Geen stad, maar een filmdecor

Tosca Niterink en haar dans- en wandelpartner Anita Janssen wandelen in Patagonië. Lees elke week hier hun reisverslag.

‘In Valparaíso heb je geen musea nodig, je hebt de muren op straat.’ Foto Anita Janssen

Valparaíso, met zijn gekleurde huisjes tegen steile rotsen, is geen stad, het is een filmdecor. Alles klopt er: alsof een homoseksuele setdresser net het bord waarop met krijtletters ‘Beer as cold as the heart of your ex girlfriend’ staat, op de juiste plek heeft neergezet, tussen twee figurerende dronkenlappen voor de piepkleine iniminimercado. Grafitti is er tot street art verheven. En beneden in de diepte zie je de prachtige pleinen en de kleine bedrijvige haven, met speelgoedhijskranen en oceaanstomers waar op de schroef een paar luie zeerobben liggen.

Wat een stad, ik zei het al, alles klopt. Zelfs het net aangekomen Nederlandse stel, te herkennen aan de eigenwijze wipneuzen, met de kritische blik van ‘is dit het nou helemaal?’ Komt het omdat ik jarig ben of is het hier echt zo fantastisch, ik ben verliefd op deze stad.

Om dat te vieren gaan we lunchen in Bar Ingles, ook al zo’n parel van nostalgische vormgeving. Na de opening in 1889 is er niets meer aan gedaan. Zelfs het personeel spookt nog in dezelfde pinguïn-outfit rond. Een vrouw in zwart-wit met een gigantisch houten kapsel – dat van Beatrix kan er drie keer uit – en een nog kolossalere bril, dendert op ons af. Wat we voor aperitivo willen? Wodka of pisco sour? We waren eigenlijk niet van plan om om één uur ’s middags al aan de wodka te gaan, maar tegen zo’n kaphoofd durf je geen nee te zeggen.

Tijd om goed dronken te worden hebben we niet, want we moeten vis eten van het haarspraymonster. Ze legt ons de menukaart uit met handen en voeten, waarbij de lichtfonkeling in haar enorme brillenglazen voor speciale effecten zorgt. Ze speelt op indrukwekkende wijze een zeepaling na (met die grote bril). Annie en ik krijgen er tranen van in onze ogen, we willen klappen, maar zij bijt ons ongeduldig toe dat we moeten bestellen, ze heeft geen uren de tijd.

Gelukkig hebben we een herhalingsafspraak met onze psychiater. (Je weet wel, onze nieuwe macramévriendin Paulina.) Ze staat ons in een buitenwijk van Santiago op te wachten, met de jeep van haar vader. We gaan het weekend doorbrengen op het landgoed van haar ouders. Santiago ligt in een dal dat aan de ene kant gevormd wordt door de uitlopers van de Andes en aan de andere kant door de Cordillera de la Costa.

„Hoe verder je in de heuvels komt, hoe rijker en hoe witter de mensen”, legt Paulina ons uit. „Mijn ouders vinden het maar niks dat ik in de volksbuurt woon waar ik woon”, gaat ze verder. We rijden naar de plaats Tiltil, wat ‘droog droog’ betekent. Het personeel heeft de hottub al voor ons vol laten lopen. „Wat is een hottub?”, vraagt Annies moeder, „ik zag wel die foto van die jacuzzi.” Maakt niet uit, je kunt van allebei een blaasontsteking krijgen.