Column

Veilig

Ik ben net terug van een reis van twaalf dagen door de Verenigde Staten. Ik was in Dallas, Houston, Washington en New York voor een promotietournee ter gelegenheid van de verschijning van de Amerikaanse editie van mijn roman La Superba, maar dat zeg ik er alleen maar bij om duidelijk te maken dat ik heel wat Amerikaanse vliegvelden heb gezien en dat ik daar een soort geldige reden voor had, want voor je lol doe je dat niet.

Bij aankomst in de Verenigde Staten, God’s Own Country, the Land of the Free, krijg je niet onmiddellijk de indruk dat je daar erg welkom bent. We hadden na onze vlucht uit Rome vier uur de tijd om op John F. Kennedy Airport New York over te stappen op de binnenlandse vlucht naar Dallas. Die vier uren volstonden ternauwernood om alle veiligheidscontroles en formaliteiten bij de douane te doorlopen. Uiteindelijk moesten we, gefouilleerd, afgeblaft, gecontroleerd, ondervraagd en ontdaan van schoenen, vingerafdrukken, privacy en elk gevoel van waardigheid, rennen om de aansluiting te halen.

In mijn hotelkamer in Houston zag ik op een breedbeeldtelevisie het nieuws over de aanslagen in Brussel. De analyses van de Amerikaanse commentatoren in de studio waren hoofdschuddend, meewarig en unaniem. Dat kwam er nou van. Het was allemaal de eigen schuld van Europa. Dit was het zoveelste bewijs dat ze in Europa hopeloos naïef zijn met al die open grenzen en jaren achterlopen op Amerika met hun gezanik over privacy en met hun lakse veiligheidscontroles.

Die bommen op het vliegveld Zaventem van Brussel ontploften bij de incheckbalies, vóór de controles, buiten de steriele zone. Je kunt beargumenteren, en dat zal gebeuren, dat het naïef is om mensen zomaar in de vertrekhal binnen te laten en er zullen stemmen opgaan, waarnaar zal worden geluisterd, dat het beter is om een extra cordon van veiligheidscontroles aan te leggen rond de ingang van de terminals. En de metro is natuurlijk helemaal een probleem. Dat zagen we in Londen al en daar hebben ze ook een bus laten ontploffen. Eigenlijk is het naïef om mensen niet uitgebreid te fouilleren voordat ze het openbaar vervoer nemen. Ik voorzie bodyscanners bij metrohaltes en bushokjes. Toen ik tijdens het afgelopen Oud-en-Nieuwfeest in Madrid was, hadden ze de Plaza del Sol afgesloten. Het centrale plein van de stad was alleen via metaaldetectors te bereiken. Eigenlijk is het onverantwoord dat we iedereen zomaar toelaten op de Dam, het Hofplein en het Plein. Natuurlijk wordt het als een ergernis ervaren als alle boodschappentassen door de röntgenscanner moeten, maar ons aller veiligheid is toch een ietsjepietsje belangrijker, daar kunnen we het over eens zijn, toch?

Ik vraag me af of we de terroristen op deze manier niet juist precies hun zin geven. Door onze angst te beteugelen met draconische veiligheidsmaatregelen geven we toe dat we bang zijn en onze angst is hun doel. Wij verdedigen onze Westerse vrijheden op zo’n krampachtige manier dat er van die vrijheden niets meer over is. Zo hebben de terroristen toch nog gewonnen.

De enige manier om terrorisme te bestrijden is om te laten zien dat we er totaal niet van onder de indruk zijn. Als we in staat zouden zijn om aanslagen te bagatelliseren, schouderophalend over te gaan tot de orde van de dag en te tonen dat we vertrouwen hebben in onze vrijheden door onze bewegingsruimte en openheid op geen enkele manier in te perken, dan gaat er voor die terroristen gauw de lol van af.