Strategisch wegblijven past de kiezer niet

Nog vijf dagen tot het Oekraïnereferendum en de inzet blijft voor velen ongrijpbaar. Nederland, Brussel, Oekraïne, Europa, Rusland, handel, democratie, corruptie, mensenrechten – het buitelt over elkaar. Voeg hierbij de procedurele onzekerheid van een volksstemming die én raadplegend is én minimumopkomst vergt, en veel voorstanders concluderen dat strategisch niet-stemmen de veiligste optie is. Thuisblijven als vorm van burgermoed. Wrang vanwege de Maidan-slachtoffers die de straat opgingen in de strijd voor een democratischer land.

Een verdrag is niet alleen een tekst (die je als kiezer kunt lezen), maar ook een politieke daad (waar je deel van kunt uitmaken). Toen de vorige Oekraïense machthebbers onder Russische druk niet ingingen op het EU-aanbod van een associatieovereenkomst, begon de Maidan-opstand. Eind februari 2014 vluchtte de president. Daarop vielen Russische soldaten de Krim binnen. De EU zei: als jullie ondanks deze hachelijke toestand nog willen, ons aanbod staat nog. De nieuwe leiders gingen er graag op in. Op 21 maart 2014 werd het politieke deel van de overeenkomst ondertekend, voor ons door premier Rutte. Doen we deze belofte gestand, daar gaat het referendum om.

Van Bommel beweert dat ratificatie tot meer spanning met Rusland leidt. Onzin

Uit de half februari via RTL uitgelekte officiële communicatiestrategie bleek dat het Nederlandse kabinet niet de ‘Poetin-kaart’ wilde uitspelen. Het debat moest vooral gaan over handel, economie en corruptiebestrijding. Bovenaan de rubriek ‘niet-doen’ stond: „Veiligheidsargument (Rusland) te zwaar aanzetten, voor/tegen Poetin frame.” Dit zou worden gezien als bangmakerij, aldus de Haagse communicatieadviseurs. Toch draait het debat nu rond de Poetin-vraag, zo constateerde ook de FT deze week. Die wending viel te verwachten; publiek en media verlangen een duidelijke keuze, de man in het Kremlin roept emotie op. De kop boven het dubbelinterview met Emile Roemer (SP) en Alexander Pechtold (D66) (NRC, 26 maart): „Zijn we bang voor Poetin of niet?” In het gesprek hield Roemer zich van de domme, een rol die hij heel naturel speelt: „Het interesseert me niet wat Poetin ervan vindt. Ik heb geen idee of Ruslands geopolitieke positie versterkt wordt door een ‘nee’.” Een lichtzinnig standpunt voor een verdrag over de relatie Europa-Oekraïne. Twee vragen later bleek er meer achter te zitten en moesten we elkaar van de SP-leider „geen mietje noemen”: ook het Westen is bezig met invloedssferen. Maar als dat zo is, trek ik als kiezer toch liever aan onze kant van het touw.

Het neekamp draait de Poetin-vraag om. Zo beweert Harry van Bommel (SP) dat ratificatie tot meer spanning met Rusland leidt. Dat is onzin. Het EU-associatieakkoord is een gedane zaak, zo weten ze in Moskou ook. Het overgrote deel is EU-bevoegdheid; voor de handelsaspecten zijn de nationale ratificaties niet nodig. Van de dertig verdragspartijen (Oekraïne, de EU en de 28 lidstaten) hebben er 29 geratificeerd. Ons referendum is het laatste hechtingdraadje dat er nog doorheen moet worden getrokken.

Als dat lukt, kan de wond van de verhoudingen helen; dan kunnen we als Unie op een stevige basis een nieuw gesprek met Moskou aangaan – een gesprek dat ook over de verdere toekomst van Oekraïne moet gaan. Uit zo’n gesprek kan komen dat het land de komende decennia NAVO-lid noch EU-lid wordt; het vraagt wel dat wij als Unie in gesloten front opereren. Juist als het ons woensdag niet lukt die laatste hechtingsdraad erdoor te trekken, kan het Kremlin eraan gaan peuteren, juridische onzekerheid uitbaten. Een nee-stem leidt tot geëtter.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof in Brussel. Deze column is wekelijks.