Na 40 jaar is de computer terug bij af

Technologie Veertig jaar geleden legde Apple de kiem voor de pc. We kregen controle over data en rekenkracht, maar gaven die weer uit handen.

Foto’s Connie Zhou / Google, AP

Nee, natuurlijk bouwde Apple niet de eerste pc. Die stamt uit 1981, en daarop prijkt een fier IBM-logo. Maar de Apple I, die precies veertig jaar geleden in elkaar werd gesoldeerd door Apple-oprichter Steve Wozniak, was wel de eerste computer die je aan een toetsenbord en een beeldscherm kon koppelen.

Wozniak en zijn partner Steve Jobs legden zo de basis van wat we nu zien als een thuiscomputer. Al was de Apple I voer voor hobbyisten, het werd gezien als een doorbraak in een tijd dat rekenkracht voorbehouden was aan mainframes: grote, onbereikbare computers op kantoren die geen apps lustten maar ponskaarten.

Jobs gokte erop dat de consumentenmarkt vele malen groter kon worden dan de markt van zakelijke computergebruikers. De doorbraak kwam een jaar later met de Apple II, die IBM inspireerde tot de IBM-pc en het begin inluidde van de Windows-dynastie.

Een paar decennia mochten we ons druk maken om megahertzen, kilobytes, installatiefouten en waar de floppy met de printerdrivers ook al weer gebleven was.

Fast forward naar 2016. De verkopen van de personal computer blijven dalen (vorig jaar 289 miljoen, opnieuw een daling van 8 procent) want de smartphone (1,5 miljard toestellen in 2015) is onze favoriete computer geworden. Het traditionele beeld van de pc – een besturingssysteem kiezen, software installeren, data bewaren op je eigen harde schijf – verdwijnt.

De cloud is de nieuwe thuiscomputer. Rekenkracht en opslagruimte verhuist van lokale pc’s naar servers op afstand. Bijna al onze software, van mail, tekstverwerkers, spreadsheets en mediaspelers, draait in de cloud. Deze ongrijpbare wolk aan webservers, gehuisvest in anonieme datacentra, is dankzij snelle breedbandverbindingen overal bereikbaar, voor iedereen.

macs

Datacentra zijn nu het strijdtoneel geworden voor de computerindustrie. Tien jaar geleden begon Amazon met zijn publieke cloud: verhuur van servers waarop andere bedrijven eigen diensten op te laten draaien of data op te slaan. Nu draait bijvoorbeeld een loodzware videodienst als Netflix op deze Amazon Web Services (AWS). Amazon verdiende vorig jaar 99 miljard dollar met de webwinkel en 8 miljard aan de verhuur van servers. Die 8 miljard van AWS, dat groeit als kool, levert nu al de meeste winst op.

AWS is marktleider maar de concurrentie groeit. Microsoft bouwde een eigen cloudomgeving die te huur is – een van de snelst groeiende onderdelen van het bedrijf.

Ook Google verhuurt nu zijn servers als publieke cloud. Dat levert een bijzondere samenwerking op met de grote concurrent Apple.

Vorige week berichtte techsite The Information dat Apple zijn iCloud deels wil onderbrengen op Googles servers. De reden: Apple slaagt er zelf niet in om een fatsoenlijke, betrouwbare cloud-infrastructuur te bouwen die de miljarden foto’s, video’s, berichten en documenten van alle iPhone- en iPad-gebruikers kan huisvesten.

Apple zou het liefst alle essentiële onderdelen van zijn diensten zelf bouwen – al sinds 1976 wil Apple zowel hardware als software onder controle hebben. Maar de cloudprojecten faalden tot nu toe. Vooralsnog draait iCloud daarom op drie externe ‘besturingssystemen voor de cloud’: Amazon AWS, Google Cloud Computing en Microsoft Azure.

Automatisering geautomatiseerd

Veertig jaar na de Apple I zit de meestgebruikte computer dus in onze binnenzak. Dankzij de appstore is de automatisering nu geautomatiseerd: programma’s updaten zichzelf met een druk op de knop, de rekening wordt automatisch betaald. Je hoeft geen whizzkid te zijn om met computers te werken, ook geen snel apparaat meer te hebben om de nieuwste software te draaien.

De pc lijkt terug bij af: de echte vooruitgang wordt geboekt op servers die ver van ons af staan. Alleen worden daar geen ponskaarten meer gebruikt zoals in de jaren zeventig. Het selecteren van je eigen hardware is niet meer relevant. Omdat we bijna alle software en diensten via de webbrowser kunnen benaderen doet de keuze voor Windows, Apple of Linux – de afgelopen decennia aanleiding voor slaande ruzies tussen pc-gebruikers en Apple-fetisjisten – er nog weinig toe.

Dat zie je terug in de cijfers van Microsoft. In 1996 leverde Windows nog een derde van de omzet en de helft van de winst. Nu is het amper 10 procent van de omzet; de laatste versie, Windows 10, is een gratis upgrade voor consumenten als lokkertje voor andere, betaalde diensten.

Microsofts nieuwe baas, Satya Nadella, rekent radicaal af met sentimenten uit de tijd van zijn voorgangers Bill Gates en Steve Ballmer. En hoe. Deze week maakte Microsoft op het congres Build bekend dat Windows 10 deels Linux zal ondersteunen – jarenlang de aartsvijand van elke Microsoft-medewerker.

In 2001 vergeleek Steve Ballmer Linux nog weinig subtiel met een ‘kankergezwel’. Maar goed, zo’n groot strateeg was Ballmer ook weer niet: hij wist in 2007 zeker dat de iPhone nooit een succes zou worden.