Column

Het referendum, het ware doel en de ongepubliceerde gevolgen

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Oekraïnereferendum en het lijden van Van der Steur. Ofwel: de volksraadpleging, de verholen gevolgen en intussen: nieuwe realiteiten in VVD- en PvdA-top.

Donderdagmorgen stond ik een paar uur op de stoep bij de Service Apotheek Woerden. Een versleten winkelpand in het Woerdense Schilderskwartier, de wijk die ik vaker bezoek – What’s the matter with Woerden? - omdat mensen er bijna altijd volgens het landelijke beeld stemmen.

In Den Haag kon ik maar geen hartstocht over dat Oekraïnereferendum registreren, dus ik dacht: laat ik het eens in Woerden proberen.

Er was regen en wind voorspeld - maar de zon scheen. Opgeruimde mensen, vooral ouderen, veel fietsers in windjack, die hun medicijnen in papieren zakjes meekregen.

Ik kwam tot zeventien gesprekjes, mensen begonnen meestal meteen over Van der Steur. Ook Wilders kwam veel voorbij, want die durft tenminste.

Als ik het Oekraïnereferendum aansneed – niemand begon hier zelf over – liet bijna iedereen in het midden of ze gingen stemmen. Het was niet alleen desinteresse. Ook voelde je angst voor te hoge verwachtingen: ze doen toch wat ze zelf willen in Den Haag.

Tegelijk leerde wat doorvragen me dat deze mensen in staat waren het ja-kamp woensdag een verpletterende nederlaag toe te brengen.

Het meest viel op hoe vaak ze een verband legden tussen de Brusselse aanslagen en Oekraïne. Dit krijg je nou van open relaties met onbekende landen, zei een vlot dametje van 81.

Als ik argumenten van voorstanders noemde – het gaat om democratie en handel – had je nog iets waar ik niet op berekend was.

Bedrijven die over de grens hun geld verdienen werden hier standaard ingedeeld bij „de elite”. Niet „de linkse elite”, maar: de rijkelui die geen idee hebben van het leven van de gewone man.

Dus als deze mensen gaan stemmen – moeilijk te zeggen - hangt er in Woerden niet zomaar een neen in de lucht. Dan wordt het een neen tegen al degenen die doen alsof ze het voor het zeggen hebben in dit land.

Intussen moesten Haagse politici, hoewel ook bezig met dat referendum, deze week voorrang geven aan gevoeligere zaken.

Zo was er de jongste episode in het langzame sterven van Ard van der Steur als minister van Veiligheid en Justitie.

Gelukzoeker kun je de man moeilijk meer noemen: hij moest van zijn partij de rotzooi van zijn voorganger opruimen, onder meer door vervanging van diverse topambtenaren, en een gevolg is dat hij amper een vertrouwensband met zijn apparaat heeft gekregen.

Die wederzijdse argwaan blijkt keer op keer als hij over gevoelige zaken informatie deelt met de Kamer. Hij weet dat een volgende vergissing zijn einde kan betekenen, en dus speelt hij op safe door informatie van zijn ambtenaren dubbel te checken en daarna zo steriel mogelijk aan de Kamer te sturen.

Het effect is dat de oppositie een onzekere bewindsman tegenover zich ziet, en dat zijn ambtenaren steeds schichtiger worden. Een negatieve spiraal die lastig te doorbreken lijkt.

Voor het eerst merkte ik deze week dat ook VVD'ers aarzelen of het nog goed komt. Duidelijk is dat hij de kans krijgt zijn gezicht te redden inzake het dossier van de Brusselse aanslagpleger die eerder in Nederland verbleef. Maar tekenend zijn de VVD’ers die opwerpen of het verstandig is met deze verzwakte terreurbestrijder verkiezingen in te gaan.

In de coalitiepartijen sluimeren intussen ook discussies over de toekomstige personele bezetting: een vast onderdeel van verkiezingsvoorbereiding.

PvdA’ers spreken, hoe tekenend, ineens van een ‘overgangsfase’: lange tijd was een eventueel vertrek van Samsom onbespreekbaar, nu gaat het uitvoerig over de tong.

Een optreden van Lodewijk Asscher in Buitenhof, twee weken terug, voedt de speculaties. Asscher zei steeds dat hij geen PvdA-leider wil worden; in Buitenhof hield hij die mogelijkheid voor het eerst open.

Zelf vertelde hij me deze week in de wandelgangen dat ik er niets achter moet zoeken, maar partijgenoten zien het als veelzeggend (en hoopvol) signaal.

In de VVD-top wordt nu als vaststaand aangenomen dat behalve Henk Kamp ook Stef Blok na verkiezingen uit de actieve politiek verdwijnt. Melanie Schultz van Haegen, eerder ook tot de afvallers gerekend, heeft nog geen beslissing genomen. Met Rutte willen Zijlstra, Schippers en Hennis door, al ambiëren de laatste drie allemaal een andere functie.

Ook GeenStijl-verslaggever Jan Roos, opponent van het Oekraïneverdrag, kwam twee weken terug in het nieuws als mogelijk VVD-politicus. De partij hem had gevraagd voor de Kamer, vertelde hij BNR Nieuwsradio. „Ik kan meerdere kanten op.”

Navraag bij betrokkenen leerde me dat Roos en Halbe Zijlstra een jaar of twee terug inderdaad wijn met elkaar dronken; gevolg van een weddenschap die Roos van Zijlstra won. Het klikte, ze namen een tweede fles, en Roos’ mogelijke Kamerlidmaatschap kwam ter sprake.

Zodoende voerde Roos later een gesprek met de scoutingscommissie van de VVD, die ook de concept-kandidatenlijst opstelt. Maar daar bleef het bij, vertrouwde voorzitter Paul Luijten van de scoutingscommissie me deze week toe. „Wij zagen na dit gesprek geen aanleiding voor een vervolgafspraak.”

Opponenten van het Oekraïneverdrag laten zich de laatste dagen sowieso van bijzondere zijde zien. Bart Nijman (GeenStijl) zei vrijdag tegen de Volkskrant dat het Oekraïneverdrag hem „niet zoveel interesseert”; het referendum draait er voor hem om „mensen een stem te geven die zich ergeren aan het gebrek aan inspraak, ook over asielzoekers”.

En twee bestuursleden van het Burgercomité EU, die het initiatief voor het referendum namen en dit daarna dankzij GeenStijl tot succes maakten, bekenden donderdag in deze krant aan collega Wilmer Heck dat „Oekraïne ons eigenlijk niets kan schelen”.

Hun ware drijfveer is weerzin tegen de ondemocratische EU, vertelden ze. Wat dat betreft zijn ze even negatief over Juncker als Poetin.

Het liefst zouden ze ook een referendum over een Nexit afdwingen: een Nederlands vertrek uit de EU. Maar dat zit er voorlopig niet in en dus „grijpen we alle mogelijkheden aan de relatie tussen Nederland en de EU onder spanning te zetten”.

Democratie in de praktijk: voor zowel burgers in Woerden als de drijvende krachten achter het Oekraïnereferendum gaat het woensdag dus helemaal niet over Oekraïne, maar biedt de dag een kans de nationale machthebbers een middelvinger te geven.

Al is er ook een verschil: in Woerden hoorde ik niemand die een Nexit wenst (het SCP constateerde deze week krimpende steun hiervoor), terwijl dat dus wel de onderliggende agenda van het initiërende Burgercomité is.

Het deed me denken aan een kleine pikanterie. Een andere opponent van het Oekraïneverdrag, Geert Wilders, is óók voorstander van een Nexit. Sterker: hij publiceerde twee jaar terug een Britse studie, uit subsidie bekostigd door de PVV, die aantoonde dat zakendoen voor Nederland goedkoper wordt en het overheidstekort daalt bij een Nexit.

Er zaten ook kosten aan EU-uittreding, maar die waren „bescheiden en beheersbaar”, aldus het rapport van Capital Economics van 6 februari 2014.

Het bijzondere was alleen dat dit bureau hierover in zijn onderzoeksopzet (‘Business in strict confidence’, 21 mei 2013) anders oordeelde: een Nexit kon in eerste instantie leiden tot een kredietcrisis en nieuwe overheidssteun voor banken, een herhaling van 2008.

Letterlijk stond er: ”Nervoussnes about redenominations risks and capital controls may lead to a credit crunch, which means the government would have to support the private sector.”

En het interessante was dus dat deze gevolgen van een Nexit - het grote doel van Wilders en de initiators van het Oekraïnereferendum - nooit in het openbare rapport terechtkwamen.

Ik heb destijds wel nagevraagd hoe dit kon. Het Britse bureau verwees naar de PVV; de PVV wilde niets zeggen.

Och, dat begreep ik wel.