Digital humanities komt amper verder dan wat googelen

In het artikel ‘De belofte van het antwoord op alle vragen’ wordt digital humanities 2.0 neergezet als de heilige graal van de nieuwe geschiedwetenschap, zo lijkt het. Echter, wat wordt gepresenteerd als een doorbraak, de exploratie middels allerlei zoekfuncties van grootschalig gedigitaliseerd materiaal, komt, hoe chique ook geformuleerd, toch nauwelijks verder dan alledaags googelen. Trefwoord erin en een fractie van een seconde later het resultaat; hoe saai kan het zijn. Geschiedschrijving, de echte, is gebaseerd op tijdrovende bronnenstudie, waar nodig voorafgegaan door nog tijdrovender bronnenontsluiting. Om me tot mijn domein, de wetenschapsgeschiedenis, te beperken: zonder de Oeuvres complètes van Christiaan Huygens geen degelijke biografie van de betrokkene. Hetzelfde geldt voor de Collected papers van Albert Einstein en, te onzent, die van Frits Zernike; aan beide wordt hard gewerkt.

Wat ook opvalt aan Blokkers artikel is de totaal ontbrekende aandacht voor de geschiedenis van wiskunde, natuurwetenschap en techniek: 18 portretten van historische kopstukken telt de Geschiedenisspecial, geen enkel portret van een bètagrootheid. Intussen wordt in de trits historicus-informaticus-programmeur de programmeur hautain weggezet als ‘loodgieter’. Om heel boos van te worden!

Wat een clichés

Graag willen wij – vrouwelijke hoogleraren geschiedenis aan acht Nederlandse universiteiten – onze verbazing uitspreken over de Geschiedenisspecial (Wetenschapsbijlage 26-27 maart), die volgens ons bestaat uit een aaneenschakeling van historische clichés. We beginnen met een kwantitatieve analyse. Van de 13 eigenstandige historische illustraties is er 1 van een vrouw (= 7,6 procent). Op de 4 kleiner afgebeelde omslagen van geschiedenistijdschriften komt 1 (naakte en naamloze) vrouw voor die volgens het opschrift ‘In bed met de koning’ dook (=25 procent – maar van een andere categorie). De 7 filmposters die worden afgebeeld in het artikel over filmische verbeeldingen van het verleden tonen 6 mannen in de hoofdrol en twee vrouwen gepast op de achtergrond. (= samen 21 procent – maar van een andere categorie). In de 25 vragen van ‘De grote geschiedenisquiz’ gaat het 13 keer om een vraag naar handelingen of gebeurtenissen die betrekking hebben op een of meer geïdentificeerde personen. Daarvan gaat het slechts één keer om één vrouw.

Achter de cijfers staan onuitgesproken aannames. Uit alles blijkt een fascinatie met en (over)waardering van (grote) politiek en strijd van helden en schurken schuil te gaan.

Maar het is vandaag de dag niet meer mogelijk om het over geschiedschrijving te hebben zonder daarbij te denken aan de geschiedenis van het dagelijkse leven van ‘gewone mensen’ op basis van mondelinge bronnen, visuele en materiële cultuur, aan de geschiedenis van religie, van de veranderende verhoudingen tussen mannen en vrouwen, koloniale geschiedenis, migratie en slavernij, of aan de geschiedenis van de strijd voor sociale rechtvaardigheid en het ontstaan van wereldomspannende structuren van ongelijkheid. Het betrekken van nieuwe groepen bij professionele geschiedschrijving, waaronder veel vrouwen, heeft nieuwe grote en kleine vragen aan de geschiedenis opgeleverd en een hele reeks nieuwe historische namen. Als een van de auteurs ook maar heel even had gebladerd in het met crowd-sourcing gefinancierde, collectieve project en publiekslieveling 1001 Vrouwen, dat in een notendop één van die vernieuwingen toont, waren er in die bijlage andere verhalen verteld en hadden in ‘De grote geschiedenisquiz’ boeiender en relevantere vragen gesteld kunnen worden.

Prof. Mineke Bosch

Prof. Mieke Aerts

Prof. Carla van Baalen

Prof. Maaike van Berkel

Prof. Maria Grever

Prof. Angélique Janssens

Prof. Susan Legêne

Prof. Catrien Santing

Prof. Marlou Schrover

Prof. Berteke Waaldijk

Meedoen aan de quiz

Op www.ggq.nl kunt u nog tot en met donderdag 14 april meedoen aan de voorronde van de Grote Geschiedenisquiz. De beste inzenders maken kans op deelname aan de televisiefinale op 3 juni.

Correctie

In de geschiedenisspecial stond abusievelijk dat Willem van Oranje leefde van 1519 tot 1575. Hij leefde van 1533 tot 1584.