Prima donna van de architectuur

Zaha Hadid (1950-2016)

Architect

De in Bagdad geboren Hadid uit Londen groeide uit tot ster-architect met haar hoekige en later golvende architectuur.

Boven: Computerimpressie van het al-Wakrah Stadium dat nu in Qatar wordt gebouwd. Onder: HadidsBach-paviljoen voor het Holland Festival van 2010 in de Amsterdamse Gashouder; hetPerforming Arts Centre in Abu Dhabi (2011); de grote zaal van hetOperatheater van Guangzhou (2010). Linksonder:Zaha Hadid in 2004. FOTO’s AFP, HOLLAND FESTIVAL, ZAHA HADID ARCHITECTS, GETTY IMAGES, AP

Zaha Hadid, die donderdag in een ziekenhuis in Miami op 65-jarige leeftijd overleed aan een hartaanval, was veruit de beroemdste vrouwelijke architect ter wereld. In 2004 won Hadid, als enige vrouw tot nu toe, de Pritzker Prize, de zelfbenoemde Nobelprijs voor architectuur die sinds 1979 jaarlijks wordt uitgereikt.

Toen ze in 2004 de Pritzker Prize kreeg uitgereikt, was haar gebouwde oeuvre nog bescheiden. Tot lang na haar afstuderen in 1977 aan de Architectural Association in Londen was de in Bagdad geboren en getogen Hadid een ‘papieren architect’ die bekend werd door haar mooie composities vol fragmentarische en hoekige vormen – kenmerkend voor een stijl die de naam deconstructivisme kreeg. Een van die ontwerpen was die voor de uitbreiding van het gebouwencomplex van de Tweede Kamer in Den Haag, waar ze als medewerkster van het Office for Metropolitan Architecture van Rem Koolhaas in 1978 een bijdrage aan leverde.

Een jaar later begon Hadid in Londen haar eigen bureau. Ze won verschillende internationale prijsvragen die allemaal ongebouwd bleven maar haar in architectuurkringen bekend maakten. In 1988 mocht ze daarom meedoen aan de tentoonstelling Deconstructivist Architecture in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York, de roemruchte (en mislukte) poging om het deconstructivisme te lanceren als dé nieuwe internationale architectuurstijl. Van alle zes in fragmentarische architectuur excellerende deconstructivisten in het MoMA, onder wie Rem Koolhaas en Frank Gehry, toonde Hadid zich toen het meest beïnvloed door het Russische constructivisme, de Sovjetvariant van het Nieuwe Bouwen uit de jaren twintig. In sommige ontwerpen doken zelfs letterlijke citaten op uit het werk van de suprematistische schilder Malevitsj.

Als haar eerste gebouw noemde Hadid zelf altijd de brandweerkazerne uit 1993 op het fabrieksterrein van meubelfabrikant Vitra in het Zwitserse Weil am Rhein. Maar al drie jaar eerder had ze een van de paviljoens gebouwd voor What A Wonderful World!, de tentoonstelling over videoclips in Groningen, waarvoor de toenmalige directeur van het Groninger Museum, Frans Haks, de architecten van Deconstructivist Architecture had gevraagd om bijdragen. Hadids paviljoen is na de tentoonstelling wederopgebouwd op een dijk langs de Eems in Appingedam.

Op de brandweerkazerne van Vitra, een onvervalst deconstructivistisch ‘treinongelukken’-gebouw, volgde een stroom opdrachten voor steeds grotere gebouwen, zoals een skischans in Innsbruck (2002), het Rosenthal Center for Contemporary Art in Cincinatti, Ohio (2003), en het Centrale Gebouw van de BMW-fabriek in Leipzig (2005).

Zo groeide Zaha Hadid in het begin van de 21ste eeuw uit tot een van de star architects die overal in de wereld, maar vooral in de Golfstaten en China, hun iconen bouwen. Maar anders dan bij sommige andere star architects het geval is, beperkte Hadid zich niet tot een herhaling van dezelfde truc. In de laatste tien jaar van haar leven maakten de fragmentarische vormen steeds vaker plaats voor de welvingen van de computerarchitectuur. Zo bestaat het Heydar Ailyev Cultureel Centrum in Bakoe uit 2013 vooral uit krullen en vouwen.