‘Een op de drie Syriëgangers keert terug naar Europa’

Er moet meer aandacht zijn voor de reïntegratie van jihadisten. Dat staat in een vandaag verschenen onderzoek.

Ongeveer 30 procent van de Europese Syriëgangers is teruggekeerd naar het land van herkomst. In totaal zijn naar schatting 3.900 tot 4.300 mensen uit EU-landen afgereisd naar de oorlog in Syrië en Irak.

Dat blijkt uit een rapport van het Internationaal Centrum voor Contra-Terrorisme (ICCT) in Den Haag, dat vrijdagmorgen verscheen.

Het ICCT beschrijft in het rapport – in opdracht van de Nederlandse terreurbestrijdingscoördinator NCTV – niet alleen het profiel van Europese jihadstrijders, maar ook hoe overheden ermee omgaan.

In Europa ligt de nadruk op repressie, concludeert het ICCT. „Hoewel lidstaten preventie vaak benoemen, zijn rechtshandhaving en veiligheidsmaatregelen dominant.”

In Europa neemt het aantal ‘administratieve maatregelen’ toe, waar geen rechter aan te pas komt. Zo worden in Nederland paspoorten ingetrokken en banktegoeden bevroren.

Er zou meer aandacht moeten zijn voor reïntegratie van jihadisten die in de gevangenis zitten, schrijft het ICCT. Betrokkenen bij de aanslagen in Parijs, in januari en november vorig jaar, zouden in de gevangenis geradicaliseerd zijn. „Er worden strenge straffen uitgedeeld, terwijl er niet altijd rehabilitatieprogramma’s zijn voor als ze weer terugkeren in de samenleving.”

Volgens het rapport is er niet één duidelijk profiel te geven van Syriëgangers. Wel zitten er significant veel bekeerlingen bij, zo’n 6 tot 23 procent. En 90 tot 100 procent komt uit verstedelijkte gebieden, vaak uit dezelfde buurten. „Dat lijkt erop te wijzen dat er al (extremistische) netwerken bestaan in deze buurten en dat vriendengroepen gezamenlijk radicaliseren en besluiten te vertrekken.” Ook toont het dat „offline, face-to-face contact nog steeds belangrijk is”.