Shit we hebben een tuin

Je bent dertig en verhuist naar een huis-met-tuin. Alleen, je hebt nooit geleerd een plant te verpotten of een heg te snoeien. Wat nu?

Foto's Kees van de Veen

Een brandnetel. Dat is onkruid dat prikt. Ken je dat? Brand-netel. Rob Verlinden kijkt me doordringend aan. Ik heb de tuingoeroe van televisie net verteld dat ik níets van tuinen en tuinieren weet. Ik ken nauwelijks planten bij naam, weet niets van snoeien, wieden, harken, potten, ompotten, overpotten. Of hoe je dat ook noemt. Ook struiken en bomen zijn een mysterie. Maar de brandnetel die ken ik nou net wel. Daar viel je vroeger in en dat deed zeer.

Ik ben totaal tuin- en natuuronwetend. Net als mijn vrienden – op een enkele moestuinfanaat na dan. Een vriendin concludeerde onlangs verbaasd dat ze zelfs haar cactussen niet in leven had kunnen houden.

Om eerlijk te zijn beperkt het gebrek aan kennis zich niet tot aan de tuin en de natuur. Als er een naad los zit van een jurk of dekbed, legt mijn moeder de stoffen onder de naaimachine. Soms zit er ergens een knoop los, dan vraagt mijn moeder of ik naald en draad in huis heb. Geen idee eigenlijk.

Als mijn ouders naar ons toekomen, vraagt mijn vader steevast of hij nog gereedschap moet meenemen. Want in ons nieuwe huis klust eigenlijk alleen hij.

Ik bezit nauwelijks ambachtelijke vaardigheden. Net als mijn man. En wederom, net als onze vrienden. Iedereen belt een stukadoor bij een kapotte muur of een loodgieter bij een lekkende kraan. En als er een lampje in de auto brandt, bel ik direct de ANWB.

Volledig bestraat

Vorig jaar zomer zijn mijn man, ik en de kinderen verhuisd, van een appartement in de stad naar een echt huis in een buitenwijk – zoals dat gaat als je een jong gezin bent en meer ruimte wilt. En een tuin. De tuin is groot en was bij aankoop volledig bestraat. Lekker handig; geen onderhoud en de kinderen kunnen er fijn spelen.

Dat enthousiasme sloeg gauw om toen het in de herfst onophoudelijk begon te regenen. De tuin stond dagenlang blank. De garage in de tuin sloeg van binnen groen uit van het vocht. Lange schimmeldraden hingen aan het plafond.

We moeten dus iets met die tuin. Maar wat? Aan onze vrienden hoeven we het niet te vragen. En daarom zit ik tegenover Rob Verlinden, in een loods van zijn bedrijf in Eemnes. Mijn moeder had hem aangeraden: zij wiedt urenlang, schoffelt en trekt en knipt onkruid en takjes in haar tuin. En kijkt al dertig jaar naar Robs tuinprogramma’s – hij begon in 1986 bij de Avro, werd vooral bekend met het RTL 4 programma Eigen Huis en Tuin en voorziet mensen tegenwoordig van een nieuw gazon bij Robs grote tuinverbouwing op SBS6.

Dat mijn generatie, de dertigers, weinig van tuinen en de natuur weet, ziet Rob ook. Hij vertelt hoe hij de consument in al die jaren heeft zien veranderen. Van tuinliefhebbers, zoals mijn moeder, die het ‘vak’ van huis uit leerden en mooie plantjes verzamelden uit de natuur om ze in eigen tuin een nieuw leven te geven. Tot aan de tuinbarbaar van nu, ik dus. Die niet bezig is met de tuin. Of de natuur.

Mensen interesseren zich liever voor techniek, zegt Rob. Mobiele telefoons, laptops, social media. Ze zijn ook druk met hun baan en de kinderen. Werken in de tuin, dat is vies. Aarde, klei, zand. Plantjes met wortels uit bakjes. Met schepjes en harkjes. Hoop gedoe ook.

Rob: „Mensen van nu zeggen: ik heb geen groene vingers. Ik zeg dan: ik ook niet. Ik heb vieze vingers. Dan kijken ze je onsmakelijk aan. Ze willen geen vieze vingers.”

Gebrek aan kennis

Ja, de natuur dat vinden mensen smerig. Dat weet ook tuinexpert Ricardo Kuijpers van Kuijpers Hoveniers & Tuinontwerpers in Wateringen. Hij vertelt verbaasd: „Mensen staan zo ver van de natuur af. Als ik door het bos wandel en een besje pluk en eet, word ik verbijsterd aangekeken.” Ook het gebrek aan kennis ziet hij elke dag. „Dan plaats ik een solitaire plant bij iemand en dan vraagt de klant: heb je er niet nog zo’n eentje die écht precies hetzelfde is?”

Ricardo vertelt over zijn liefde voor de natuur en alles wat het brengt. Wist je dat je van brandnetels thee kunt zetten? En dat je een zevenblad kunt koken? Het lijkt op andijvie, vertelt hij. „Nee, dat weet je niet?”

Toch is de consument niet helemaal natuurvreemd; de moestuintjes van Albert Heijn zijn immers een grote hit. Rob: „Mensen, vooral kinderen, vinden het fascinerend om iets te zien groeien. We zien dat proces gewoon bijna nooit meer.” Overigens heb je volgens hem weinig aan die kleine bakjes die vaak pas half april en half mei bewaterd dienen te worden, en niet in maart wanneer ze bij de boodschappen belanden. „Dat wordt dus allemaal vuilnisbak. Maar leuk is het natuurlijk wel.”

Mijn generatie vindt de natuur vies

Mijn generatie weet dus weinig en vindt de natuur vaak vies. En jullie associëren de tuin met keihard werken, zegt Rob. „Ik zeg altijd: stofzuigen doe je thuis ook. Je tuin kost een uurtje per week. Doe je dat niet, dan sta je over een half jaar wel een paar dagen in je tuin te zwoegen en te zweten ja.”

Iedereen wil overigens wel een mooie tuin. Netjes en af. En het liefst meteen nú. Geen project van jaren, zegt Ricardo. Hij ontwerpt en legt tuinen aan. Hoeveel dat kost, dat kan hij niet zo snel zeggen. Dat hangt van allerlei factoren af. Hoe groot is je tuin? Wil je planten, welke planten? Wil je tegels, welke tegels? Etcetera. Maar, zegt hij: denk aan 80 tot 250 euro de vierkante meter.

Oké, dat zou voor ons in het goedkoopste geval ruim 25.000 euro kosten. 25.000 euro!

Typisch, zegt Ricardo. „Aan een keuken geven mensen dat makkelijk uit. Maar als het over de tuin gaat, zijn ze in shock”. Rob: „Voor een badkamer ritselen mensen het geld zo bij elkaar.” En als dat niet gaat, dan doen ze het beetje bij beetje zelf. „En zo kan het ook met je tuin.”

Eerst een schutting

Als je het zelf doet. Hoe begin je dan? Meestal zoeken mensen eerst een schutting uit. Daar gaat het volgens Ricardo vaak fout. Niet de mooiste, maar de goedkoopste schaffen mensen aan. Het liefst met groepskorting, dus de hele straat doet mee. „En vervolgens kijken ze tien jaar tegen een bruine muur aan.”

Nee, een tuin begint eerst met een goede bodem, zeggen de experts. Veel grond van vooral nieuwbouwhuizen is vernacheld, legt Ricardo uit. Bij de bouw is de grond een aantal keer verplaatst en op elkaar gegooid en met trucks en graafmachines platgereden. De zuurgraad van de bodem is verstoord. Water kan soms niet weg, planten groeien niet goed. Sommige mensen zitten op kleigrond, ook een no go.

De tuinmannen raden aan om eerst de bodem goed te bekijken. En indien nodig, moet je de tuin van nieuwe grond voorzien. Rob: „Van die prachtige goede zwarte zandgrond, daar heb je jaren plezier van. Dat is echt de moeite.”

Dit ‘klusje’ (de grond moet volgens de experts zo’n 30 tot 50 centimeter worden afgegraven) kun je zelf doen of laten doen. De eerste optie is veel werk. De tweede kost (een hoop) geld.

Dan naar stap twee. Rob adviseert in zijn boek ‘Een tuin die bij je past’ om een wensenlijst te maken. Wat wil je? Een terras, een eethoek, een vijver, gras, overkapping, verlichting, sierlijke beplanting, kruidachtige bloemen of ook boompjes. Moet er een trampoline in de tuin, wil je in de zon zitten of juist in de schaduw. Niet alles is mogelijk door beperkte ruimte, dus schrap ook, zegt Rob. „Bedenk wat écht bij je past.” Verdeel vervolgens de tuin in vlakken en bedenk wat je waar wilt hebben. De ruimte die je overhoudt kun je beplanten. „Het is niet ingewikkeld.”

Een belangrijke tip. „Maak het tuinproject niet groter dan je aankan”, zegt Rob. Anders loop je jezelf voorbij. En gaat het je tegenstaan.” Terwijl een tuin juist plezier moet geven. „Je moet er van kunnen genieten. Al heb je maar één bak met mooie bloemen waar je naar kunt kijken. Dat is toch al heerlijk?”

Weet je, zegt Rob. „Groen is zo belangrijk voor de mens. Daar worden wij gelukkig van. Echt.” En, zegt hij, je moet niet bang zijn. „De bloemen van het tuincentrum zijn gekweekt voor de consument, daar kun je gewoon niets aan verprutsen. En plant een boom. Als het niks is, snoei je ’m af. Beetje lef hebben. En het levert geheid plezier op.”

Heb je hier genoeg aan?, vraagt Rob. Jazeker, zeg ik geïnspireerd. ’s Avonds thuis slaat de twijfel toe. Waar halen we tijd vandaan om al die stenen uit de tuin te halen? En dan dat afgraven en nieuwe grond. En een plan. Ik denk aan Rob. Die zou zeggen: „Beetje bij beetje, kind. Het hoeft niet allemaal in één keer.”