Afspraak in de nacht

Het land ligt klaar voor de honderdste Ronde, maar bij zoveel duisternis en schemering denk ik eerst aan Antoine Demoitié en Daan Myngheer, de Belgische profrenners die vorig weekend zonder het te weten voor de allerlaatste maal op een fiets stapten. Demoitié (25) viel en werd aangereden door een volgersmotor tussen Gent en Wevelgem, het hart van Myngheer (22) hield er plotseling mee op tijdens het Critérium International op Corsica. Wielrennen kan op veel verschillende manieren levensgevaarlijk zijn.

Ik stel me voor hoe de geesten van Demoitié en Myngheer zich ergens in de duisternis van de Bosberg aansluiten bij die van Joaquim Agostinho, Fabio Casartelli en Wouter Weylandt. En hoe ze uitgelegd krijgen dat de in koers gestorven renners elke veertiende zondagnacht van het jaar samen met ratelende kettingen de Ronde rijden. Andrej Kivilev (50ste in 1992) steekt zijn hand op tegen de nieuwelingen. Wat verder gaan Richard Depoorter (19de in 1944), Georges Lemaire (8ste in 1933) en Jean-Pierre Monseré (6de in 1970). ‘Wie zijn die twee helemaal vooraan?’ wil Myngheer weten. ‘Dat is Stan Ockers, de nummer twee van 1956’, zegt Agostinho. ‘In zijn wiel zit Tommy Simpson. Die kreunt en steunt nu dat hij bijna dood is, maar op de laatste meters piept hij er nog langs. Zo won hij in 1961 ook. Zijn eerste grote zege.’ De Portugees wil nog iets zeggen, maar Demoitié en Myngheer zijn al gedemarreerd.