Fabian Cancellara vaart op zijn Vlaamse gidsen

Fabian Cancellara is zondag favoriet voor de honderdste editie. De Zwitser, bezig aan zijn afscheidsjaar, kan niet zonder zijn Vlaamse ploegleidersduo.

Fabian Cancellara wint de Ronde van Vlaanderen in 2010. De Zwitser had zich op de Muur van Geraardsbergen, de bekendste helling van de Ronde, ontdaan van zijn directe concurrent Tom Boonen. Foto Lars Ronbog/Getty Images

Een klap op de schouder, een korte babbel met wat fans. „Hier zijn we ooit samen beginnen te koersen”, zegt Dirk Demol achter een kop rozenbottelthee in een donker hoekje van Snookerzaal Karel van Mander in het West-Vlaamse Meulebeke. „We waren een jaar of dertien”, mijmert Luc Meersman. „Bij Sportverband Meulebeke was dat, 43 jaar geleden.” Samen bij de junioren, samen naar de profs. „Later was ik ploegleider van zijn zoon Gianni”, vertelt Demol. „Zonder dat Luc en ik elkaar spraken hadden we altijd dezelfde mening. We kunnen blind op elkaar vertrouwen. Net als nu in de wagen.”

Sinds 2012 zit het ploegleidersduo Demol en Meersman in de voorjaarsklassiekers samen in de volgauto achter kopman Fabian Cancellara. Ook in zijn afscheidsjaar is de 35-jarige Zwitser van wielerploeg Trek-Segafredo weer topfavoriet, zondag in de Ronde van Vlaanderen en een week later in Parijs-Roubaix. Beide koersen won hij al drie keer.

„Fabian heeft een ontgoochelend jaar achter de rug”, zegt Demol. „Valpartijen, vlug naar huis in de Vuelta. Ze dachten dat het over was. Maar zelf was hij snel duidelijk: dit ging zijn laatste jaar worden. Hij zei woordelijk: ‘Wat ik win of wat ik niet win, dat verandert er niets meer aan. Maar ik ga wel proberen te genieten van mijn laatste seizoen door het beste van mezelf te geven.’ Dat doet hij tot nu toe. Hij is zo goed als in zijn topjaren.”

Winst in Strade Bianche, winst in tijdritten in de Algarve en Tirreno-Adriatico. Afgelopen weekeinde vierde in zowel E3 Prijs Harelbeke als Gent-Wevelgem. Vooral zijn achtervolging in Harelbeke, waar Cancellara na materiaalpech een gat van anderhalve minuut dicht reed, was van ongeëvenaarde klasse. Met dank aan zijn ploegleiders. „Fabian roept ‘my race is over’ naar ons”, vertelt Meersman. „Als Dirk zegt: ‘ja, jammer’, is het echt gedaan. Maar dan roept hij: ‘Als iemand nog kan terugkomen dan ben jij het.’ Achteraf praten de mensen meer over die achtervolging dan over winnaar Kwiatkowski.”

Hoe dat ging? Strak geregisseerd vanuit de auto begint de jacht. „Iedereen blijft waar hij is”, klinkt door de oortjes van de ploeggenoten die vóór Cancellara rijden. „Wachten had geen zin”, legt Demol de tactiek uit. „Dan rijdt hij ze er op de hellingen meteen vanaf.” Groepje voor groepje schuift de kopman op naar voren. Meersman becijfert intussen tot op de meter hoe ver het steeds is tot de volgende helling, waar Spartacus de gaskraan open moet draaien. En regelt intussen per telefoon een nieuwe reservefiets. „We hadden op 29 plaatsen mensen langs het parcours”, zegt Meersman. „Ik sta steeds in verbinding met die mensen.”

‘Een menselijke GPS’, noemt Demol zijn bijrijder. „Luc steekt er enorm veel tijd in. Hij weet elke kassei te liggen, elk bochtje. Alles heeft hij perfect genoteerd. Ik kan daar aan het stuur blind op vertrouwen, de renners ook. Er hoeft bij ons niemand naar de wagen te komen om een bidon te halen of een jasje af te geven. Overal hebben we mensen langs de kant, het duurt geen vijf minuten of er staat iemand. Omdat het zo goed georganiseerd is, sparen de renners energie. Al is het een halve procent, die kan net cruciaal zijn.”

Het geheim van ‘GPS’ Meersman? Hij combineert zijn gegevens van het parcours met een echt gps-systeem. „Dat zet ik op een klein computerke, zodat we op elk punt precies weten waar we zijn.” En op schoot het papieren draaiboek met de laatste details. „Iedereen kent het: Oude Kwaremont, Paterberg, naar beneden en over de brug rechts. Maar ik ga toch nog een laatste keer verkennen. Zie je nog een put, kiezels waarop je lek kunt rijden. Zelfs zondag laat ik mensen die voor ons langs de kant staan zoveel mogelijk over het parcours rijden. Stel dat een boer ’s ochtends nog van zijn land de weg oprijdt. Kan het zomaar glad zijn.”

Cancellara vaart de laatste jaren blind op zijn Vlaamse gidsen. „We zijn dit zo intensief gaan doen sinds Fabian ons in 2012 in de schoot gevallen is”, zegt Demol, zelf winnaar van Parijs-Roubaix in 1988. „Het was altijd mijn droom om nog eens met een toprenner te werken in de klassiekers. Fabian vindt het ook machtig. Hij moet ons blind kunnen vertrouwen. Qua info zijn wij moeilijk te kloppen. Ik denk dat wij het best georganiseerd zijn van alle teams.” En, vult Meersman aan, onderschat de parcourskennis van Cancellara zelf niet. „Hij kent de weg hier beter dan veel Vlamingen.”

De West-Vlaamse oud-profs zullen hun eigen inbreng niet overdrijven. Meersman: „Als Fabian de Ronde wint, winnen wij ook. Dat is zo. Maar wij hebben niet gewonnen. Dat is iets anders. Wij helpen winnen. De renner die wint.” Wat Cancellara zo speciaal maakt? „Hij is een gedroomde leider”, typeert Demol. „Hij praat veel over de radio. Kijkt mee, denkt mee in de koers. Fysiek geweldig, dat ziet iedereen. Mentaal is hij zo sterk. Hij kan door een muur gaan. En hij is een kraan in anticiperen op onverwachte wendingen in de koers.”

Zaterdagavond na het eten, voor de laatste teambespreking, zal Demol aankloppen op de kamerdeur van zijn kopman in hotel Weinebrugge. „Hij heeft zijn zegje, natuurlijk.” Om zeven uur zal Meersman de stafkaarten tonen aan de ploeg, gevolgd door het strategisch plan van Demol. Zondag is het ‘D-day’, de laatste Ronde met kopman Cancellara. „Fabian is niet te vervangen”, stelt Demol. En Meersman: „We hopen er nog maar een keer van te genieten.”