De vloek van de zelfspot

In een voorbeschouwing op het kandidatentoernooi schreef de scherpzinnige Russische commentator Sergej Sjipov in het tijdschrift New in Chess: „Hij doet voortdurend aan zelfironie, wat volgens mij zeer schadelijk is uit het oogpunt van karma. Het schept een soort plafond dat je niet kunt breken, hoe hard je het ook probeert.”

Dat ging over zijn landgenoot Peter Svidler, maar het deed me ook een beetje denken aan Anish Giri. Die is zelfverzekerder dan Svidler, maar ze hebben ook iets gemeen.

Na hun partijen kwamen de spelers in het kandidatentoernooi voor de camera’s en Svidler is altijd de ideale commentator. In prachtig Engels vertelt hij dat hij een hersentransplantatie nodig heeft, en nederig laat hij de ene na de andere prachtvariant zien.

Hij is erg aardig, maar hij wil ook graag aardig worden gevonden. Is het dan een wonder dat hij ooit tegen Kramnik opgaf in een remisestand en tegen Anand eens remise gaf toen hij glad gewonnen stond? Sjipov zou het zijn karma noemen. Een partij voortijdig opgeven is het gedrag van een leerling die bij de leraar in een goed blaadje wil komen door te laten zien dat hij de stof beheerst.

Net als Svidler was Giri in de nazit voor de website van het toernooi altijd een eloquente spraakwaterval. Geestig, charmant, ironisch. Het was een plezier om naar hem te luisteren, maar het leek wel of hij het even belangrijk vond om punten in de conversatie te scoren als aan het schaakbord. Alsof hij een mediatrainer had genomen of zichzelf zo’n training had gegeven. Net als Svidler wilde hij aardig zijn.

Ik denk dat Giri over twee jaar het volgende kandidatentoernooi kan winnen als hij wat grimmiger wordt. Geen zelf-ironie meer. No more mister nice guy.

Hier is de beslissende partij uit de laatste ronde. Caruana moest winnen, Karjakin had genoeg aan remise.

Sergej Karjakin-Fabiano Caruana, kandidatentoernooi Moskou laatste ronde.

1. e4 c5 2. Pf3 Pc6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 d6 6. Lg5 e6 7. Dd2 a6 8. 0-0-0 Ld7 9. f4 h6 10. Lh4 b5 Dit wordt soms de Kozul Zelfmoordvariant genoemd, naar de Kroaat Zdenko Kozul, die pionierswerk deed. 11. Lxf6 gxf6 Zwart heeft twee lopers en een mooi centrumblokje. Voor het eindspel staat hij prima, maar in het middenspel is zijn koning niet veilig. 12. f5 Db6 13. fxe6 fxe6 14. Pxc6 Dxc6 15. Ld3 h5 16. Kb1 b4 17. Pe2 Dc5 18. Thf1 Hier is wel eens 18. e5 gespeeld, een levensgevaarlijk pionoffer. 18...Lh6 19. De1 a5 20. b3 Zwart zou blij zijn met 20. Txf6 Lg7 gevolgd door 21...De5. 20...Tg8 21. g3 Ke7 22. Lc4 Le3 23. Tf3 Tg4 24. Df1 Tf8 25. Pf4 Lxf4 Eigenlijk wilde zwart zijn loper naar d4 spelen, maar na 25...Ld4 26. Pd3 Db6 27. Pf4 zou de beste zet 27...Dc5 een fatale zetherhaling zijn. 26. Txf4 a4 Hier krijgt hij spijt van, want b4 wordt zwak. 27. bxa4 Lxa4 28. Dd3 Lc6 29. Lb3 Tg5 30. e5 Het eerder vermelde pionoffer, dat ook hier gevaarlijk is . 30...Txe5 31. Tc4 Td5 32. De2 Db6 33. Th4 Te5 34. Dd3 Lg2 Geestig. Hij wil 35...d5 doen zonder zijn loper af te sluiten. 35. Td4 d5 36. Dd2

zie diagram

Het hoogtepunt van de strijd. Na 36...Le4 37. Txb4 heeft zwart zijn mooie centrum en wit zijn koningsaanval. 36...Te4 Dit zou winnend voor zwart zijn, ware het niet dat wit een winnend torenoffer heeft. 37. Txd5 exd5 38. Dxd5 Dc7 Zwart kon vluchten in een beroerd eindspel met 38...Td4 39. Dxd4 Dxd4 40. Txd4, maar waagt nog een gokje. 39. Df5 Tf7 40. Lxf7 De5 41. Td7+ Kf8 42. Td8+ Zwart gaf op, hij gaat mat.