Hoop voor ‘gedoemde’ neushoorn

De Sumatraanse neushoorn is bijna uitgestorven, maar nu is toch nog een groepje ontdekt. Vangen en fokken is hun enige redmiddel.

Er leeft nog een kleine groep Sumatraanse neushoorns op Borneo. Natuurbeschermers zijn begonnen de dieren te vangen, om ze te beschermen. Eénvrouwtje werd op 12 maart gevangen in een valkuil.Foto Ari Wibowo / WNF Indonesië

In de oerwouden van Borneo bivakkeert nog een kleine populatie Sumatraanse neushoorns. Dat maakte het Wereldnatuurfonds (WNF) vorige week bekend.

Ooit leefden Sumatraanse neushoorns in heel Birma, Thailand, Maleisië, Borneo en Sumatra. Maar nu is Dicerorhinus sumatrensis een van ’s werelds meest bedreigde zoogdieren. Behalve de net ontdekte dieren resteren er 9 in gevangenschap, en 70 à 100 verdeeld over drie nationale parken op Sumatra. Niemand weet het goed, want ze laten zich nagenoeg nooit zien. Ze zijn zo klein als een pony en als enige neushoornsoort zijn ze licht behaard. Van de vijf soorten zijn ze het nauwst verwant aan de prehistorische wolharige neushoorn.

De neushoornpopulatie in het Indonesische deel van het eiland Borneo gold al decennialang als uitgestorven; die in het Maleisische deel van het eiland werd vorig jaar uitgestorven verklaard. In 2013 echter werden er in Indonesisch Borneo tot ieders verbazing één of twee dieren vastgelegd door automatische camera’s (cameravallen).

Er volgde een zoekprogramma van het WNF met tientallen cameravallen waarbij 6 à 15 dieren werden ontdekt. Dat ze zo op elkaar lijken en doorgaans onder een laag modder zitten, maakt onderscheid op foto’s lastig. Femke Koopmans, verantwoordelijk voor het Aziatische neushoornprogramma van het WNF: „Er is een groepje gevonden van drie dieren, een groepje van drie of vier en een mogelijk wat grotere groep. Die eerste twee groepjes leven in gebieden waar dit jaar houtkap- en mijnbouwconcessies van kracht worden. Topprioriteit is nu die twee groepen te vangen en in veiligheid te brengen.” Op 12 maart liep de eerste neushoorn in een voor de vangst gegraven valkuil: een vrouwtje van een jaar of vier.

Hoe nu verder? Daarover bestaan twee conflicten. Ten eerste: is voortplanting in het wild nog mogelijk, of moeten alle dieren nu supersnel worden gevangen en samengebracht? De Indonesische overheid neigt naar het eerste. Dat heeft te maken met een mislukt vangstprogramma in 1985-1994. Toen werden veertig Sumatraanse neushoorns gevangen voor twee fokcentra. Ze kregen daar nul jongen, doordat niemand inzicht had in de bijzondere vruchtbaarheidscyclus van de neushoorn. Sinds daar eind jaren negentig inzicht in kwam, zijn er vier jongen in gevangenschap geboren. Een vijfde volgt in mei.

Voortplanting in het wild wordt echter steeds moeilijker, omdat de neushoorns zo zeldzaam zijn dat ze elkaar nauwelijks meer ontmoeten. Toen de populatie in de jaren tachtig door stroperij en versnippering van hun leefgebied tot 800 dieren was afgenomen, daalden de aantallen daarna pijlsnel verder.

Francesco Nardelli, bij de internationale natuurorganisatie IUCN expert inzake de Sumatraanse neushoorn, stelt dat vangen en fokken voor de meeste in het wild levende exemplaren de enige mogelijkheid is om nog nageslacht te krijgen. Het idee dat de soort zich in het wild nog kan herstellen, noemt hij onzin. „Alle wilde Sumatraanse neushoorns zijn nu gedoemd. Een lichtpunt is dat fokken in gevangenschap, en daarna uitzetten, al meer soorten op het nippertje van de ondergang heeft gered, zoals de wisent en de Arabische oryx.”

Op dit moment heeft de Borneo Rhino Alliance (BORA) een fokcentrum in Maleisisch Borneo met drie dieren. Het Way Kambas-centrum in het zuiden van Sumatra heeft zes dieren. En waarschijnlijk komt er een nieuw centrum in oostelijk Borneo voor de gevangen dieren van de recent gevonden groep.

Maar bij vangen en fokken loert conflict twee. De Sumatraanse neushoorns van Sumatra en Borneo verschillen uiterlijk en genetisch een beetje van elkaar. Is dat verschil het behouden waard? Koopmans: „Het WNF stond lang op het standpunt om ze gescheiden te houden. Maar nu de nood zo hoog is, gaan er steeds meer stemmen op om ze als één soort te beschouwen.”

BORA-directeur John Payne: „De enige reddingskans is het vormen van één grote ‘metapopulatie’ van de neushoorns van Borneo en Sumatra waarbij ieder resterend dier meetelt als leverancier van zaad- en eicellen: met gewoon fokken maar ook met IVF en kunstmatige inseminatie.”