Column

Donald Trump krijgt zijn zin vanzelf al

Handel, daar is iets raars mee aan de hand. Terwijl de kritiek van politici als Donald Trump op de vrijhandel tussen landen toeneemt (America needs fair trade, not free trade), vragen economen zich af of de wereldhandel structureel vertraagt. Zoals over zoveel wezenlijke zaken in de economie zijn economen ook als het gaat om de wereldhandel sinds de crisis van 2008 op zoek naar het antwoord op de vraag: What the hell happened?

Toen de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers in september 2008 failliet ging, was het alsof de wereldhandel in vrije val raakte. De handel stortte nog veel harder in dan de westerse economieën zelf. Zo’n abrupte, brute daling van de wereldhandel was ongekend.

Al snel (in 2009) kwam er een verklaring waarover economen het grofweg eens waren. Die luidde ongeveer zo: de financiële crisis was voor ondernemers en consumenten zo onbegrijpelijk, eng en groot dat wij westerlingen collectief even de economische adem inhielden. We stelden niet al onze aankopen uit, we stelden vooral de aankoop van duurzame goederen uit, zoals auto’s, caravans en schoenen.

Laat dat soort producten nou een veel groter deel van de wereldhandel vormen dan van het nationaal product in een land. Voeg daarbij dat de productie van goederen de decennia daarvoor over de wereld verspreid was geraakt (moertjes in het ene land, motoren in het andere, auto’s in de volgende) en de val in de vraag had direct enorme gevolgen voor de wereldhandel. Bam.

De verwachting toen was dat de handel zich weer even snel zou herstellen. Als we allemaal weer normaal zouden gaan ademen, zeg maar. Dat gebeurde. Even. Sinds 2011 groeit de wereldhandel slechts mondjesmaat, niet te vergelijken met de decennia van uitbundige groei vóór 2008.

Een logische conjuncturele, en dus tijdelijke, verklaring daarvoor vind je in de matige groei in Europa en recent China. Daar is minder vraag, dus is er ook minder handel. Maar er is meer aan de hand, denkt het Centraal Planbureau. Want de groei van de wereldhandel is drastisch gedaald ten opzichte van de groei van de wereldeconomie. Lang was de handelsgroei juist vele malen groter dan de economische groei. Hoe komt dat?

Het CPB opperde deze week een aantal structurele veranderingen: China en Oost-Europa voegden zich de afgelopen decennia versneld bij de wereldeconomie. Dat zorgde voor veel investeringen en handel. Die vlakt nu af. Het lijkt er bovendien op dat de productie van goederen weer over minder landen verdeeld wordt: want robots en 3D-printers maken productie ter plekke weer logischer. Gevolg: minder handel. Andere economen voegen daar nog een verklaring aan toe: landen belemmeren sinds de crisis de handel door hun eigen industrieën te steunen.

Nou zijn er ook veranderingen denkbaar die de wereldhandel weer een zet geven: als Afrika en Latijns-Amerika zich à la China bij de wereldeconomie zouden voegen bijvoorbeeld. Maar dat is toekomstmuziek. Eerst zitten we met een zorgelijke stagnatie in de handel. En er is een zee van kritiek op die handel. Presidentskandidaten Trump en Sanders gaan er prat op de vrijhandel aan te pakken. In Europa verzetten burgers zich tegen verdragen die handel vergemakkelijken, zoals TTIP.

De kans bestaat dat terwijl de wereldhandel al hardnekkig vertraagt, er nieuwe handelsbelemmeringen worden opgeworpen. Dat zou funest zijn. Want ook al brengt handel niet alleen maar winnaars voort, het bracht de afgelopen decennia immense welvaart voor ontelbaar velen, arm en rijk.