers op met een gehuurde vrachtwagen. Ze rijden zonder problemen het haventerrein af en worden ook niet gevolgd door de politie. Het lijkt een inschattingsfout. Achteraf reconstrueert de politie dat de verdachte container naar een loods in Krimpen aan de Lek is vervoerd. Daar is de 220 kilo cocaïne waarschijnlijk uit de container gehaald.

Het vermoeden van de politie dat er wel degelijk cocaïne aan boord was van de Hammonia Antafogasta, wordt enkele dagen later bevestigd in een gesprek tussen de twee verdachten. „Maar weet je waarom ze het niet gepakt hebben?” vraagt Henk aan zijn zoon Marco. „Omdat die pallets tegen elkaar aan staan”, zegt Henk. „Daar konden ze niet doorheen kijken.”

Hebben Henk en Marco E. zo de methode gevonden om de controle in de Rotterdamse haven te ontwijken? In dat geval zit er een gat in de zogeheten 100 procentscontrole die in de haven wordt uitgevoerd. Gerrit G. suggereert dat er iets anders aan de hand is. Na zijn arrestatie in april 2015 vertelt de gevallen douanier dat hij niet de enige corrupte overheidsdienaar is in de Rotterdamse haven. Hij noemt de naam van ene Gerti V. Deze douanier is onlangs ook aangehouden op verdenking van corruptie. Ook over andere collega’s en de leden van het HARC-team heeft Gerrit blijkens zijn verklaringen nog wat te vertellen. „Ik ga jullie zeker nog verrassen, absoluut. Die mensen hebben meer dan twee jaar van mijn leven vertieft. Ik ben lastiggevallen en bedreigd en dat neem ik hen kwalijk”, zegt Gerrit G. over zijn collega’s bij het HARC-team.

    • Jan Meeus