De danskikker begint als wormpje

Illustratie Irene Goede

Hoog in de bergen van India leven de sierlijkste kikkers van alle kikkers. Zelfs hun naam is sierlijk: ze heten Indische danskikkers.

Als een mannetjesdanskikker een vrouwtje zoekt, kiest hij een mooie steen langs het stromend water. Dit wordt zijn podium. De show begint: langzaam strekt de kikker één poot naar achteren, zo ver als hij kan. Dan spreidt hij zijn teentjes uit. Zijn zwemvlies lijkt wel een waaier.

Met een fraaie zwaai draait de kikker zijn poot weer terug. De kikker kwaakt misschien een beetje, maar niet te hard. Dat hoort niet bij zijn kikkerballet.

Nu is het spannendste moment aangebroken. Vond zij het wel mooi? Zo ja, dan mag de kikker met haar paren. Maar vond ze het niets? Dan heeft hij pech gehad.

Er is iets vreemds aan de hand met danskikkers. Nee, niet hun dans. Die is prachtig. Het raadsel is als volgt: biologen kennen de danskikker al meer dan honderd jaar, maar al die tijd hebben ze nog nooit een jong danskikkertje gezien.

De meeste kikkers beginnen hun leven in het water, als een kikkervisje met zwiepstaart. Na een poos wordt dat staartje kleiner en beginnen er pootjes te groeien. En nog wat later krijgt het kikkervisje longen om lucht mee ademen en verdwijnen zijn kieuwen. Het kikkervisje wordt kikker.

Zo vergaat het de meeste kikkers. Maar van de Indische danskikker zijn nooit kikkervisjes gevonden. Biologen hebben wel gezocht, in de stroompjes bijvoorbeeld waarin de danskikkers dansen, maar daar zwom niets.

Hoe kan dat? Worden danskikkers groot geboren? Nee. Slimme biologen hebben nu eens goed naar de moederdanskikker gekeken. Zij legt haar eitjes niet in het water, maar in een kuiltje, in de bodem van zo’n stroompje. Daarna bedekt ze het kuiltje met grind en zand.

En ja hoor. Toen de biologen gingen graven, vonden ze tussen de zandkorrels voor het eerst een klein danskikkertje terug. Het was een echte spierbundel. De kikkerlarve had geen zwiepstaart, maar een lang lijf waarmee hij door het zand wroette. Danskikkerjonkies zwemmen niet, maar graven. Het zijn dus geen kikkervisjes, maar kikkerwormpjes. Danskikkerwormpjes.