Ondergronds

Vanaf komende maandag, als de schop in het Leidseplein gaat, zal ik me aanpassen. Dat doe ik namelijk al jaren. Ik zal wel moeten. Kom maar op met die bulldozers, ik fiets wel om. En wat ik vroeger dacht nooit te zullen doen, zal toch gebeuren: na voltooiing van de renovatie zal ik mijn fiets ónder het Leidseplein gaan stallen. Mijn knieval zal een feit zijn. Als een kuddedier rijd — pardon, loop — ik dan omlaag en parkeer mijn brikkie ondergronds.

Vaarwel illusie van ergens aankomen, fiets tegen de gevel en naar binnen. Das war einmal.

Op amsterdam.nl zie je wie de winnaar zal zijn van de vijf jaar durende verbouwing van het bekendste plein van Nederland, waar het kennelijk te druk en chaotisch is. De toerist. Kan niet missen. Het Leidseplein zal in 2021 auto- en taxivrij zijn „met zo min mogelijk obstakels”, aldus de website. Natuurlijk, denk ik dan, de toerist wil geen obstakels. Ook komt er „meer zonlicht op het plein en een beter zicht op de monumentale gebouwen”. Vanzelfsprekend: de Stadsschouwburg moet een fijn achtergrondje zijn voor selfies. Het aanpalende Kleine-Gartmanplantsoen zal na de gigantische ingreep „dé nieuwe ontmoetingsplek” zijn. Ontmoetingsplek voor wie? Drie maal raden.

Verder komt er een „grijze natuurstenen bestrating”, waarbij de fietspaden in „rood natuursteen zijn uitgevoerd”. Toe maar! Iedere fietser weet dat natuursteen — maar dat interesseert niemand op het stadhuis — spekglad wordt bij de geringste motregen. Het rukt al jaren op in de stoepranden en het is regelmatig aanleiding voor lelijke valpartijen van fietsers. De oude, veilige Amsterdammertjes werkten maar ontsierend op toeristenfoto’s, dus weg ermee.

Geeft niks — ik krabbel wel weer overeind en fiets zwijgend verder.

Zo accepteer ik ook inmiddels al ik-weet-niet-hoe-lang die ellendige keitjes op de Dam. Met doodsverachting hobbel ik met mijn bandjes over de Portugese stenen die de Dam een middeleeuws sausje moeten geven. Hoe ouder het aanzien, hoe leuker de toerist het vindt. Snap ik: de middenstand spreekt ook een woordje mee. Keitjes op de Multatulibrug, keitjes op het Spui: perfect voor de fotograferende bezoekers. Logisch toch?

Zo had ik ook nooit voor mogelijk gehouden dat ik me aan ‘fietsparkeren’ zou overgeven. Een fiets tussen rechte witte lijnen, dat leek me bespottelijk. Is toch gebeurd. Nu we met zovelen zijn, wat heet: nu de fiets een bron van overlast is, valt er niet aan te ontkomen. Het is een rationeel antwoord op de wildgroei aan fietsen. Want dat is wat ik ben geworden: wildgroei. Geen olijke peddelaar meer, vrij van stank en lawaai; eerder een hindernis voor toeristen die elkaar willen ontmoeten.

Zelfs achter de lijnen parkeren volstaat niet langer, ik moet onder de grond.

Goed hoor. Vanaf 2021 zal het zo gaan: voor zover ik onderweg niet van de sokken ben gereden door een scooter zal ik arriveren bij de autovrije oase voor wandelaars, genaamd Leidseplein. Terwijl boven mijn hoofd de toeristen elkaar ongehinderd fotograferen en ijsjes eten, zal ik ondergronds mijn fietsje stallen. Van mij zullen ze geen last hebben.