Het antwoord bij het komende Oekraïne-referendum is: voor

Voor zover er de afgelopen tijd al sprake was van een campagne naar aanleiding van het aanstaande Oekraïne-referendum leek deze vooral te gaan over de campagne zelf. Over wie deze voerde en wie niet, over de informatieverstrekking, over de subsidies, over de vorm van de debatten. En natuurlijk was er ook volop discussie over zin en onzin van het referenduminstrument.

Maar het gaat komende woensdag maar om één ding en dat is de inhoud. Dan kunnen een kleine 13 miljoen kiesgerechtigde Nederlanders zich uitspreken of zij voor dan wel tegen de wet zijn tot goedkeuring van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne. Anders gezegd: voor of tegen nauwere samenwerking van de EU met deze voormalige Sovjet-republiek.

Tweede en Eerste Kamer gingen al eerder met ruime meerderheid akkoord. Dankzij de vorig jaar ingevoerde referendumwet kan nu gepeild worden of de meerderheid van de kiezers dezelfde mening is toegegaan. De uitslag is niet bindend, het betreft hier een raadgevend referendum.

De eerste afweging die de kiezers moeten maken is of zij gaan stemmen. Aangezien de wet een opkomstdrempel van 30 procent kent, kan het voor voorstanders van de associatieovereenkomst een overweging zijn bewust thuis te blijven om de opkomst onder de 30 procent te houden. In dat geval heeft de uitslag geen rechtskracht. Maar deze vorm van strategisch niet-stemmen betekent dat een discutabel en riskant gokelement wordt ingebracht.

Nu het referendum is uitgeschreven ligt een zuivere, inhoudelijke beoordeling van de voorliggende vraag meer voor de hand. Een vraag die wel degelijk iets te betekenen heeft. Te lang heeft het kabinet zich beperkt tot het benadrukken van de handelsvoordelen van het verdrag voor Nederland. Dat was een armetierige argumentatie. Inderdaad beslaan de paragrafen over handel het grootste deel van het akkoord omdat duizenden gedetailleerde afspraken in de trant van „het stofvrij maken of het verwijderen van roest” nu eenmaal ruimte vreten. Maar leidend bij de ‘voor-of-tegen-afweging’ zouden vooral de algemene politieke beginselen moeten zijn waar de associatieovereenkomst met Oekraïne mee begint.

Hierbij gaat het over gemeenschappelijke waarden, geleidelijke toenadering, politieke dialoog, respect voor mensenrechten versterken van fundamentele vrijheden en het bevorderen van vrede en veiligheid. Dit is de échte waarde en politieke betekenis van de associatieovereenkomst met het nog verre van volmaakte land. Het zijn tevens deze intenties die de huiver aan Russische zijde verklaren.

De associatieovereenkomst met Oekraïne is niet zomaar een verdrag. In november 2013 ging de bevolking van Oekraïne massaal de straat op nadat president Janoekovitsj onder druk van Moskou plotseling afzag van ondertekening van dit akkoord met de EU. Op het Maidanplein in Kiev scandeerden honderdduizenden betogers „Europa, Europa”. Nog dagelijks worden op dit plein de circa honderd demonstranten herdacht die in februari 2014 na drie maanden van protest door sluipschutters werden doodgeschoten. De Oekraïners die nog altijd voor hun vrijheid strijden mogen niet in de steek worden gelaten.

Aanstaande woensdag is de vraag: Bent u voor of tegen de wet tot goedkeuring van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne? Het staat iedereen vanzelfsprekend vrij te stemmen wat hij of zij wil, elke afweging is legitiem. Maar op grond van de inhoud kunnen wij niet anders dan concluderen dat het verdrag goed is voor Nederland, Europa én Oekraïne.