Column

Meer Moore

Een film om van harte aan te bevelen: Where to Invade Next, de nieuwste bioscoopdocumentaire van Michael Moore. Ik had er niet zoveel van verwacht, ik dacht zijn maatschappijkritische kunstjes genoeg te kennen, maar zijn nieuwe film is een aangename verrassing.

Aangenaam? Ja, dat kan ik zeggen omdat ik Europeaan ben, een continent dat Moore hogelijk bewondert en dat hij in zijn film gunstig vergelijkt met het in zijn ogen verpauperde Amerika. Voor Amerikanen moet Where to Invade Next een onthutsende analyse zijn van het verval van hun land. De film behandelt thema’s als de groeiende ongelijkheid aldaar, de verdwijnende middenklasse en de militaire invloed op de economie.

Eerst denk je een film over Europa te zien, maar dan merk je dat hij Europa gebruikt om zijn vaderland de les te lezen. Hij doet dat met zijn bekende wapens – sarcasme en ernst – maar hij snijdt er dieper mee dan in de meeste van zijn vorige films.

De openingsscène is meteen raak. Moore bezoekt een Italiaans echtpaar dat hem enthousiast vertelt over de sociale verworvenheden van hun land. Ze krijgen jaarlijks meer dan dertig dagen betaalde vakantie, moeders hebben recht op vijf maanden ouderschapsverlof. Moore valt ongelovig lachend van zijn stoel. Gezinnen waar de ouders extra baantjes moeten hebben om het hoofd boven water te houden? In Amerika is het gewoon, in Europa niet.

In Frankrijk ziet Moore de voortreffelijke maaltijden die schoolkinderen in de middagpauze krijgen voorgezet. Gratis gezondheidszorg? Hij komt het in Europa vaak tegen. Gratis studeren? In Slovenië weten ze hoe dat kan. Duitse bedrijfsdirecteuren leggen hem uit hoe je werknemers tevreden houdt: geef ze inspraak, benut hun creativiteit, jaag ze niet op. Vakbondsleiders vertellen hem dat er hard gestreden is voor al die zegeningen.

In IJsland leert Moore dat een land er beter van kan worden als het vrouwen meer invloed en macht geeft, zowel in bedrijven als in het landsbestuur. „Ik zou nooit in Amerika willen leven”, zegt een vrouwelijke directeur tegen hem.

Moore wordt ronduit bitter als hij de openlijk beleden wroeging van de Duitsers over de Holocaust vergelijkt met de terughoudendheid waarmee in zijn land thema’s als moord op de autochtone bevolking en slavernij worden behandeld. Hij hekelt de obsessieve drugsbestrijding die tot gevaarlijke gevangenissen vol, vaak zwarte, gevangenen leidt. Hij noemt het de nieuwe slavernij.

Moore voltooide zijn film toen Europa nog niet met een vluchtelingencrisis kampte, maar dat doet aan zijn boodschap niets af. Hij karikaturiseert en romantiseert – dat is zijn stijl; het is de zwakte en de kracht van zijn films. Maar in Where to Invade Next raakt hij kennelijk gevoelige Amerikaanse zenuwen, als ik mag afgaan op een aantal opvallend instemmende reacties in de pers.

The Huffington Post: „Moore laat overtuigend zien hoe inhumaan de Amerikaanse samenleving is geworden [...] Het is een uitstekende, provocerende film.” The New York Times: „Er zit genoeg waarheid in de film om je ongemakkelijk bij te voelen en je te doen afvragen wat er verkeerd is gegaan.” The Washington Post prijst hem omdat hij laat zien dat Europa profiteert van oude Amerikaanse idealen en ideeën die Amerika zelf verlaten heeft.

Amerika lijkt opeens meer Moore nodig te hebben.