Beulswerk

hugocamps0

De honderdste editie van de Ronde van Vlaanderen is getekend door nationale rouw. De renners starten met veel dood in het hoofd. Gaandeweg zal het schitterend gekruisigde landschap van de Vlaamse Ardennen het overnemen. En worden niet meer de doden, maar de kasseien geteld. Aan de meet in Oudenaarde zal ook deze zondag een volksfeest losbarsten, zij het in afwezigheid van koning Filip die voorrang geeft aan een troostprogramma voor de slachtoffers van terreur.

De Ronde is een universum met een eigen tijdrekening, een eigen geheugen, autonome kringloop. Ieder monument ziet de omgeving drie keer in een mensenleven veranderen. Zo niet de Ronde – die ontstijgt in historisch patina omstandigheden en toevalligheden. Het parcours blijft de weg naar de hemel.

Ik ken mensen die dag in dag uit, jaar in jaar uit de Ronde dromen. Ze kunnen niet anders want de Taaienberg en Koppenberg zijn de cultuurscheppers van hun volksziel. Hun gordel van smaragd.

De Ronde vergeet je niet. Ik weet nog precies welk weer het was tijdens de fenomenale solo van Eddy Merckx in ’69. Ik zie nog de bloemenjurk van mijn moeder toen Rik Van Looy in ’59 over de meet flitste. En ik hoor nog de vuile klanken in het applaus toen import-Belg Andrei Tsjmil in 2000 de Ronde won. Nederland heeft de oorlog als ijkpunt van goed en kwaad, Vlaanderen heeft de Ronde als scharnier van geluk en vrijheid.

Nergens in de wereld kun je meer Vlaming zijn dan op de Oude Kwaremont. De Ronde met zijn kasseien als het ware handgeschreven, en kronkelige wegeltjes over de breedte van een handkar als bloedbanen in rennerslichamen is een existentiële steiger waaraan verbondenheid wordt getankt. Misschien wel een laatste façade van eenheid in een gebroken land.

Nergens in de wereld kun je meer Vlaming zijn dan op de Oude Kwaremont

Toen Briek Schotte nog leefde, had het ras der flandriens een uniek gezicht. Niemand heeft het archetype consequenter belichaamd en behartigd als geloofsartikel dan IJzeren Briek die in 2004 exact op de dag van de Ronde van Vlaanderen overleed. Hij heeft het Europese wielrennen voor Vlaanderen aangestoken met zijn woeste beuken tegen wind en slagregens in. Iedereen wou Briek zijn. Vandaag zijn Italianen als Filippo Pozzato evengoed flandrien, zij het toch iets minder genereus in het stoempen. In Nederland werden Jan Raas en Hennie Kuiper verliefd op de Ronde. Maar het is alweer dertig jaar geleden dat de voorjaarsklassieker nog eens door een Nederlander werd gewonnen: Adrie van der Poel.

Het beulswerk in Vlaamse koersen is niet meer aan Nederlandse renners besteed. Niet op het niveau van de Ronde. Een ploeg als Lotto-Jumbo heeft met Sep Vanmarcke een potentiële winnaar in huis, maar de Belg krijgt niet een fatsoenlijke helper mee die hem in de carrousel van draaien en keren een beetje uit de wind kan zetten.

Schuldig verzuim.

Wie Fabian Cancellara klopt, wint de Ronde. Vanmarcke zou dat kunnen. Hij heeft er ook de juiste kop voor: extreem vlassig haar en wangen als kasseien. En ook nog van weemoed naar de Muur van Geraardsbergen brandende ogen. Man van traditie. Sep fietst deze zondag in de rouw. Voor Antoine Demoitié en Daan Mynhgeer, twee jonge renners die net zijn overleden. De eerste na een ongeval met een motard, de tweede aan een hartstilstand.

Het wezen van een flandrien is ook fragiliteit voor tragiek. Rik Van Looy zei eens dat conditie een ziekte is: het slaat in de darmen. „Je kan er geen malheur meer bij hebben.” Alleen, hoe sla je de schielijke dood van jonge vrienden van je af?

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.