Leider Xi muilkorft steeds meer media

China verhult het niet langer: álle media moeten de partij volgen. Het grijze gebied waarin uitgevers en journalisten konden werken, verdwijnt en velen houden het voor gezien. Wat drijft president Xi?

Protest, begin maart, in Hongkong vanwege de verdwijning van boekuitgever Lee Po. Daags voor Pasen dook Po weer op. „Ik stop ermee, laat me met rust”, smeekt hij.

Het was natuurlijk een strijd die boekenuitgever Lee Po (65) nooit kon winnen van de Chinese staatsveiligheidsdienst, ook niet in het vrijere Hongkong. Na bijna drie maanden onzekerheid over zijn verblijfplaats dook hij daags voor Pasen weer op om te vertellen dat hij stopt met het uitgeven van werken die de Communistische Partij van China (CPC) en partijleider en president Xi Jinping niet bevallen.

„Ja, ik stop ermee, ik wil het verleden vergeten en helemaal opnieuw beginnen. Laat mij en mijn familie met rust”, smeekt de tengere Lee bij de deur van zijn appartement. Kort, en gespannen grijnzend, vertelt de uitgever die jarenlang goed verdiende aan scabreuze werkjes over corrupte en oversekste partijbazen, dat „alle problemen zijn opgelost”.

Geen woord over de aard van die problemen, over of hij nu wel of niet is ontvoerd en door wie hij is vastgehouden en onder druk is gezet om te stoppen. Hij zwijgt, net als de twee andere teruggekeerde stafleden van de gesloten uitgever Mighty Current. De overige twee medewerkers van het bedrijf zijn nog steeds spoorloos.

Stranger than fiction”, typeerde de South China Morning Post Lee Po’s relaas maandag in een commentaar. De krant merkte op dat het „opnieuw een duidelijk signaal is dat de Hongkongse vrijheden op het gebied van pers en meningsuiting onder druk staan”. En dat is mild uitgedrukt.

De details van de verdwijning – en herrijzenis van drie van hen – blijven schimmig. Maar het is de Chinese staatsveiligheid gelukt een onafhankelijke, eigenzinnige uitgeverij stil te leggen. Voor Chinese toeristen wordt het steeds lastiger in Hongkong boeken en tijdschriften te kopen die op het vasteland verboden zijn: de meeste boekhandels op het vliegveld en bij de veerboten gaan in april dicht.

Niet alleen Lee Po voerde een ongelijke strijd tegen het reusachtige Chinese veiligheidsapparaat. De afgelopen weken zijn ook op het vasteland weer journalisten van staatsmedia, bloggers met miljoenen volgers en twintig medewerkers van een website opgepakt. Deze website, Wujie News – eigendom van uitgeefconcern SEEC, Alibaba en de provinciale overheid Xinjiang – publiceerde onlangs een open brief van bezorgde en loyale CPC-leden waarin president Xi Jinping werd opgeroepen af te treden. Hij zou, net als Mao Zedong, een „persoonlijkheidscultus” aan het opbouwen zijn.

Scabreuze boekjes over Xi

„Het lijkt erop dat president Xi Jinping alle kritiek en ook die scabreuze boekjes over zijn eigen liefdesleven héél, héél erg persoonlijk neemt. Alles wijst erop op dat hij zich persoonlijk voelt aangevallen door de kritiek”, denkt David Bandurski (36), mediaspecialist van de Universiteit van Hongkong. De Mandarijn en Kantonees sprekende Bandurski leidt het China Media Project en werkte jarenlang voor een Chinees weekblad in Guangzhou.

„Natuurlijk, sinds de demonstraties op Tiananmen in 1989 worden de media steeds strenger gecontroleerd. Dat ging in golven, maar er bleef ondanks de strenge controles altijd wel een grijs gebied voor journalisten en schrijvers om interessante dingen te doen. In autoritaire landen gedijen media het best in chaotische regelgeving die voor grijze gebieden zorgt. Nieuw is dat ook de ruimte met toch al beperkte vrijheden en mogelijkheden nu ook aan het het verdwijnen is. Het publieke domein wordt met de week kleiner.”

Sinds Xi aan de macht is, geven steeds meer ervaren journalisten en doorgewinterde uitgevers er de brui aan. Jongeren hebben liever een goedbetaalde pr-baan of beginnen een eigen bedrijf dan dat ze bij de door de staat gecontroleerde media gaan werken. Ook nieuw is dat de overheid over steeds effectievere middelen beschikt om de nieuwe media te controleren. Het idee dat een „vrij” internet zou leiden tot politieke hervormingen wordt door de autoriteiten op alle mogelijke manieren bestreden en ontkracht.

Zelfs speciale software om over de ‘Chinese Internetmuur’ heen te springen, werkt nauwelijks meer: het resultaat van nauwe samenwerking van de staat met Chinese en internationale softwareproducenten. Dinsdag kondigden de autoriteiten nieuwe stappen aan om buitenlandse websites weg te houden uit China.

De vrijheid op Weibo, het Chinese Twitter, is ook al sterk ingeperkt. „Bloggers en twitteraars op Weibo konden van 2011 tot 2015 de publieke agenda bepalen en deden dat ook naar hartelust. De autoriteiten hebben nu alle spraakmakende bloggers tot zwijgen gebracht. Weibo is niet meer relevant voor de publieke discussie en dat was ook de bedoeling”, stelt Bandurski vast.

„Nieuw is ook”, zegt Bandurski, „dat de autoriteiten er geen geheim meer van maken dat zij de oude en nieuwe media streng onder controle willen houden. China eist ook in cyberspace soevereiniteit op. Dat gebeurt openlijk en onbeschaamd. China wil aantonen dat internetvrijheid niet bestaat.”

Rode megafoons kregen bezoek

Vorige maand bezocht Xi de drie belangrijkste ‘rode megafoons’: het Volksdagblad, staatspersbureau Xinhua en nationale omroep CCTV. Hij maakte duidelijk dat iedereen in de media „absoluut loyaal” moet zijn. Alle media – digitaal of op papier, van de staat of commercieel – moeten zich richten op „positief nieuws en de juiste richting”. Wat dat is, wordt bepaald door de partij, zei Xi. En hij voegde daaraan toe: „Alle media hebben dezelfde achternaam: de Partij.” Dat lang niet alle journalisten volgzaam zijn, bleek toen maandag de hoofdredacteur van een van de grootste Chinese kranten aftrad. Hij zei dat hij „de achternaam van mijn krant” (het Zuidelijke Metropooldagblad) niet wilde veranderen.

In deze context moet ook de oekaze aan de Chinese zakenpers worden gezien om uitsluitend positief te schrijven over de afzwakking van de economie en grote problemen, zoals massaontslagen, te relativeren.

„Dat heet niet censureren, maar gidsen, sturen, begeleiden en omleiden van de publieke opinie”, lacht Bandurski. „En daar worden de betrokken staatsdiensten steeds beter in.” Sinds Xi’s aantreden is duidelijk dat de partij intellectuelen en de media geen millimeter ruimte gunt om de publieke agenda te bepalen, ook niet in Hongkong. De persknevel heeft onder Chinavolgers tot een debat geleid over de vraag of China onder Xi afstevent op een nieuwe Culturele Revolutie. „Ik geloof niet dat we aan de vooravond staan van een nieuwe Culturele Revolutie, want daar is China de afgelopen dertig jaar te veel voor veranderd. Een ideologische ommezwaai naar uiterst links is onmogelijk, maar er is wel heel veel onrust over de afzwakkende economie en de massaontslagen”, denkt Bandurski, die vanwege de gevoeligheid van zijn werk en zijn boeken voorlopig niet naar het vasteland reist.

Hij is niet de enige. Velen in de Chinese en Hongkongse journalistiek en op universiteiten letten op wat zij zeggen in het openbaar en wat ze schrijven, onder meer op Twitter en in e-mails.

Ook de Nederlandse historicus van de Universiteit van Hongkong, Frank Dikötter (55), die veel en kritisch publiceert over de gevoeligste periodes in de geschiedenis van de Volksrepubliek, mijdt het vasteland. „De analogie met de Culturele Revolutie klopt niet, want dat was een periode van door Mao uitgelokte chaos in de partij. Xi doet het tegenovergestelde: hij trekt de teugels in de partij heel strak aan en pakt andersdenkende intellectuelen, advocaten en journalisten hard aan. Dat is uit het klassieke boekje van Stalin en Lenin. Iedere dictator die aan de macht wil blijven, bedrijft dit soort strakke eenpartijstaatpolitiek.”