Eén plant per persoon moest toch mogen

Joep Oomen (1961-2016), geliefd bij wietgebruikers in heel Europa, droeg bijna in zijn eentje de beweging die streeft naar legalisering van cannabis voor eigen kweek.

Een jongen met een grote bos krullen, die voortdurend overal tegenaan schopte. Dat was Joep Oomen op de streng katholieke Jezuïtenschool in Den Haag. Met vrienden luisterde hij naar Frank Zappa en Bob Dylan. Lang haar, spijkerjasjes, nachtelijke wandelingen in de rook van een paar goede jointjes. Oomen als de scherpe debater van het groepje, zeer belezen en helder formulerend. Een klasgenoot herinnert zich dat zijn vriend opviel door „zijn enorme empathie met alles en iedereen in de marge van de maatschappij [..]. Toen al.”

De plotselinge dood van Joep Oomen, twee weken geleden, laat drugsactivisten in heel Europa verweesd achter. Oomen was de lijm van een zeer gefragmenteerde beweging die probeert in Europa cannabis voor eigen kweek te legaliseren. In zijn oude autootje reed hij van zijn woonplaats Antwerpen naar Spanje en weer naar geboorteland Nederland, hij was bij Verenigde Naties-bijeenkomsten, debatten in Brussel, ‘drugsbevrijdingsfestivals’ in Amsterdam. Altijd in dezelfde rol: orde scheppen en verbinden.

Verandering, vond Oomen, moet komen van onderaf. Zo leerde hij dat van oude revolutionairen op koffieplantages. Begin jaren tachtig was hij, reizend door Latijns-Amerika, terechtgekomen in Nicaragua, net nadat de socialistische Sandinisten zich daar met een revolutie van de dictatuur hadden bevrijd. Oomen weigerde tijdens de koffieoogst, waar hij vrijwilligerswerk deed, in de luxere barakken voor buitenlanders te slapen. Liever lag hij tussen honderden anderen in de modderige kleinere hutjes. „Typisch Joep”, schrijft Bart van Ginneken, die Oomen ontmoette in Nicaragua, op de herdenkingswebsite.

Zijn leven lang strijdt hij voor een soepeler drugsbeleid. Hij zag dat kleine gebruikers en telers werd verboden zelf wiet te kweken, terwijl criminelen tegelijkertijd enorme winsten maakten door hun waar te verkopen op de illegale markt. Onrechtvaardig, vond hij.

In juli 2006 daagt Oomen de Belgische justitie uit. Onder de ogen van de politie stopt hij, samen met vijf anderen, op een openbaar plein in Antwerpen zaadjes voor de groei van een wietplant in een pot. Het is de start van Trekt uw Plant; een social cannabis club, die wiet teelt voor haar eigen leden. Het idee: ieder lid krijgt één plant, maar de planten worden wel samen grootgebracht op een flinke kwekerij. Oomen hoopt op die manier de Belgische drugswetgeving te omzeilen. Daarin staat dat één plant per persoon is toegestaan.

Binnen een paar uur zit Oomen in de gevangenis. Er is sprake van bendevorming, vindt de politie. Het duurt nog jaren, en meerdere gewonnen rechtszaken, voor Trekt uw Plant succesvol wordt. De club heeft nu 400 leden die om de paar weken hun wiet uitgekeerd krijgen.

Drugsactivisten zijn ook niet makkelijk

Oomen probeerde alle Europese clubs die zich inzetten voor legalisering van cannabis bij elkaar te brengen. Zelf was hij het belangrijkste uithangbord van de Europese coalitie ENCOD, die een gedragscode opstelde voor kleine telers. Has Cornelissen, oprichter van de Nederlandse stichting Legalize!: „ENCOD is voor cannabisactivisten wat de UEFA is voor het Europese voetbal. Alleen was Joep in zijn eentje een wel heel groot deel van deze UEFA.”

Hij was een baken voor de internationale beweging zegt Michel Degens, oprichter van de tweede social cannabis club in België. „Een moreel kompas, iemand die je honderd procent kon vertrouwen, die het algemeen belang in alle gevallen boven zijn persoonlijk belang stelde.”

In Nederland leidde Oomen iedere vergadering van het Verbond voor Opheffing van het Cannabisverbod (VOC). Van rook doordrenkte bijeenkomsten, waarbij iedereen wel een geweldig idee door de zaal roept, dat de volgende dag wat minder geslaagd blijkt te zijn. Has Cornelissen: „Joep nam een zware taak op zich. Er was bijna geen geld, en veel politieke tegenwerking. Drugsactivisten zijn ook niet makkelijk. Vaak als je denkt: dit is delegeerbaar, dan komt er toch niets van terecht.”

Op zijn begrafenis, begin deze week, was er Boliviaanse muziek, een sjamaan en rituele dans. Zijn Boliviaanse vrouw Beatriz kwam over. De krakersbeweging was er, veel drugsactivisten natuurlijk, maar ook mensen van de Antwerpse daklozenopvang waar Oomen actief was.

De nacht voor zijn overlijden, om 01.52 uur, kreeg de Nederlandse coffeeshophouder Myranda Bruin nog een e-mail van hem. Op een VN-vergadering over drugs in april wilde Oomen een grote demonstratie organiseren. Bruin: „Hij heeft tot het laatste moment gevochten.”

Joep Oomen laat twee zoons en een kleinzoon achter. Op zijn rouwkaart, in drie talen, een laatste boodschap: ,,Vrijheid. Libertad. Liberté.”