Sparta-kroket

Vreemd dat ik, behalve Jules Deelder en Hugo Borst, echt jaren niemand óóit over Sparta heb gehoord, en dat nu ineens blijkt dat mijn halve vrienden- en kennissenkring op zondagen op de tribunes van Het Kasteel zit. En dat dus ook al weer járen, als ik dat clubje van me tenminste mag geloven. Collega en goede vriend X. kijkt me alvast heel vreemd aan wanneer ik me twee weken geleden intens bij hem beklaag over het plan van NRC Handelsblad om de hele (de héle) Rotterdambijlage aan het succesvolle Sparta te gaan wijden. Succes? Sparta? Voetbal?

Waarom moeten wij als ‘serieuze’ journalisten ineens ook aan voetbal gaan doen? Of nee, laat ik er een andere slinger aan geven: is het werkelijk nodig dat Rotterdammers iets moeten vinden van een nieuwe locatie voor De Kuip of het kampioenschap in de eerste divisie van Sparta? Alsof die cult geworden dweepzucht van BN’ers als Youp van ’t Hek, Hugo, Matthijs, Freek en al die andere ‘kijk-ons-eens-leuke-hippe-mannen’ met het ‘spelletje’ en hun ‘helden’ al niet erg genoeg is. En alsof we zo langzaam maar zeker ook niet veel te ver gaan in al die ophemelarij van alles wat Rotterdams en ‘echt’ is.

Ik wist al die tijd niet dat Sparta cult was. Nee, ís.

Mijn collega en vriend X. staarde me even volstrekt verbijsterd aan. Hij komt al 12 jaar op Het Kasteel, beweert ie. En dan heeft ie elke thuiswedstrijd van Sparta bovendien zijn tienerdochter en zijn altijd superhip gebleven echtgenote nog naast zich. Zegt ie. Waarna hij aansluitend, schijnbaar moeiteloos, een aantal namen van Bekende Rotterdammers opnoemt die allemaal ook op de tribune zitten. Dacht ik toch redelijk goed te weten op welke interessante plekken je je als Rotterdammer in de weekends moet vertonen, ben ik door mijn hele omgeving dus stiekem links gepasseerd omdat ik al die tijd niet wist dat Sparta cult was. Nee, ís.

Laat ik zeggen dat ik nog uit het tijdperk stam waarin het nog normaal was dat je als vrouw en als journalist totaal onverschillig stond tegenover voetbal of er zelfs openlijk je neus voor ophaalde. Voetbal was voor die jongens op dat eiland van de sportredactie, waar voetbalshirts aan de muur hingen, schuine moppen werden verteld en waarvan het overgrote deel nog bij hun vader en moeder woonde.

Laat me gewoon nog even wennen aan het idee. Waar ik me alvast wel erg op verheug: de kroketten bij Sparta zijn –volgens die hippe vriendin van mijn goede vriend X. – goed gevuld en aan de grote kant. Ik zeg: ‘Sparta, naar vóren!’