Niet handig genoeg voor een goed leven

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl; Twitter @JuttaChorus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus. NRC

In de Utrechtse Sterrenwijk zie je de nieuwste CPB-cijfers in het straatbeeld weerspiegeld. Het aantal huizen blijft gelijk: 379, maar de afgelopen tien jaar is de hoeveelheid koopwoningen gestegen, ten koste van de sociale woningbouw. Er wonen meer tweeverdieners en studenten, minder sociale achterblijvers: 43 procent nog, tegenover 79 procent in 2004. Het inkomen van mensen met een baan neemt toe, dat van mensen met een uitkering neemt af.

Anders gezegd: de armen van Sterrenwijk vluchten de stad uit.

De jongste dochter van Joke is vertrokken. Ik kwam Joke eind vorig jaar tegen tijdens de Pegida-demonstratie in Utrecht. Ze is 55 en heeft het gezicht van iemand die zware lichamelijke arbeid verricht of veel verdriet heeft gehad. „We worden weggecijferd”, zei ze toen. Ze had eerst SP en daarna Wilders gestemd. „Wij allemaal”, zei ze en ze wees haar blonde buurvrouwen aan. „Maar ik vrees de dag dat hij aan de macht komt: burgeroorlog.”

Ik zoek Joke op in Sterrenwijk, in het huurhuis waar ze in 1985 met haar man en pasgeboren dochter kwam wonen. Aan de gevel hangen porseleinen Marokkaanse muiltjes. Hij groeide in de wijk op en streek er net als zijn dertien katholieke broers en zusjes ook neer, in wat toen nieuwe huurhuizen waren, van 200 gulden per maand.

Zij was thuiszorghulp, hij huisschilder. Hij kreeg suikerziekte, bij haar werd op haar 36ste een slagaderlijke bloeding voorkomen en ze kreeg twee hartinfarcten. „Sindsdien zijn we onze zekerheid verloren.”

Ze laat me haar administratie zien. Samen hebben ze een uitkering van 1.300 euro per maand. Plus een huurtoeslag van 170 euro en samen een zorgtoeslag van 150 euro op hun verzekering, elk jaar iets minder. Min een eigen bijdrage van ieder 385 euro. Voor het huis betalen ze nu 575 euro per maand. In juli verwacht ze de jaarlijkse huurverhoging van twaalf of dertien euro.

Haar schoonvader had twee banen om alle monden te kunnen vullen en leidde desondanks een rijk sociaal leven. Hij hield duiven, zijn zoons voetbalden. Joke is nergens lid van. Haar ongenoegen is zo groot dat ze vorig jaar met buurtgenoten de ramen van een huis aan het Keerkringplein wit kalkte en in de hal een varkenskop legde – er zou een asielzoekersgezin in komen. Haar blik verkilt als ze het vertelt.

„Zo”, zeg ik. „Dat is hard.”
„Dat is dan maar zo”, antwoordt ze.

Ze heeft twee kleinzoons van elf en vijf jaar. „Als zij opgroeien, ben ik er niet meer”, zegt ze. Ze begint te huilen. „Ik zou geen achttien jaar meer willen zijn. In deze tijd zou ik geen goed leven meer op kunnen bouwen. Daar ben ik niet handig genoeg voor.”