Laat Hoogovens niet bloeden

Nul pond sterling. Dat is de door de Indiase eigenaar Tata geschatte waarde van haar Britse staalfabrieken. De Britse tak van Tata, waar 15.000 mensen werken, is in crisis en de eigenaar wil er van af. De ophef is groot: donderdag kwam het Britse kabinet in een noodzitting bijeen, waarvoor premier Cameron speciaal terugkeerde van vakantie.

In Nederland veroorzaakt de kwestie lang niet zo veel ophef. Dat is ten onrechte. De gang van zaken heeft hier wel degelijk betekenis. Mochten de Britse bezittingen worden verkocht of gesloten, dan bestaat Tata Steel in Europa goeddeels alleen nog uit de vestiging in IJmuiden. En die wordt dan relatief klein en kwetsbaar.

Daarmee gaan de voormalige Hoogovens, met 9.000 werknemers, opnieuw een onzekere tijd tegemoet. De geringe schaalgrootte is al bijna een halve eeuw het grootste vraagstuk. In 1972 leek een fusie met het Duitse concern Hoesch tot Estel de oplossing. Die duurde maar tien jaar. In 1999 kreeg Hoogovens een minderheidsaandeel in het met British Steel gevormde Corus, en moest tegen de belofte in bloeden voor de inefficiency aan de Britse kant.

Corus werd in 2007 ingelijfd door Tata. Maar overcapaciteit en de opkomst van de staalindustrie elders in de wereld plagen de staalsector al geruime tijd. De jongste klap komt uit China. De explosie van bouwactiviteiten lijkt daar ten einde, de zware industrie lijdt er aan overcapaciteit terwijl de binnenlandse vraag naar staal inzakt. De Chinese autoriteiten aarzelen een sanering door te voeren. Het gevolg is dat de Chinese overcapaciteit op de rest van de wereld is losgelaten en overal zorgt voor een druk op de prijzen. De VS hebben al anti-dumpingmaatregelen doorgevoerd voor de invoer van Chinees staal. De EU is zo ver nog niet.

Staal wordt door veel, en in het huidige tijdsgewricht vermoedelijk door steeds meer, landen beschouwd als een strategische industrie. Dat maakt een eventuele Britse reactie op de dreigende sluiting of verkoop onvoorspelbaar.

Voorop zou moeten staan dat een staalbedrijf efficiënt, hoogwaardig én winstgevend is. IJmuiden heeft de afgelopen veertig jaar overleefd door te saneren en te innoveren. Het resultaat is een modern en efficiënt bedrijf. Het voortbestaan daarvan staat voor zover bekend niet ter discussie. Maar de situatie kan snel veranderen. Het zou goed zijn als het kabinet de vinger aan de pols houdt en voorkomt dat bijvoorbeeld de Britse pijn alsnog op IJmuiden wordt afgewenteld. Gezien de ervaringen met British Steel is dat geen loze waarschuwing.