De wereld is al grauw genoeg

Van textiel uit de afvalbak maakt ontwerper Simone Post tapijten. „Ik zou graag eens bij de fabrikanten van Ikea naar de restmaterialen willen kijken.”

Links: Vliscostoffen met door Simone Post ontworpen dessins. Rechts: een sample van het kleed dat Post maakte met afgekeurde Vlisco.

Kreeg u de liefde voor textiel van huis uit mee? „Mijn moeder gaf naailessen aan huis. Dus als kind kon ik al met een naaimachine overweg. In mijn rapport van groep 3 schreef mijn leraar destijds dat ik zo verbazingwekkend geconcentreerd kon werken aan een gevlochten Chinees hoedje. En laatst las ik in een opstel terug uit groep 8. Als tienjarige wilde ik modeontwerper in Parijs worden.

„Mijn ouders namen me vaak mee naar musea. Op mijn veertiende zag ik in het Groninger Museum de overzichtstentoonstelling van Hussein Chalayan [de Grieks-Cypriotische mode-ontwerper]. Jurken van glas en meubels die je kon aantrekken. Een wereld op zichzelf en lang niet zo saai en theoretisch als mijn gymnasium in Utrecht.”

Waarom stopte u al zo snel met de modeacademie in Arnhem?

„Omdat ik voor mode toch een beetje allergisch bleek te zijn. Dan moest ik weer een collectie maken en vroegen docenten: ‘Voor wat voor type vrouw ontwerp je dit?’ In de mode moet alles snel en meer en nieuw. Ik had veel meer belangstelling voor de onderzoekende manier van denken van Hussein Chalayan. Na een jaar ben ik geswitcht naar de Design Academy Eindhoven. Door de bredere opzet paste die opleiding beter bij me.”

Wat is een belangrijke les die u in Eindhoven leerde?

„Chris Kabel, een van mijn docenten, hield ons voor dat een ontwerper ook een beetje lui moet zijn. Aan dat advies denk ik vaak terug. Ik heb de neiging om duizend uur aan iets te blijven werken. Als dat dreigt te gebeuren denk ik aan Chris en spreek ik mezelf toe: zoek een effectievere oplossing.”

Tijdens uw opleiding liep u stage bij Vlisco, de fabrikant in Helmond die drukke en kleurrijke stoffen maakt voor de Afrikaanse markt. Waarom ging u daar aan de slag met de stoffen uit de afvalbak?

„Die waxstoffen van Vlisco zijn ingewikkeld om te maken, met gemiddeld 27 bewerkingen per dessin. Een fors deel van de productie verdwijnt daardoor in de afvalcontainer. Zonde! Dat was het bedrijf met me eens, maar tegelijk was het bang dat afgekeurde stof via een omweg toch op de markt zou komen. Toen heb ik een plan geschreven voor de creatief directeur. Wat nou, als ik ervoor zou zorgen dat de afgekeurde stof niet meer als textiel te gebruiken zou zijn? Toen was het in orde en kreeg ik een auto vol stof mee.

„Met die stoffen heb ik allerlei experimenten gedaan. Uiteindelijk heb ik de afvalstoffen versneden en tot stroken gevouwen, die ik gewikkeld heb tot tapijten, waarvan er geen twee hetzelfde zijn. Zoals al mijn ontwerpen geven die gekleurde tapijten je een vrolijk gevoel. Een goed en opgewekt gevoel opwekken, dat is voor mij de essentie van een geslaagd ontwerp. De wereld is al grauw en negatief genoeg.”

Die tapijten presenteert u over twee weken in Milaan. Heeft u de Italiaanse designbeurs eerder bezocht?

„Alleen als student. Vooral mijn bezoek aan de Fiera, het grote beurscomplex, maakte me depressief. Al die hallen met stoelen, banken en keukens – waarom zou ik zelf nog iets maken, dacht ik steeds. Ik hoop nieuwe, zinvolle producten te ontwerpen die bij de tijd passen. Ik heb een soort haat-liefdeverhouding met Milaan; ik ga rustig kijken wat de beurs me brengt.”

Beschrijft u uw eigen interieur eens?

„Ik ben net verhuisd: van een studentenkamer naar een appartement van 70 vierkante meter, mijn eerste eigen huis. Ik heb een bed, maar verder is het nog kaal. Graag zou ik zo’n poef van Christien Meindertsma kopen, van wol van één schaap. Of de Poldersofa van Hella Jongerius. Met zijn verschillende stoffen en knopen is dat een bank die de waarde van textiel op een mooie wijze demonstreert. Maar voor die sofa moet ik nog even sparen. Ik houd het meeste van experimentele producten, dingen waarbij de ontwerper iets nieuws heeft geprobeerd. Zolang ik die producten niet kan betalen, red ik me met spullen van de kringloop.”

Heeft u een gedroomde opdrachtgever?

„Ikea produceert onnoemelijk veel textiel. Bij de fabrikanten van dat bedrijf zou ik graag eens naar de restmaterialen willen kijken. Of ik alleen met afval als grondstof wil werken? Nee hoor, ik wil best ook met nieuwe grondstoffen aan de slag. Maar dan wel met de intentie dat het producten worden die lang zullen meegaan. Dat kun je realiseren door een zekere gelaagdheid aan ontwerpen te geven. Producten te maken die een verhaal of een gevoel oproepen.”

Wat doet u over vijf jaar?

„Ik hoop hetzelfde als nu.” En lachend: „En dan hopelijk in een iets fijnere werkruimte. En, als ik toch mag dromen: ik ben slecht in regelen, ik heb last van algehele elektronica-onkunde en ook zou ik graag willen dat een handig iemand mijn werk op beurzen verkoopt.”