Demonstreren tegen hervorming van de arbeidsmarkt werkt

Scholieren voeren actie tegen een wet die ze later aan werk moet helpen. De Franse regering krabbelt terug.

De politie in Nantes zet traangas in tegen studenten en scholieren die demonstreren tegen plannen van de Franse regering de arbeidsmarkt te flexibiliseren. Foto Stephane Mahe / Reuters

Demonstreren loont in Frankrijk. En dus gingen donderdag duizenden mensen de straat op uit protest tegen arbeidsmarkthervormingen van de regering-Valls. Volgens de politie waren 390.000 mensen op de been, volgens de organiserende vakbonden en jongerenorganisaties zelfs 1,2 miljoen. Dat was in beide gevallen een verdubbeling van drie weken geleden en genoeg voor de radicale bond CGT om nieuwe marsen aan te kondigen.

Want terwijl minister van Arbeid Myriam El Khomri na het eerste verzet het wetsvoorstel in samenspraak met hervormingsgezinde bonden al sterk heeft afgezwakt, wil een deel van de vakbonden nog steeds dat de hele wet wordt ingetrokken. Volgens voorman Philippe Martinez van de radicale CGT wil de socialistische regering in het arbeidsrecht „terug naar de negentiende eeuw”.

Werkgevers en de rechtse oppositie spraken vorige maand nog hoopvol van een „revolutie”. De conservatieve krant Le Figaro zag in de Franse president François Hollande opeens een Franse Gerhard Schröder, die naar Duits voorbeeld zijn eigen politieke toekomst offerde om de economie blijvend te hervormen. Maar nu zijn ze een stuk pessimistischer.

El Khomri stelde onder andere voor om het makkelijker te maken personeel te ontslaan als een bedrijf vier aaneengesloten kwartalen minder bestellingen of een lagere omzet heeft. Nu is dat lastig, waardoor ze eerder failliet gaan dan inkrimpen. Ook zou een plafond moeten komen op ontslagvergoedingen.

Het eerste is ondanks felle kritiek in de wet blijven staan, het tweede gaat niet door. De ontslagvergoeding wordt een indicatie, geen wettelijk bepaald maximum. En dat is een risico, vinden de werkgevers. Ze wijzen op een recent kafkaësk voorbeeld: kantbedrijf Desseilles in Calais dreigde om te vallen omdat de rechter had beslist dat het de salarissen van vijf ontslagen werknemers nog twee jaar moest doorbetalen. Juist deze week kwam de firma in Chinese handen.

Ook andere plannen, onder andere om het makkelijker te maken bedrijfsakkoorden af te sluiten over werkweken van meer dan de voorgeschreven 35 uur, zijn afgezwakt, maar niet helemaal van de baan. „Wij willen ons niet doodwerken”, meldde een scholier van zestien jaar oud daarom deze week in de straten van Parijs op een spandoek. Een ander hield een bord omhoog met de tekst ‘Armoede is geen beroep’.

Maar volgens een groep prominente economen, onder wie Nobelprijswinnaar Jean Tirole, zijn het juist de nu zo gemobiliseerde jongeren die de dupe zijn van het gebrek aan flexibiliteit op de arbeidsmarkt. In een artikel in Le Monde wezen zij erop dat 90 procent van de aanstellingen in Franse bedrijven nu korte contracten van soms maar enkele weken betreft omdat bedrijven niet weten hoeveel het kost om weer van iemand af te komen. De huidige arbeidswetgeving is volgens hen een „bron van onzekerheid voor zowel het bedrijf als de werknemer”.

Door soepeler om te gaan met contracten voor onbetaalde tijd is het idee dat jongeren eerder zo’n „echte baan” krijgen en daar de bijkomende vruchten van plukken, zoals de kans een hypotheek af te sluiten, zegt Augustin Landier van de Toulouse School of Economics.

Maar flexibilisering van het ontslagrecht blijft een taboe, niet alleen voor bonden, ook voor een deel van de regerende Parti Socialiste. Oud-minister Martine Aubry, die als moeder van de 35-urige werkweek de opstandige linkervleugel leidt, vreest dat werknemers speelbal van hun bazen worden en „permanent gechanteerd” gaan worden. De hervorming is bovendien „niet links”, oordeelde ze in een hard opiniestuk tegen de eigen partij.

De rechtse oppositie – die zelf toen ze aan de macht was ook menigmaal zwichtte voor het straatprotest – vreest het ergste. „De regering is gegijzeld en krabbelt terug bij de minste oppositie”, aldus parlementslid Éric Woerth van de Republikeinen.