Onzeker of de reactor er komt

Het Franse energiebedrijf EDF worstelt met de bouw van een Britse kerncentrale. De Britten vrezen dat van uitstel uiteindelijk afstel komt.

De plek waar EDF in 2025 de nieuwe kernreactor gebouwd wil hebben. Het Franse bedrijf verkeert in zwaar weer. Foto Suzanne Plunkett / Reuters

Het was een aantrekkelijk beeld dat het Franse energiebedrijf EDF de Britten bijna tien jaar geleden voorhield: met Kerst 2017 zouden zij hun kalkoenen braden dankzij een door de Fransen te bouwen kerncentrale.

Maar voorjaar 2016 is er nog lang geen ‘Hinkley Point C’, zoals de centrale op een landtong in Zuidwest-Engeland gedoopt is. Alleen enkele toegangswegen zijn gebouwd. Het Chinese kernenergiebedrijf CGN financiert een derde van het 18 miljard pond kostende project, maar de rest van het geld komt van het in zwaar weer verkerende EDF. In mei neemt het Franse bedrijf een definitief besluit over de investering, maar de Britten vrezen nu al dat van uitstel, inmiddels tot 2025, uiteindelijk afstel komt.

EDF voelde zich deze week genoodzaakt de „ongefundeerde geruchten” formeel te ontkennen. De reactor van het nieuwste en krachtigste type (‘EPR’: Evolutionary Power Reactor) wordt „eind 2025” aangeschakeld en „geen enkel uitstel is voorzien”, schreef het bedrijf in een verklaring. Daaraan voegde het toe dat „een anonieme campagne in de pers ernstige schade toebrengt” aan de belangen van EDF zelf „en aan die van de industrie en werkgelegenheid in Frankrijk en in Europa”.

Maar de Britse zenuwen lopen op door berichten van zowel binnen als buiten het bedrijf dat het project voor EDF een maatje te groot is.

Begin maart was er eerst het vertrek van de financiële directeur van EDF, Thomas Piquemal, die intern al zijn zorgen had uitgesproken over de financieringsconstructie. Hoewel hij gezien wordt als een vertrouweling van oud-topman Henri Proglio (die door oud-president Sarkozy was benoemd en mede daarom onlangs het veld moest ruimen) hadden weinig mensen zijn voortijdige vertrek zien aankomen. Het was volgens kenners van het dossier een „noodsignaal”.

100 miljard om het licht aan te houden

De Franse Rekenkamer beaamde de zorgen enkele dagen later in een rapport over de internationale strategie van EDF tussen 2009 en 2014. De grote schuld van het bedrijf (66 miljard euro in 2015) en een notoir gebrek aan beschikbaar kapitaal „beperken in grote mate de ruimte om in het buitenland te ontwikkelen”. Vooral ook, schrijven de rekenmeesters, omdat het eigen Franse nucleaire park aan het verouderen is en investeringen vraagt. Journalist Thierry Gadault, die een boek over EDF schreef, schat dat EDF tot 2030 maar liefst 100 miljard in Frankrijk zelf moet uitgeven om het licht aan te houden. EDF is volgens hem „nagenoeg failliet”.

Deze week mengden voor het eerst ook enkele ingenieurs zich in de polemiek. In een notitie die uitlekte naar de Financial Times en de Franse webkrant Mediapart pleiten zij voor uitstel en voor vereenvoudiging van het ontwerp van de centrale in Hinkley Point. De bouw van twee andere centrales van het nog niet uitontwikkelde type EPR heeft namelijk al tot te veel verrassingen geleid: in het Franse Flamanville is inmiddels zes jaar vertraging opgelopen en en zijn de kosten bijna verdrievoudigd. Hetzelfde geldt voor een Finse centrale waar EDF aan werkt.

Die vertraging en hogere investeringskosten leiden vanzelfsprekend tot een lagere rentabiliteit, wat op lange termijn EDF en de Franse stroomvoorziening verder in problemen kan brengen. Maar de Franse staat, voor 84,5 procent eigenaar van EDF, steunt bij monde van minister van Economische Zaken Emmanuel Macron „volledig” de huidige directie en het project in Hinkley Point, zelfs als daarvoor een kapitaalinjectie nodig is, onthulde het zakenblad Challenges. De nucleaire sector in Frankrijk is innig verstrengeld met de staat en sinds de jaren zeventig deel van de Franse nationale trots.

Voor de Britten moest Hinkley het begin zijn van een „energie- renaissance”. Ook hun kerncentrales zijn verouderd en enkele sluiten binnenkort

Voor de Britten moest Hinkley het begin zijn van een „energierenaissance”. Ook hun kerncentrales zijn verouderd, een aantal sluit binnen nu en 2020 en veel vervuilende kolencentrales gaan voor 2025 dicht om aan emissienormen te voldoen. De capaciteit om energie op te wekken, neemt daardoor met 30 procent af. Bovendien is de olie- en gasproductie in de Noordzee over het hoogtepunt heen.

Om toch aan de groeiende energiebehoefte te voldoen, moet het Verenigd Koninkrijk nu al regelmatig stroom importeren, met bijbehorende kosten. Een van de redenen die het Indiase Tata Steel aanvoert om de Britse staalfabrieken af te stoten, is de hoge energieprijs. Hinkley en een reeks kerncentrales die daarna gebouwd moeten worden, zouden het land weer zelfvoorzienend maken.

Een plan B is er niet, benadrukte de Labour-oppositie de afgelopen dagen: de Conservatieve regering schafte subsidies voor windmolens en zonnepanelen deels af, energiealternatieven als schaliegas zijn nog in een pril stadium en slechts één nieuwe gascentrale is in aanbouw. Maar om grotere rampen te voorkomen willen de Franse ingenieurs met hun Britse collega’s terug naar de tekentafel om een ‘EPR optimisé’ te ontwerpen die in het meest gunstige geval in 2030 klaar kan zijn maar wel rendabeler is. Het is beter, schrijven ze, „om tot een Frans-Britse samenwerking van het type ‘Airbus’ te komen dan een van het type ‘Concorde’”.