En weer raakte minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) in de problemen. Omdat hij de Tweede Kamer onjuist had geïnformeerd.

En weer raakte minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) in de problemen. Omdat hij de Tweede Kamer onjuist had geïnformeerd. Niet de FBI, maar de inlichtingeneenheid van de New Yorkse politie had Nederland een week voor de aanslagen in Brussel getipt over de aanslagplegers Ibrahim en Khalid el-Bakraoui.

Het ging de Kamer daarbij niet eens zozeer om de fout zelf – die was niet zo groot. De informatie klopte, de bron niet. En dat kwam, alweer, door miscommunicatie binnen het departement.

De oppositie, onder wie D66-fractieleider Alexander Pechtold, heeft het gehad met de minister en zijn ambtenaren. Dat uitte zich in geïrriteerde gesprekken.

Pechtold: „Waarom denkt u dat de FBI Nederland belt?”

De minister: „Ik heb geen idee.”

Waarom had Nederland dat dan niet gevraagd?

De minister: „Omdat die vraag niet gesteld is.”

De minister bungelt, heet het in Den Haag. Dat maakt Ard van der Steur niet alleen de man van deze week, maar wellicht ook van volgende week.