Hoe valt deze terreur te stoppen?

Vier denkrichtingen NRC vroeg enkele experts welke lessen zij trekken uit eerdere terreurgolven, en of die ook opgaan voor IS.

Foto ANP / Marcel Antonisse.

Bijna niemand in Europa denkt dat het na de aanslagen van Brussel en Parijs wel gedaan is met het terrorisme van radicale moslims van IS en aanverwante organisaties. Meer aanslagen lijken onvermijdelijk.

Maar moet de samenleving intussen lijdzaam afwachten? Of kunnen we iets doen om nieuwe bloedbaden in Europese steden te voorkomen? En zijn er geen lessen te trekken uit eerdere golven van terreur?

Uit een rondgang langs een aantal denkers over terrorisme blijkt dat zich ruwweg vier mogelijke richtingen aandienen voor een aanpak om het probleem op te lossen.

1. Pak de terroristen hard aan

Over de noodzaak van een harde aanpak van terroristen door politie, justitie en inlichtingendiensten bestaat inmiddels brede consensus. Het besef is inmiddels wijdverbreid dat de gebrekkige samenwerking tussen de Europese inlichtingendiensten beter moet. Ook de politie moet, zeker in België, effectiever opereren. Dat daarvoor ook extra geld moet worden uitgetrokken, is eveneens onomstreden.

Maar, zegt Gijs de Vries, oud-terreurbestrijdingscoördinator van de EU en thans werkzaam aan de Universiteit van Oxford, we moeten één les niet vergeten: „Ik vind dat er grenzen zijn aan de manier waarop we terrorisme moeten willen bestrijden. De islamitische fundamentalisten hebben tot doel de westerse vrijheden te beknotten. Dan moeten we niet hetzelfde doen bij de bestrijding van zulke extremisten. Daarom moeten de veiligheidsdiensten onder strikte controle staan en mag de vrijheid van meningsuiting niet worden beperkt. Geen gesjoemel met bijvoorbeeld het martelverbod. Het is dom om, zoals Donald Trump in Amerika deed, over het waterboarden van terroristen te beginnen.”

2. Probeer met IS te onderhandelen

Dit is een veel controversiëler voorstel. Een prominente pleitbezorger is Jonathan Powell, de voormalige rechterhand van de Britse oud-premier Tony Blair. Jarenlang onderhandelde Powell in het geheim met de IRA, het verboden Ierse Republikeinse Leger. Uiteindelijk leidde dat tot een akkoord, dat de angel haalde uit het decennia oude conflict tussen protestanten en katholieken. Hij schreef er twee jaar geleden een boek over, Talking to terrorists, how to end armed conflicts.

„Toen ik in 2007 uit Downing Street vertrok, stelde ik openlijk voor om met de Talibaan, Hamas en zelfs met Al-Qaeda te gaan praten”, schreef hij. Nu wil hij hetzelfde doen met vertegenwoordigers van IS. „We moeten met terroristen van Islamitische Staat praten. Alleen dan kunnen we aanslagen zoals in Brussel voorkomen. En alleen dan is er vrede in Syrië mogelijk”, zei Powell vorige week tegen de Volkskrant.

De voorstanders van besprekingen kunnen ook erop wijzen dat Israël de PLO nog als terreurorganisatie aanduidde toen het al met Palestijnse afgezanten onderhandelde over de Oslo-akkoorden. De Colombiaanse regering en de linkse FARC-rebellen volgen nu hetzelfde patroon.

Toch zijn er veel tegenwerpingen te maken. „Je kunt nu niet met IS aan tafel gaan zitten”, zegt de Belgische hoogleraar en terrorismedeskundige Rik Coolsaet telefonisch vanuit zijn huis in Brussel, om de hoek van probleemwijk Molenbeek. „Het zijn heel andere mensen dan die van de IRA of de ETA in Spanje. Met zulke nationalistische terroristen kun je praten. Maar de IS-terroristen zijn revolutionairen, die alle structuren omver willen gooien. Met zulke mensen kan je niet praten.” Coolsaet vergelijkt hen met de anarchisten van eind negentiende eeuw, die Europa ook teisterden met aanslagen.

Ko Colijn, directeur van Clingendael, ziet nu evenmin heil in besprekingen met IS. „De legitimiteit van een groep als de IRA was een stuk groter dan die van een groepje barbaren als IS.” Uit recente uitspraken van IS blijkt volgens hem ook dat de beweging de strijd tegen niet-moslims gewoon wil voortzetten. Elk akkoord met de buitenwereld mag bovendien niet botsen met de shari’a.

Toch sluit ook Colijn niet uit dat de buitenwereld op den duur om de tafel gaat zitten met IS-vertegenwoordigers. Contacten zijn er nu al, bijvoorbeeld over de vrijlating van ontvoerde mensen, maar ook over de levering van humanitaire hulp of drinkwater aan gebieden onder IS-controle. Zelfs op zijn eigen instituut is Colijn soms getuige van contacten met IS. „We hebben mensen van Syrische oppositiegroepen bij ons op cursus. Die zijn zelf niet van IS, maar bellen soms in de pauze in het Arabisch met hun neven, die bij IS zitten. Dan zie je al dat er geen ondoordringbare muur bestaat tussen IS en andere groepen. Zulke contacten bergen de kiemen in zich van grotere onderhandelingen. Het zou raar zijn die te zijner tijd niet te benutten.”

3. Zorg dat moslims erbij horen

Het begint ermee dat een samenleving zich niet gek moet laten maken door terreur, volgens Gijs de Vries. „Politici hebben de neiging te overreageren na aanslagen”, waarschuwt hij. „Als je een wig wilt drijven tussen extremistische moslims en de rest van de samenleving, is het onverstandig om niet-extremistische moslims van je te vervreemden door te doen alsof de islam het probleem is.” Zijn devies: „Versterk wat ons verenigt, niet wat ons scheidt.”

Ook Coolsaet is ervan overtuigd dat de samenleving moet zorgen dat de meerderheid van de moslims aansluiting heeft bij de rest van de bevolking, dat de samenleving meer ‘inclusief’ moet worden. Hij ziet het in Molenbeek. „Daar is het gevoel dat ze geen toekomst hebben diep verankerd, vooral bij jonge moslims. Wij allemaal, van de politieagent tot de onderwijzer en de politicus, moeten zorgen dat de voedingsbodem wordt ontnomen aan de terroristen. Anders lopen we de kans dat over 15 jaar een nieuwe terreurgolf losbarst.”

Het onderwijs verbeteren en de perspectieven op de arbeidsmarkt voor jonge moslims verbeteren, is een zaak van lange adem, beseft de Belgische hoogleraar. Een bijzondere rol ziet hij voor wat hij eerstelijnspreventie noemt: de aandacht voor jongeren die dreigen af te glijden naar het extremisme. „Preventie is heel moeilijk. Je moet soms tientallen uren inpraten op zo’n jongen en nog heb je geen garantie dat je succes hebt. Maar we hebben geen andere keus.” Ook in Frankrijk is dit een sleutelprobleem. Volgens de Franse politicoloog Gilles Kepel heeft Frankrijk van alle Europese staten het minste gedaan om de veelal uit Noord-Afrika afkomstige moslims bij de rest van de samenleving te betrekken. „De kinderen van de immigratiegeneratie hebben nauwelijks mogelijkheden om beroepsmatig vooruit te komen. Het falen van onze elite is opmerkelijk”, zei hij onlangs tegen de Frankfurter Allgemeine Zeitung. „We staan voor de uitdaging de integratie te verbeteren. We moeten die culturele slag winnen.”

Colijn beaamt dat „de beroemde wijkagent vaak effectiever is dan een Predator Drone met een Hellfire raket”. Maar hij waarschuwt dat in Nederland de programma’s voor community policing door bezuinigingen flink zijn uitgehold. Hij sprak laatst een Haagse politiecommissaris, die voortdurend werd bestookt door islamitische migranten die hem vroegen om geld voor opleidingen. Alleen had de commissaris daar tot zijn spijt geen cent voor.

4. Staak de strijd tegen Islamitische Staat

Het lijkt alsof een land dat zijn nek uitsteekt en meedoet met militaire acties tegen IS meer risico loopt. IS zelf zinspeelt daar in zijn propaganda ook op. Daarom verzette bijvoorbeeld de Britse Labour-leider Jeremy Corbyn zich tegen Britse deelname aan de bombardementen in Syrië. Toch is die samenhang niet eenduidig. België deed op het moment van de aanslagen niet mee aan de luchtaanvallen op Syrië, Nederland wel.

Ko Colijn zou het onverstandig vinden de militaire strijd tegen IS te staken. „We zijn bezig die strijd te winnen. Feit is dat IS nu erg in het defensief zit. Het is wel zo dat je misschien de kans op aanslagen vergroot. Dat is volgens mij de prijs die helaas moet worden betaald. Maar we kunnen niet toestaan dat er ongehinderd een uitzaaiing van kalifaten en subkalifaten over het Midden-Oosten en Afrika plaatsvindt.”

Gijs de Vries heeft nog een kritische noot. Ten onrechte doen de Amerikanen het volgens hem al jaren voorkomen alsof ze in oorlog zijn met het terrorisme, tegen heuse strijders. Ook de Franse president Hollande zegt dat inmiddels, tot spijt van De Vries. „Ik definieer die terroristen liever als ordinaire misdadigers. We moeten hen niet de eer gunnen zich voor te doen als eerzame strijders. Dat is contraproductief.”