Duif

Georgina Verbaan

Op de scheefstaande schoorsteenkap van een scheefstaande schoorsteen op een toch best wel scheef dak daalt een duif neer. Hij schuifelt wat heen en weer en legt dan zijn knokige reet te rusten op de kap. Hij ziet er rommelig uit. Het zou me allerminst verbazen als zijn collegaduiven hem De Reiger noemen. Ik bekijk hem vanuit mijn zolderraam. Ik zit op zolder te wachten, ik weet niet precies waarop. Gewoon tot er iets gebeurt, dat de was zich vanzelf opvouwt of dat er precies als ik naar de hemel kijk een gigantische meteoriet op me af komt suizen of zoiets dergelijks. Gewoon, een beetje reuring.

Dan kijkt de duif me aan. Hij doet dat met een blik die zegt, het zal mij benieuwen. Hij trekt nog net niet spottend één wenkbrauw op, spuugt me nog nét niet een klodder ongeïnteresseerd speeksel voor de voeten.

Ik voel me aangesproken. Deze vogel kijkt dwars door mij heen. Ik ben minderwaardige lucht voor De Reiger. Wat denkt zo’n vogel wel niet? Ik draag dan wel een pyjama om één uur ’s middags en ik lijk in het echt misschien helemaal niet op mijn foto’s, maar ik heb toevallig wel een gouden kalf gewonnen ja? Rotvogel. Hij blijft naar me kijken. Ik begin me af te vragen of het misschien aan zijn medische conditie te wijten is, dat hij zo naar me kijkt. Staar of zo. Ik zie weleens duiven met één poot, maar die hinkelen vaak dapper door hoor, die doen niet zo moeilijk. Hij kijkt kort een andere kant op. Ik maak van het moment gebruik om nog even de hemel af te speuren in afwachting van eventuele meteorieten. Je wil zoiets niet missen. Zeker niet als je er in principe klaar voor zat. Zoiets maak je maar één keer mee. Maar niks.

Ik voel dat hij weer naar me zit te loeren. Zijn spottende blik lijkt plaats te hebben gemaakt voor een grimas die ik vanaf deze afstand, een meter of drie, voor verbitterd houd. Och, nee toch he, denk ik, zou hij ook met stevia te maken hebben? Duiven in Nederland hebben het best goed, dacht ik. Haringkarretje hier, friettentje daar, de rommel rond de afvalbakken, een beetje brood van oude vrouwtjes en kleverige kinderen. Maar misschien zitten die duiven ook wel opgescheept met die bittere hipsterzooi die tegenwoordig overal ingeduwd wordt omdat mensen bang zijn voor suiker en good old aspartaam? Er is bijna in geen horeca-etablissement nog een lekker aspartaamzoetje te krijgen! Of sucralose desnoods. Er is niks mis met aspartaam. Is gewoon een synthetisch eiwit. Heel veel getest. Maar nee, overal die gore groene zakjes met steviakorrels. En stevia is heel veel, maar het is niet zoet. En omdat een aanzienlijk aantal mensen stevia vies vindt zijn ‘ze van de stevia’ nu bezig om met de glucosemoleculen te klooien. Jaha, het komt recht uit de natuur hoor, dat stevia! Ach die arme duiven. Misschien krijgen ze wel croissants vol stevia. Zo’n duif kan niet zelf zijn boodschappen doen, is overgeleverd aan wat de mensen laten vallen. Stevia als naam is natuurlijk ook al niet om uit te staan. Stééééviááááh. Bah. Als je een kind krijgt en het is per ongeluk geslachtsloos: noem het Stevia. Ik snap wel dat jij als duif zo korzelig kijkt, duif.

Duif? Ach, de vogel is gevlogen... Vast darmkrampen. Ik ga even douchen.